MijnStadMijnDorp online magazine wordt geladen

Dit magazine is het best te bekijken in Internet explorer 9 of hoger, Firefox, Safari of Chrome

Edities

  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 1
    Juni 2013
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 2
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 3
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 4
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 5
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 6
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 7
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 8
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 9
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 10
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 11
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 12
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 13
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 14
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 15
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 16
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 17
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 18
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 19
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 20
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 21
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 22

Inhoudsopgave MijnStadMijnDorp online magazine

  • jaargang 2
  • nummer 2
  • april 2014

Coververhaal

Menthol en Roosje; een liefde tussen ‘black and white’ in Hengelo

Overijsselaars van toen

Weversmaatje wordt gevierd Twents regionalist

Overijssel in boeken

Uitgaven die recent in Overijssel zijn verschenen

Naar de plek van ...

Almar Otten: een 'selfie' in het Sallandse landschap

Geschiedenis van alle dag

De grootste klomp ter wereld staat in het Twentse dorp Enter

Van de redactie
  • jaargang 2
  • nummer 2
  • april 2014

De zomer is uitzonderlijk vroeg dit jaar...

...en lijkt wel steeds eerder te beginnen. Nadat de Overijsselaar in de jaren zestig betaalde vakantie kreeg, ging hij massaal op reis, ver weg of dichter bij huis. Het thema van Open Monumenten Dag in september, ‘op reis’, sluit hier bij aan.
Dit nummer van MijnStadMijnDorp brengt meerdere lezenswaardige artikelen die allemaal iets van doen hebben met de reizende mens. In juli 1963 kwam de heer Braun uit Duitsland in een soort vreedzame invasie over de IJssel naar Nederland. Hij deed dit in een auto, die gelukkig waterdicht was en kon varen. De Duitse vakantieganger vond het wel relaxt zo.
Overijsselaars die met de wagen naar Duitsland wilden, kwamen vaak langs Glanerbrug. Misschien tankten ze hun tank nog even vol benzine bij het Purfina-tankstation van architect Sybold van Ravesteyn. Sinds vorig jaar heeft het benzinestation de status van Rijksmonument.
Uitwisseling Duitsland-Nederland is er altijd geweest. In 1932 kwam een groepje notabelen per luchtschip, de Graf Zeppelin, vanuit Duitsland om op Vliegveld Twenthe te landen. De sensatie duurde dagen en werd breed uitgemeten in onder andere dagblad Tubantia.
Omstreeks die tijd bracht ook de oprichter van de KLM, Albert Plesman, een bezoek aan Twente. Aan de Eerste Haaksbergse Confectie Onderneming (EHCO) om precies te zijn. Daar maakten ze de onverwoestbare KLM-overalls, onder de slogan ‘Kan Langer Mee’. Plesman wilde wel eens zien waaraan zijn naam verbonden was.
Het meest opmerkelijk artikel over de reizende Overijsselaar gaat over Leo ten Brinke. Samen met andere jongeren had hij een plan ontwikkeld om het groeiende autoverkeer niet om Nijverdal heen te leiden maar via een tunnel er onderdoor. De eerste aanzet in de vorm van ‘het Ravijn’ was er al. Ook al waren de plannen eerst niet al te serieus bedoeld, uiteindelijk bleek de gerealiseerde variant naadloos aan te sluiten bij de ideeën van Leo ten Brinke. Een opmerkelijk verhaal over een opmerkelijke inwoner van Nijverdal!
Maar natuurlijk besteedt dit nummer ook aandacht aan andere historische verhalen: een waar lees- en kijkgenoegen.

Abonnement?

Ontvangt u graag MijnStadMijnDorp Online Magazine? Meld u dan gratis aan voor een abonnement en ontvang een bericht wanneer het nieuwe nummer klaarstaat!

JA, IK WIL EEN ABONNEMENT

Colofon

Redactie

Menno van der Laan (HCO), Inge Zomer (HCO), Tonny Peters (Rijnbrink Groep), Dinand Webbink (SAB) en Doreen Flierman.

Grafisch ontwerp

ZinOntwerpers (Zwolle)

Correspondenten

Ester Smit (HCO), Roland de Jong (HCO), Girbe Buist, Jook van Zeeland (IJsselacademie), Bart de Bas, Almar Otten.

Redactieadres

infomsmd@mijnstadmijndorp.nl

Beeldmateriaal

Wij hebben ons uiterste best gedaan de rechten met betrekking tot het beeldmateriaal te regelen volgens bepalingen van de Auteurswet.
Peter Leeuwen (Fotoarchief.nu) stelt speciaal voor MijnStadMijnDorp Online Magazine zijn kleurenfoto's beschikbaar.

Abonnement

Wilt u ook het MijnStadMijnDorp online magazine ontvangen? Meld u dan aan voor de mailing, dan wordt u automatisch op de hoogte gehouden van de volgende uitgave.

hcoverijssel
atheneum
rijnbrink

Menthol en Roosje; een liefde tussen ‘black and white’ in Hengelo

Het klink misschien wat sentimenteel maar het was de liefde die Joseph Sylvester alias Menthol deed besluiten zich in Hengelo te vestigen. Geboren in 1890 op het Caribische eiland Saint Lucia, gaf hij al jong toe aan de wens meer van de wereld te willen zien.

Hij reisde door Amerika en besloot uiteindelijk de Atlantische Oceaan over te steken. In 1920 kwam Sylvester aan in Antwerpen. Vijf jaar werkte hij daar op de markt en in zijn functie als handelsreiziger reisde hij niet alleen door heel België maar kwam ook regelmatig naar Nederland. Op een van die reizen ontmoette hij de Hengelose Anne Marie 'Roosje' Borchert, volgens velen het mooiste meisje van de stad. Zij werkte als mannequin voor een modehuis in Enschede en het was voor haar dat Joseph Sylvester besloot zich ook te vestigen in Hengelo. Het zal voor hem zeker net zo'n cultuurschok zijn geweest als het was voor de inwoners van deze stad.

Joseph Sylvester alias Menthol.

Het was niet alleen zijn donkere huidskleur die hem op deed vallen, Hengelo was in die jaren een volkomen 'witte stad', maar ook hoe hij zich kleedde. Als een echte dandy ging hij door de straten, gekleed in rokkostuum en hoge hoed en aan zijn handen witte handschoenen. Hengelo keek zijn ogen uit. Sylvester verdiende in eerste instantie de kost door op de markt tandpasta aan de man te brengen, zijn eigen witte tanden als verkooppraatje gebruikend. Heel Hengelo kwam kijken en velen gingen overstag voor zijn argumenten, gebracht in een sappige combinatie van Twents en Engels. Het was de verkoop van zijn Babajaba Tandpasta die hem zijn bijnaam gaf: Menthol.

Aan het werk op de markt in Hengelo.

Het huwelijk tussen Menthol en Roosje vond plaats in 1928 en heel Hengelo was uitgelopen om dit exotische evenement bij te wonen. Er waren zoveel mensen op af gekomen dat de winkeliers zelfs besloten hun winkels te sluiten en de politie nodig was om de orde te handhaven. In een tijd dat nog weinig donkere mensen hier woonde, was een huwelijk tussen 'black and white' zoals de krant indertijd kopte, bijna ongehoord. Dat zowel Menthol als Roosje het aandurfden deze stap te zetten, geeft wel aan hoe hecht hun relatie was. Zij waren ervan overtuigd dat zij het samen aankonden. Maar gemakkelijk was het zeker niet. Ze hadden te doen met discriminatie, vooroordelen, geroddel, uitsluiting en bedreigingen. Toch, langzaam maar zeker veroverden zij hun plek binnen de gemeenschap. De economische crisis in de jaren dertig van de vorig eeuw noodzaakte Menthol andere werkzaamheden te zoeken. De verkoop van zijn tandpasta liep terug en hij begon zich toe te leggen op de handel in dierenhuiden en het fokken van konijnen. Zijn advertenties waarmee hij zijn konijnen aanprees als 'Atoomsplits Torpedo Sneldek Rammen', doen ook nu nog menigeen glimlachen. De Tweede Wereldoorlog was voor iedereen een zware tijd en zo ook voor Menthol en zijn Roosje. Hij werd korte tijd geïnterneerd en voor de veiligheid van Roosje besloten ze te scheiden. Deze echtscheiding werd echter nooit officieel uitgesproken. Maar heel Hengelo geloofde dat de liefde voorbij was toen ze daadwerkelijk apart gingen wonen. Niets was echter minder waar. Van onenigheid tussen de twee geliefden was geen sprake en na de bevrijding woonden ze al snel weer samen. Opnieuw kwam het opmerkelijke zakeninstinct van Menthol weer boven en al snel stond hij bekend als 'the laundryman' doordat hij aanbood de kleren van de bevrijders te wassen, uiteraard tegen betaling. Daarnaast zetten Menthol en Roosje hun handel in dierenhuiden voort en breidden al snel uit met de handel in metaal en papier. Hun zaken floreerden. Maar in 1955 overleed Sylvester, nog maar 64 jaar oud. Zijn Roosje zette alleen hun werk voort. Zij overleed uiteindelijk in 1976.

Menthol maakte in advertenties reclame voor zijn konijnenfokkerij.

Maar Hengelo is hen nog lang niet vergeten. Nog steeds zijn er vele oudere inwoners die zich Menthol levendig kunnen herinneren, lopend door de straten in zijn kostuum en hoge hoed met in zijn handen zijn vertrouwde wandelstok met zilveren knop. Maar ook de jongere generaties blijven geboeid door Menthol en Roosje. De Sylvesterprijs wordt iedere twee jaar uitgereikt aan diegenen die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van verdraagzaamheid en diversiteit. In 2009 werd er een documentaire gemaakt over zijn leven genaamd ‘Menthol, een neger in Hengelo’ en er is een stichting in het leven geroepen om een standbeeld van de twee te realiseren dat geplaatst zou moeten worden in het centrum van de stad. Ook is er een musical in de maak. De bedoeling is dat deze in 2015 in de schouwburg te zien zal zijn.

Meer informatie over de documentaire ‘Menthol een neger in Hengelo’ kunt u vinden op de website van filmmaker Arno Kranenborg of op de website Alias Menthol.

Meer lezen? Zie ‘A True History Full of Romance’ door Marga Altena. De plannen voor het standbeeld van Menthol en Roosje zijn na te lezen op standbeeldsylvester.nl. Of kom meer te weten over de plannen voor de musical.

Met dank aan het Historisch Museum Hengelo voor het beeldmateriaal.

Door Doreen Flierman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Het Nijverdalse tunnelplan geboren in Studio Pub

In hartje Nijverdal stond in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw Studio Pub, een particulier jongerencentrum. De uitbater, Leo ten Brinke, was een bevlogen man. Bijna dagelijks organiseerde hij activiteiten in zijn café: politieke discussieavonden, schaakwedstrijden, filmavonden en muziek, veel muziek. Begin jaren zeventig zat Leo met zijn medewerkers over de toekomst te filosoferen met Pink Floyd op de achtergrond. De ‘Dark side of the moon’ was net uit en met een joint erbij kwam je al snel in hogere sferen. Dus aan goede ideeën geen gebrek. Tegenover Studio Pub stond de Middenstandsbank. Iemand stelde voor om er een tunnel naar toe te graven en af en toe een bedragje uit de kluis te halen voor het lenigen van de ergste financiële nood waarmee het jongerencentrum voortdurend te kampen had. Het plan werd geestdriftig ontvangen, maar uiteraard nooit uitgevoerd.
Hoewel …?

De ‘Grootestraat’ in Nijverdal omstreeks 1920. Van enige verkeersoverlast is nog geen sprake.

Een rondweg door de bossen?

In 1975 presenteerde de gemeente Hellendoorn vol trots haar structuurplan. Dit voorzag in de bouw van een grote nieuwe wijk aan de oostkant van Nijverdal. In het keurige plan was ook een rondweg opgenomen. Om het verkeer in de centra van steden en dorpen te ontlasten werden immers overal rondwegen aangelegd, dus waarom niet om het drukke Nijverdal? Achteloos hadden de plannenmakers de weg gepland door de bossen tussen Nijverdal en Hellendoorn.

Zo zag Leo ten Brinke de ideale leefomgeving.

Het tweede tunnelplan

Tot grote verrassing van het gemeentebestuur ontstond er een storm van protest. De tegenstand kwam in eerste instantie van het groepje rond Leo ten Brinke. ‘Bij een rondweg door de natuur, wordt zowel mens als dier verjaagd’, schreef Leo in het door Provo geïnspireerde huisblad van Studio Pub, ‘d’ Opregte Nijverdalsche Courant’. Ietwat duister voegde hij er aan toe: ‘Instinktmatige angst (drang), om alles wat tegennatuurlijk is op een afstand te houden.’ De auto is tegennatuurlijk en daar moet men zich verre van houden, zal hij bedoeld hebben. De gereformeerde bakkerszoon had enige jaren te Amsterdam in de reclame gewerkt en kon aardig tekenen. Het oude tunnelplan om de naburige bank te beroven werd uit de kast gehaald. Hij produceerde een schitterende serie schetsen.

De Grotestraat die Nijverdal doorklieft, transformeerde hij in een ‘winkel-wandel-speel-leefstraat’ en de vermaledijde rondweg verdween onder de grond, samen met het spoor. Geniaal in zijn eenvoud, ‘het ei van Columbo’. De plannen werden door bestuurders, politici, ambtenaren en Rijkswaterstaat lacherig afgedaan: onrealistisch en veel te duur. En ach, zelf geloofden de jongeren van Studio Pub er ook niet echt in. Als de tunnel aangelegd is, maar je hebt er uiteindelijk niets aan, zo schreven ze, dan heeft ‘de B.B. een mooi opstekertje in de vorm van een super-grote veiligheidskelder. Want mocht de oorlog dan toch eindelijk eens uitbreken, dan zou het toch jammer zijn, dat al die jongens van de B.B. mooi voor niets bezig waren geweest.’ (B.B.: Bescherming Burgerbevolking, een in 1952 opgerichte, inmiddels opgeheven civiele beschermingsorganisatie).

De tunnel komt er

Werd het tunnelplan door de overheid en haar adviseurs niet serieus genomen, Henk Konijnenbelt, student aan de Technische Hogeschool in Delft, dacht daar anders over. Hij schreef in twee weekenden het rapport ‘Struktuurplan spoorslags herzien’ en maakte hiermee zoveel indruk, dat het gemeentebestuur het niet aandurfde de plannen voor de rondweg door te zetten. Er volgden decennialange onderhandelingen, besprekingen, acties van zowel voor- en tegenstanders van de tunnel en een eindeloze reeks plannen. Peter de Noord, die als wethouder enige tijd betrokken was bij de problematiek, heeft de hele periode vastgelegd in het boeiende ‘Erom of eronder; over 35 jaar strijd om een tunnel’ (Nijverdal, 2011). En aan het eind van het geldverslindende proces wordt het plan van Leo ten Brinke en zijn kompanen alsnog uitgevoerd. Behalve de schetsen van Leo is er een slecht leesbaar stencil uit 1975 waarin het hele idee uit de doeken wordt gedaan. Het is verrassend en verbazingwekkend om te zien op hoeveel punten dit op een achternamiddag in Studio Pub in elkaar geflanste plannetje overeen komt met de door Rijkswaterstaat na 2010 gerealiseerde hightech ‘combitunnel’.

Videoanimatie van het Tunnelplan

Door Dinand Webbink
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Naar de plek van...

Almar Otten: een 'selfie' in het Sallandse landschap

“Ik woon en werk in de stad. In de stad wordt gedacht en moeten keuzes gemaakt worden. Met mijn mountainbike zoek ik het contrast. Niets mooier dan beuken door de modder en elk bochtje perfect aansnijden, scherp maar niet met het stuur blijven haken achter een boom. De combinatie van de fysieke inspanning en continue alertheid is de ultieme manier om het hoofd leeg te maken.

Het is mooi dat iemand heeft bedacht om rondom Deventer mountainbike routes aan te leggen. Ik weet niet wie, maar ik ben hem of haar dankbaar. En ook al die mensen die de paden hebben aangelegd en onderhouden.

Het Sallandse landschap leent zich goed voor mountainbiken. Op een paar uitzonderingen na is het niet heel fraai; het is een echt gebruiksland. Het raggen over hobbelige paadjes past daar wel bij. De routes vormen een ketting met verspreid liggende stukjes natuur en bos als kralen. Nergens heb je echter het idee dat je kwetsbare natuur of delicate biotopen verstoort. Salland ligt er om gebruikt te worden en dat doe ik.

Deze foto (selfie) heb ik genomen op een willekeurige plek. Precies op het moment dat me te binnen schoot dat ik dit stukje moest schrijven. De foto had op elke plek in een straal van 20 kilometer rond de stad genomen kunnen zijn”.

Almar Otten is een Deventer auteur van historische thrillers. Voor 'Blauw Goud' ontving hij de Diamanten Kogel.

Foto: Ineke Oostveen

Door Almar Otten
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Sensatie in 1932: Graf Zeppelin landt op Vliegveld Twenthe

De Graf Zeppelin was een bijna 240 meter lang en 30 meter breed luchtschip, dat een kruissnelheid voer van 115 km/uur en dat benzine of blaugas als brandstof gebruikte. In 1929 maakte het schip een reis om de wereld. Overal waar het landde vormde het een sensatie en trok het duizenden toeschouwers, zoals de foto hierboven laat zien op de Grote Markt in Zwolle. Aan het Zeppelin-tijdperk kwam een einde na de ramp met de Hindenburg in 1937.

Op zaterdag 18 juni 1932 om 8:10 uur landde het luchtschip LZ127 Graf Zeppelin op Vliegveld Twenthe, dat het jaar daarvoor geopend was. De Zeppelin maakte een demonstratievlucht boven Nederland, was ’s morgens vertrokken vanuit Friedrichshafen en had als eindbestemming Vliegveld Waalhaven in Rotterdam. Prins Hendrik, generaal Snijders en Albert Plesman vlogen mee vanaf Vliegveld Twenthe, dat die ochtend zo'n 100.000 toeschouwers telde.

Wekenlang werden advertenties aangepast aan wat er komen ging.

Naar de 18e juni was wekenlang toegeleefd door de Enschedese en Twentse bevolking. In die tijd was de zaterdag een gewone werkdag, maar voor deze gelegenheid hadden veel bedrijven en overheidsinstellingen hun personeel tot 10 uur vrijaf gegeven. Advertenties in de kranten stonden in het teken van de Graf Zeppelin. Voorbeschouwingen werden aan de nog te voltrekken gebeurtenis gewijd. Parkeerplaatsen voor 6.000 auto’s, 1.000 bussen en 20.000 fietsen werden ingericht. Op de dag zelf ruimde de Tubantia twee hele pagina’s in voor een verslag en later nog een fotopagina.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef over ‘een morgen uit duizend’ en ook: “Twenthe is in de war. De ober van Hotel de Graaff, waar het verzamelpunt is van alle Zeppelinreizigers - ook de minister van waterstaat logeert er - liep vanmorgen om half vier al met een verslapen gezicht op zijn teenen over de gangen, om zeer matineuze gasten te wekken. Gisteravond laat n.l. ging het gerucht dat er toen al zooveel menschen op den weg waren, dat het morgenochtend, zoo zei men tenminste, om 6 uur al onmogelijk meer zou zijn om het vliegveld te bereiken. Want niet iedereen verkeert in de gunstige positie van Prins Hendrik en de ministers, die langs den gereserveerden weg naar het terrein werden geleid.”

De Graf Zeppelin bijna geland. Onder in beeld 6.000 geparkeerde auto’s.

’s Nachts, uren voor de te verwachten landing was de Enschedese bevolking (en uit verre omgeving) al op weg richting vliegveld. Lees hieronder de beschrijving uit de Tubantia:

De ‘Graf Zeppelin’ in Twente

De drukte en het enthousiasme

Ons Nederlandse publiek laat zich niet gemakkelijk buiten zijn gewone doen brengen. Men mag het enthousiaste verhalen voorzetten, men mag gloeiende redevoeringen houden, het publiek vindt dat best, maar ..... , het blijft er koud onder. Heus, er zijn niet veel zaken die zijn enthousiasme werkelijk wekken, maar de vliegerij is een van die zeldzame dingen: We hebben dat in Twente nu ook al enkele keren kunnen constateren en daarom was de verwachting gerechtvaardigd, dat het bij de Zeppelin-landing zeer druk zou worden; dat niet alleen in ons gewest, maar ook in andere provincies zeer velen zich zouden opmaken om dit luchtvaartevenement bij te wonen. Doch dat het zó zou worden dat ging werkelijk alle begrippen te boven. Gisteravond laat trokken reeds groepen mensen in de richting van het vliegterrein om in de omgeving daarvan bij landbouwers of in tenten te bivakkeren. Heel de nacht was er meer geloop van mensen in de stad en motor-gedender dan anders en om drie uur leek het op de singels wel Zondagmorgen 8 uur. Allengs nam de drukte toe. Taxi's en autobussen, op straathoeken in de buitenwijken gestationeerd kregen op dit uur reeds vrachtjes te vervoeren en er begon een heen en weer getrek van, meest jonge mensen, in die wijken. Meisjes zochten hun vriendinnetjes op, jongens hun kameraden, leden van clubs en verenigingen trokken naar de afgesproken punten van samenkomst en waar het bestuur bij andere gelegenheden slechts een klein percentage van haar leden uit de veren kon krijgen, zag het hen heden voor bijna 100 pct. verschijnen. Zonder overdrijving kan gezegd worden, dat om 5 uur bijna geheel Enschede was ontwaakt. Op de vele vaste punten van samenkomst voor verschillende verenigingen en clubs bevonden zich toen reeds hele groepen en elke vertrekkende groep werd direct weer gevolgd door een zich verzamelende. De Enschedese bedieningsmanschappen werden op het Van Heekplein samengetrokken.
Kwart voor vijf fungeerde een burger op het kruispunt De Klomp als vrijwillig verkeersagent en anderen traden op als gids voor de vreemde automobilisten. Het was koddig de verbazing te zien dezer gedienstige geesten als een auto eens niet naar het Vliegveld Twenthe wilde, ze begrepen gewoon niet, dat zoiets bestaan kon. Van half vijf af rolde over de Hengeloscheweg, Boddenkampsingel, Lasondersingel, Odenzaalschestraat een onafgebroken rij van auto’s. Auto's in alle modellen en kleuren, auto's van allerlei merken en jaargangen, auto's uit Overijssel en Gelderland, uit Drenthe en Groningen [auto’s hadden in die tijd provinciale kentekens, redactie] uit Brabant en .... Rheinland. Ja er was zelfs een autobus van een ondernemer te Clichy (Frankrijk). Het was een imponerend gezicht al die wagens en er kwam geen eind aan. Om zes uur was de file vanaf het Vliegveld tot de Broeierd (ongeveer 15 K.M. afstand) nog geheel gesloten.
De verkeersagenten hadden handen vol werk. Om half zes vroeg één hunner om een paar reservearmen, de zijne waren toen reeds lam. Over de verkeersregeling hebben we niets dan lof, alle mogelijkheden bleken voorzien en het liep alles op rolletjes. De Deurningerweg was geheel vrij gehouden voor voetgangers en wielrijders plus dan de wagens van aparte kaarten voorzien. Om half zes was het er zó druk dat men wel over de hoofden lopen kon en dat de voetgangers vanwege de vele fietsers zelfs in de verdrukking kwamen. In de vele rijwielbewaarplaatsen waren reeds toen duizenden fietsen gestald en ook het aantal parkerende auto's was legio. Hoe velen het er geweest zijn? Wij wagen het niet te schatten evenmin als het te schatten is hoeveel mensen om half zes reeds op het terrein waren, maar, waar de op een hoop staande landingstroepen ten getale van ruim 250 man ’n plekje vormden op het veld dat niet opviel moeten het toen reeds vele duizenden geweest zijn. Totaal is de landing wel door 100.000 personen bijgewoond.

Zo’n 200 gymnasten hielden de Zeppelin drie kwartier met behulp van de ankertouwen aan de grond.

De stemming onder het publiek

De stemming onder dit enorm aantal bezoekers was ondanks het vroege uur uitstekend. Ieder was er van doordrongen, dat er iets te gebeuren stond, dat men niet elke dag beleeft. Waar men ook kwam, overal ging het gesprek over de Zepp en de enorme belangstelling. Het duurde niet lang of datgene wat onder het publiek leefde drong door tot hen die zich hadden gesierd met een groene dienstkaart en direct daarna werd gevent met “Origineel Dr. Eckener limonade”, “Zeppelin Wafels” en “Kapitein Lehmann Zonnebrillen”. 'n Handig verkoper weet hoe hij het moet aanleggen om z'n waar kwijt te raken. Onderwijl allerlei grapjes werden gemaakt wachtte men geduldig. Een groepje alarmisten wist door op een gegeven moment een luid hoera aan te heffen enige beroering te weeg te brengen. Velen verhieven zich van hun zitplaats of reeds staande rekten ze zich uit en tuurden in de richting van 't Hof Espelo, vanwaar de Zepp werd verwacht. Er kwam voorlopig echter nog niets in zicht. Na deze min of meer geslaagde grap had men de smaak er van beet naar de Zeppelin uit te kijken en ja plotseling klonk het: “Daar is ie”! Algemene beroering, ieder richtte de blik naar de stad, waar de Graf Zeppelin langzaam zichtbaar werd, boven de bossen. De spanning was gebroken. 'n Half opgegeten broodje werd weggeborgen, de verkoop van alle mogelijke Zeppelin-, Eckener- en Lehmann-artikelen werd stopgezet. Men keek naar de Zepp en voor niets anders had men oog. Pas nadat het luchtschip geland was kwamen de opmerkingen weer. De “Zepp” was er!

De Graf Zeppelin online

Beelden van de Graf Zeppelin 1928-1939:

Door Tonny Peters
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Cultuurhistorie in Overijssel

Jan Voerman, wolkenschilder: overzichtstentoonstelling

’t Wordt voorjaar langs de IJssel bij Veecaten.
Wolken en licht, in wisselende staten,
Scheppen een Voerman: een opalen zwerk
Dat hemels is en Hollands bovenmate.

(Ida Gerhardt, 1977).

Jan Voerman (1857-1941) hield niet van mooi weer. Een zonovergoten dag met een strakblauwe lucht was niet aan hem besteed. Zijn vrouw, Anna Verkade, schreef eens: ‘Het is nu met de warmte buiten zòò leelijk.’

Wie Voerman zegt, ziet wolken voor zich. Ontelbare ‘IJssels’ heeft de Kampenaar geschilderd. Soms met een tjalk, vaak met koeien of paarden, maar altijd voorzien van indrukwekkende wolkenluchten. Dreigende luchten, zinderende luchten, zomers, buiig, winderig. Hij schilderde zijn geliefde rivier op elk moment van de dag. ‘Voer’ verliet zijn woonplaats Hattem slechts bij hoge uitzondering. Stel je voor dat juist tijdens zo’n reis de luchten zouden komen waarop hij zat te wachten.

In Kasteel Het Nijenhuis bij Heino kan de liefhebber van Voerman – dat zijn er velen – zijn hart ophalen. Voor het eerst zijn er zestig schetsen en tekeningen te zien uit de nalatenschap van de acteur Henk van Ulsen. Het had niet veel gescheeld of we hadden een deel van deze tekeningen nooit meer kunnen zien. Eind jaren zestig van de vorige eeuw is een groot aantal aangetroffen op een vuilnisbelt buiten Hattem. Vuil, verkleurd en vol vochtvlekken.

De zestig tekeningen worden aangevuld met meer dan honderd schilderijen en aquarellen, zodat de expositie een compleet overzicht biedt van het oeuvre van de IJsselschilder. Verstilde landschappen, grazende koeien, ‘noppende’ paarden, lieflijke bloemstillevens en Veluwse boerderijtjes. En wolken in alle toonaarden. Wolkenluchten die vooral de gemoedstoestand van de schilder uitdrukken: ‘Die wolken zijn in werkelijkheid nooit zo, zo ben ik van binnen.’

Door Dinand Webbink

Achtste Zunnewende Festival

Op vrijdag 27 juni vindt voor de achtste keer het Zunnewendefestival plaats op Landgoed Schuilenburg, in het buitengebied van Hellendoorn. Op deze unieke locatie aan de Regge kan de bezoeker genieten van prachtige muziek, ontroerende verhalen en indringende poëzie in diverse varianten van de streektaal uit de regio. Dit jaar gaat op het festival de nieuwe film van Geertjan Lassche ‘Oerijssel’ in premiere.

Programma

Gedurende de avond vinden er wisselend muzikale optredens en vertellingen plaats. Veel hiervan rond kampvuren verspreid over het terrein. Verder zijn er concerten van diverse artiesten op het hoofdpodium van het kasteelterrein en op en langs de Regge. Laat u maar eens meevoeren op de Reggestroom in een spannend verhaal!

locatie: Landgoed Schuilenburg, Hellendoorn
datum: 27 juni 2014
aanvang: 20:00 uur
prijs: € 5,00 (p.p.), kinderen tot 16 jaar gratis.

Kijk voor meer informatie op de website van Zunnewende Festival.

Door IJsselacademie

Oproep: schrijft u geschiedenis?

De redactie van Online Magazine MijnStadMijnDorp nodigt instellingen én particulieren, in en buiten Overijssel, uit om een bijdrage te leveren.

Wilt u onze correspondentenlijst uitbreiden, heeft u een mooi artikel geschreven, beschikt u over fotomateriaal, of heeft u een voorstel voor een rubriek, thema of anderszins? Laat het ons weten! Dan kunnen we samen laten zien hóe en wáár geschiedenis leeft in onze provincie.

Neem contact op met de redactie via infomsmd@mijnstadmijndorp.nl

Schrijf mee!

Door de redactie

Horizon City: een literaire reis door Twente en de wereld

‘Een onvolledig en historisch niet noodzakelijkerwijs altijd correct portret van een familie van opgejaagde menisten, grootindustriëlen, kleinwildjagers, collectioneurs, dromers, polygame avonturiers en sterke vrouwen,’ zo luidt de ondertitel van ‘Horizon City’, geschreven door Jaap Scholten dat op 11 april werd gepresenteerd. In Museum TwentseWelle, Enschede, opent een gelijknamige expositie.

In 2012 kreeg auteur Jaap Scholten een oude koffer in handen. Oude foto’s, brieven, dagboekfragmenten en testamenten, de koffer bleek een goudmijn te zijn. In sneltreinvaart kwam toen het boek ‘Horizon City’ tot stand dat wordt uitgegeven door AFdH Uitgevers. Het boek gaat over de geschiedenis van de families Stork en Scholten en schetst een persoonlijk beeld van deze Twentse grootindustriëlen met als één van de meest kleurrijke figuren Chuck Stork. Chuck trouwde vijfmaal, vertrok in 1917 naar Amerika, opende een vliegtuigwinkel op First Avenue, importeerde de eerste Harley Davidsons naar Nederland en stierf uiteindelijk in grote armoede in Horizon City, Texas.

Samen met kunstenaar/fotograaf Rommert Boonstra heeft Jaap Scholten de tentoonstelling Horizon City gecreëerd. Met fotomateriaal, collectiestukken en eigen werk van Boonstra is er een verrassend beeld geschapen van de families Stork en Scholten. De tentoonstelling is te zien van 12 april t/m 26 april 2015 in Museum TwentseWelle.

Het boek ‘Horizon City’ van Jaap Scholten ligt vanaf 12 april in de boekhandel

Het boek Horizon City van Jaap Scholten ligt vanaf 12 april in de boekhandel.

Jaap Scholten, Horizon City, AFdH Uitgevers, 2014, ISBN 9789072603357 Fotocredit: AFdH Uitgevers

Door Doreen Flierman

Pool, Snijders & Harteveld schreven Overijssels Boek van het Jaar

Mirjam Pool won in de categorie non-fictie met Procedures en pistolen: over een gijzeling, de overheid en het publiek en A.L. Snijders & Erik Harteveld wonnen de fictieprijs met Koude oorlog aan de IJssel. Dit is 13 maart bekendgemaakt in het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle.

Erik Harteveld, Paul Abels (AFdH Uitgevers) en Mirjam Pool in gesprek met Peter Schoof (RTV Oost).

Procedures en pistolen

Het boek geeft een onthullend en onthutsend kijkje over de rand van de diepe kloof die er gaapt tussen burgers en (lokale) overheid in ons land. Met pijnlijke precisie reconstrueert Mirjam Pool de gijzeling van een wethouder en vier ambtenaren in Almelo in 2008 door een restauranthouder van Koerdisch-Turkse afkomst. Pool, die de gijzeling door een toeval van nabij meemaakt, begint haar onderzoek naar verloop en aanleiding van de gijzeling vanuit verwondering. Mirjam Pool legt met bewonderenswaardige afstand genadeloos de hier en daar dubieuze rol die de regionale en landelijke media (met name het tv-programma Zembla) speelden in dit gijzelingsdrama. De jury roemde het boek en ziet het als verplichte kost voor journalisten, ambtenaren en politici. Voor burgers die de media kritisch volgen is het boek ook een goede aanbeveling.

Koude oorlog aan de IJssel

Het kostte de jury aanzienlijke moeite om uit het grote aanbod een winnaar te kiezen, ook door de grote verscheidenheid. Overijssel inspireert niet alleen, de provincie tilt schrijvers naar grote hoogten. De geselecteerde schrijvers zijn niet alleen vakmensen, ze hebben elk ook een eigen stem, waarmee ze zich onderscheiden. Het winnende boek doet dat op een wel heel opvallende manier. Waar in de andere boeken de inhoud leidend is, wordt die in het winnende boek verweven met een goede vormgeving, die een geheel nieuwe dimensie toevoegt aan het verhaal. De prijs gaat dit jaar dan ook niet alleen naar een boek, maar in zekere zin ook naar een jonge uitgeverij, die ook met deze titel laat zien dat je voor bijzondere uitgaven echt niet naar Amsterdam en omgeving hoeft. AFdH Uitgevers in Enschede zet met Koude oorlog aan de IJssel van A.L. Snijders en Erik Harteveld de provincie Overijssel stevig op de literaire kaart, en is wat de jury betreft de terechte winnaar.

Verkiezing Overijssels Boek van het Jaar

Doel van de verkiezing van het Overijssels Boek van het Jaar is promotie van publicaties die een link hebben met Overijssel. De verkiezing wordt jaarlijks georganiseerd door Rijnbrink Groep, Historisch Centrum Overijssel en Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek. Van alle genomineerde boeken en voorgaande verkiezingen is een overzicht te vinden op de website van Overijssels Boek van het Jaar.

Door Inge Zomer

KLM-overalls Konden Langer Mee: opkomst en ondergang

Crises en faillissementen zijn van alle tijden. Zelfs bedrijven die een begrip waren, konden in zwaar weer terechtkomen. Ook de Eerste Haaksbergse Confectie Onderneming, afgekort EHCO, leed onder de economische crisis en de moordende concurrentie uit Aziatische landen. De ‘vanzelfsprekendheid’ waarmee EHCO naar buiten trad, was af te lezen aan hun slogan ‘Kan Langer Mee’. Maar eens kwam ook voor het merk KLM het einde. Het werd uit de handel gehaald en het vermaarde bedrijf sloot in 2011.

De KLM zette al vroeg reclame in als middel om hun producten aan de man te brengen.

De oprichting

Opmerkelijk genoeg was het bedrijf opgericht midden in de grootste crisis die het land ooit trof, in 1931, net na de beurskrach in de Verenigde Staten. Nederland ontsnapte niet aan de gevolgen. In 1931 was de werkloosheid verdubbeld. Vijftien procent van de bevolking was werkloos en er was een economische krimp van vijf procent. Het is opmerkelijk hoe de tijd rond het begin van EHCO-KLM lijkt op de omstandigheden van nu.

Het oorspronkelijke bedrijfspand in 1931.

Gekoesterde herinneringen

De werknemers koesteren hun herinneringen vroeger. ’Als de familie zondags bij elkaar kwam, ging het alleen maar over de fabriek’, zegt Dick van Lochem in een artikel in dagblad Tubantia uit 2012. Het artikel geeft in vogelvlucht het reilen en zeilen van EHCO-KLM weer. De geïnterviewde Dick van Lochem is een kleinzoon van Derk Jan van Lochem, de oprichter van het bedrijf. Zijn grootvader overleed in 1945 tijdens het bombardement van Haaksbergen. Samen met Bernard Scheggetman, die de benodigde papieren bezat, stichtte Derk Jan de fabriek aan de Enschedesestraat in Haaksbergen. Het totale personeel bestond uit coupeur Wim Horn en twee naaisters. Wim Horn zorgde later voor aanvullend personeel. Hij ging dan het bedrijf in en vroeg de naaisters of ze nog zusjes hadden.

In 1933 moest het bedrijfspand worden uitgebreid.

Blauwe overall

De eerste producten van EHCO waren de blauwe overall, de blauwe kiel en de manchester broek. De overall was rond 1890 ontstaan in de Verenigde Staten en was afgeleid van de spijkerbroek. Bekend waren de ‘cover all’s van Lee en van Levi Strauss. Een tussenmodel tussen spijkerbroek en overall was het model met borststuk en twee banden over de schouder, hier ‘tuinbroek’ genoemd.
De oudste zoon van Derk Jan van Lochem, Gerard, nam in 1933 contact op met Albert Plesman, oprichter en directeur van luchtvaartmaatschappij KLM. Van Lochem wilde namelijk de afkorting KLM gebruiken voor hun reclameslogan: Kan Langer Mee. Het bedrijf kreeg de toestemming, maar het duurde tot 1988 vooraleer een en ander juridisch geregeld werd. In dat jaar dreigde de luchtvaartmaatschappij plotsklaps met boetes tot 1 miljoen euro als de KLM-letters door het Haaksbergse bedrijf gebruikt zouden worden. Gelukkig kon na enig juridisch overleg de KLM herinnerd worden aan de afspraken uit 1933.

Albert Plesman, de oprichter en directeur van de luchtvaart- maatschappij, bracht reeds in de jaren dertig een bezoek aan de confectiefabriek.

Wederopbouw

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog brak er een periode van economische voorspoed aan waarvan ook EHCO-KLM profiteerde. In 1949 richtte het bedrijf een productiebedrijf in Coevorden op. In 1962 kreeg Westerhaar een vestiging en in 1964 opende een filiaal in Klazienaveen. Het bedrijf had toen 850 werknemers in dienst. In 1968 werd de eerste stap gezet voor de latere productie in lagelonenlanden, toen een overeenkomst werd gesloten met een Hongaars productiebedrijf. In de jaren tachtig sloten de Nederlandse filialen en werd de hele productie overgeheveld naar landen buiten Europa. Het bedrijf ging in 1986 naar de beurs en kwam daarna in handen van verschillende investeerders.

KLM fotografeert KLM zou het bijschrift bij deze foto kunnen luiden.

De reclame

De Haaksbergse KLM gebruikten niet alleen de initialen, ze verzorgden ook de kleding voor de KLM. Ook werknemers bij Shell, DSM en de Nederlandse Spoorwegen droegen kleding die afkomstig was uit de Haaksbergse fabriek.
EHCO-KLM maakte veel reclame voor haar producten. Vooral in kranten en tijdschriften werd veelvuldig geadverteerd. De kleding werd verkocht in winkels die te herkennen waren aan de lichtbak met KLM-logo aan de gevel. In vrijwel iedere plaats in Nederland verkocht men de KLM-kleding. Maar om het exclusief te houden, kreeg in elke plaats slechts één winkel het recht de werkkleding te verkopen.

KLM stond voor ‘Kan Langer Mee’.

Het einde

In de jaren negentig van de vorige eeuw trad het verval in. De banden met de familie Van Lochem waren in 1972 al doorgesneden bij de verkoop van EHCO-KLM aan een Engelse investeringsmaatschappij. In 1996 sloot de Haaksbergse vestiging en verhuisde KLM naar Enschede.
Het bedrijf had inmiddels Lonneker Textiles overgenomen. Na 2005 werd het bedrijf nog enkele keren doorverkocht, totdat uiteindelijk in 2011 de bedrijfsactiviteiten werden gestaakt. Het voormalig directielid Dirk Pruik: ’Jammer dat de merknaam KLM verloren gaat. Zolang zo’n bedrijf in de familie blijft, gaat het goed, maar komt er een vreemde bij, dan gaat het mis.’

Met bijdragen en foto’s van A.G.M. Roerink, Historische Kring Haaksbergen.

Wie zich een beeld wil vormen over de voormalige Twentse textielreus kan terecht bij Theeschenkerij Jordaan aan de Scholtenhagenweg in Haaksbergen. Daar is op dit moment een tentoonstelling over KLM ingericht.

Door Bart de Bas
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Overijssel in boeken

Keukengeheimen uit het Vechtdal

Kijk-, lees- en kookboek waarin twaalf kleinschalige lokale producenten onder wie een wijnbouwer, een biologisch dynamische groenteteler en een scharrelvarkenshouder over hun pure producten vertellen en bovendien hun lekkerste familiegerecht maken. Tevens vertellen vier koks uit het Vechtdal over hun passie voor koken met lokale producten en geven ze in tientallen recepten hun keukengeheimen prijs.

Auteur: Anita Meuleman; ill. Fred Roest
Uitgever: Heinink

ISBN 9789491640124 | 96 pag. | € 24,95

Door de redactie

Land Woord Beeld

Junte Uiterwijk is dichter, musicus en rapper. Kinza Ferjani is fotografe. Samen bezochten ze zeven Overijsselse landgoederen en hebben geprobeerd deze mooie plekken in woord en in beeld tege vangen. Resultaat is dit boek, waarmee de landgoederen in een uniek artistiek kader zijn geplaatst. Toegevoegd is een CD met de originele rapsongs.

Auteur: Junte Uiterwijk en Kinza Ferjani
Uitgever: Waanders & De Kunst

ISBN 9789491196881 | 64 pag. | € 14,95

Door de redactie

Koude oorlog aan de IJssel: roman in brieven

De IJssellinie is een verdedigingswerk uit de tijd van de Koude Oorlog. Tussen 1950-1968 wist bijna niemand dat deze waterlinie ons moest beschermen tegen de Russen. A.L. Snijders en Erik Harteveld schreven er samen een roman in brieven over. Hartevelds bijdrage omvat de correspondentie tussen een Zwolse ingenieur en een Russische havenarbeidster uit de periode 1951-1953. Zestig jaar later schrijft Snijders brieven aan Harteveld over de IJssellinie.

Auteur: A.L. Snijders, Erik Harteveld
Uitgever: AFdH Uitgevers

ISBN 9789072603340 | 196 pag. | € 24,90

Door de redactie

In Staphorst

Fotoportret van het Staphorst van twintig jaar geleden. Fotografe Mirjam Bleeker verbleef begin jaren negentig regelmatig in Staphorst en raakte vertrouwd met de inwoners. Haar verblijf leverde een reeks buitengewoon mooie, intieme en interessante foto’s op. Er waren nog mannen en kinderen die de streekeigen kleren droegen en de melk werd nog in bussen aan de dijk gezet. Twee decennia later is dit voorgoed verleden tijd.

Auteur: Mirjam Bleeker
Uitgever: WBooks

ISBN 9789066305397 | 128 pag. | € 24,95

Door de redactie

Doek op! 100 jaar schouwburg in Hengelo

Voor de schouwburg van Hengelo is het doek in de afgelopen jaren heel wat keren opgegaan. Geopend in 1913 als concertgebouw, talloze keren verbouwd en heropend, totdat sloop onvermijdelijk was. Nu dan het Rabotheater. In die eeuw veranderde de samenleving en daarmee ook het publiek, de programmering en de positie van cultuur. Dit boek laat het allemaal zien. Net als de sterke verhalen en lachwekkende anekdotes die nu eenmaal bij theater horen. Prachtig lees- en kijkboek!

Auteur: Marco Krijnsen
Uitgever: Boekhandel Broekhuis

ISBN 9789077780008 | 111 pag. | € 19,95

Door de redactie

Een verdraaid mooie tijd: opkomst en ondergang van Oldenzaal discostad

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was Oldenzaal het Mekka voor discogangers in de verre omtrek, inclusief het naburige Duitsland. Op een gegeven moment telde Oldenzaal acht discotheken, elk met een eigen sfeer en publiek. Hengeloër Paul Borghuis opende in 1968 de ‘Trio Club’, de eerste echte discotheek en sloot dertig jaar later de ‘Jumbo Dancing’, de laatste der Oldenzaalse discotheken. Mooi bladerboek over ‘een verdraaid mooie tijd’.

Auteur: Ben Siemerink en Harry Jutten
Uitgever: Heinink

ISBN 9789491640155 | 88 pag. | € 24,95

Door de redactie
Overijsselaars van toen

Weversmaatje wordt gevierd Twents regionalist

’t Wödt woer langer woer slimmer’, zee de boer, ‘eerst störf ’t wief en now wil mi’j ’t peerd ook nog doodgoan.’ Gerrit Jan Eshuis hield van deze rauwe boerenhumor en tekende honderden van deze uitspraken op tijdens zijn bezoeken ‘op de kökken’ bij boeren in Twente en oostelijk Salland.

Gerrit Jan Eshuis is geboren in 1895 aan de Visschedijk in Almelo. Als zoon van een keuterboer was hij al op jonge leeftijd gegrepen door de historie van zijn geboortegrond. Het was de tijd dat je nog makkelijk prehistorische vondsten kon doen. Hij vermeldt in latere artikelen dat hij talloze krabbers vond, kleine werktuigen uit de Steentijd. Zijn moeder was zijn inspiratiebron. Haar verhalen over vroeger tijden hielpen hem in zijn zoektochten naar de geschiedenis van de in snel tempo verdwijnende boerderijen in en rond Almelo. Maar er moest ook brood op plank komen. Op twaalfjarige leeftijd kreeg hij werk als ‘weversmaatje’ bij de textielfabriek Indië. Op een goede dag repareerde Eshuis de fiets van een collega en al snel kreeg hij de naam een handige jongen te zijn. Hij kreeg de beschikking over een keetje bij de poort, want ook zijn chef zag het belang in van goede vervoermiddelen voor zijn personeel. Na vijfentwintig jaar in de textiel waagde Eshuis de stap naar een eigen bedrijf. In 1932 begon hij aan de Tijhofslaan, dicht bij de Visschedijk, een werkplaats annex elektronicazaak. En dit allemaal zonder vooropleiding.
Toen hij zich een knecht kon veroorloven, bood hem dat de mogelijkheid om één dag in de week over het platteland van Twente en oostelijk Salland te zwerven op zoek naar wat de mensen en het land hem vertellen konden.

Oral history

Gerrit Jan Eshuis praatte vaak en graag met de bewoners van de boerderijen en tekende hun verhalen op. Hij was een graag geziene gast. Zo verzamelde hij een schat aan waardevolle anekdotes, spreuken en gezegdes, bijnamen en volksrijmen. Hij kreeg inzage in de papieren schatten die de boeren zorgvuldig bewaarden, zoals eeuwenoude dagboeken, notitieboekjes, rekeningen en andere familiestukken. De combinatie van archeologie, archief- en literatuuronderzoek en oral history maakt het werk van Eshuis zo waardevol en uniek.
Niet alleen wat de grond verborgen hield, bekoorde hem, ook het zichtbare land ontsluierde zijn geheimen voor zijn scherpe blik. Eshuis kon het landschap ‘lezen’. Niet voor niets was zijn motto: ‘Historisch speurwerk is onvolledig als je het alleen binnenskamers verricht.’

Gerrit Jan Eshuis (1895-1980).

Privémuseum

Na zijn pensionering richtte hij zelf achter zijn bungalow aan de Kogellaan een klein museum in met zijn collectie bodemvondsten, waar professionele archeologen hem graag bezochten en raadpleegden. Het ging hem aan het hart toen hij in 1978 een deel van zijn verzameling overdeed aan de Oudheidkamer, toen nog onderdeel van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede, maar hij wist ook dat het de grootst mogelijke waardering was voor een leven lang zorgvuldig verzamelen. Een ander deel van zijn urnen en prehistorische gereedschappen stond hij af aan het Almelose historisch museum-in-oprichting, terwijl zijn collectie ‘halen’ (hangijzers boven de haard) in het gemeentehuis van zijn geboortestad belandde.

Mans Kapbaargprijs

Van Eshuis is wel gezegd dat hij ‘ontegenzeggelijk tot de belangrijkste Twentse amateur-oudheidkundigen’ van de twintigste eeuw mag worden gerekend. Als streekhistoricus, volkskundige en archeoloog heeft hij baanbrekend werk verzet. Met zijn vriend Reinier Kampman richtte hij de Twentse Werkgemeenschap voor Archeologie op en samen met de architect Jan Jans was hij de oprichter van het historisch genootschap Stad en Land te Almelo. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in 1974 de eerste winnaar was van de culturele ‘Mans Kapbaargprijs’.

Gerrit Jan Eshuis kreeg in 1974 als eerste de Mans Kapbaargprijs, de cultuurprijs van Almelo, uitgereikt. (Foto: fam. Nanninga, Almelo)

Het archief van Eshuis

Veel van Eshuis’ speurwerk is vastgelegd in krantenartikelen en een drietal boekwerken, waarvan er twee postuum verschenen. Zijn collecties zijn, zoals boven vermeld, bij verschillende instituten ondergebracht. En zijn omvangrijke archief? Gerard Vloedbeld jr. (1919-2012), een persoonlijk vriend van Eshuis, vertelde mij dat een onderwijzer verschillende leerlingen zag met allerlei paperassen in hun handen en hij zag ook papieren over het schoolplein dwarrelen. Hij ging op onderzoek uit en vond een grote vuilniszak vol met papieren. ‘Ik heb het maar zo gelaten’, zei de onderwijzer, ‘Ik wist ook niet wat ik er mee moest’. De vuilniszak stond bij de bungalow waar Eshuis zijn laatste jaren sleet.

Lees meer over Eshuis op WIE IS WIE in Overijssel

Hoofdfoto boven artikel:
Gerrit Jan Eshuis geeft uitleg bij een opgraving. Drs. A.L. Hulshoff, conservator Rijksmuseum Twenthe, luistert belangstellend toe. (Foto: TwentseWelle)

Door dinand webbink
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Beeld en geluid

Uit het youtube HCO kanaal

Vliegende Graf Zeppelin

Met de nationale luchtvaartschool de zeppelin tegemoet! De Graf Zeppelin vliegt boven Twente en Rotterdam. Dit fragment is opgenomen in juni 1932.

Meest recent toegevoegd

Uit de beeldbank van...

Vreemd varend voertuig

Vreemd varend voertuig

Het Deventer Dagblad van 29 juli 1963 vermeldde dat de heer Braun uit Duitsland rust in zijn vakantie wilde. Zijn zelfgebouwde amfibisch vehikel bood uitkomst: ‘…het is voor de automobilist geen plezier meer zich in het verkeer te wagen’, aldus de Duitser. Herr Braun voer over de IJssel en kwam om kwart voor twee in Deventer aan, waar hij bij het IJsselhotel de wal op reed. Na een picknick met vrouw en hondje stapte hij weer in en vertrok dobberend over het water richting Zwolle . Dat de reis via de waterweg langzamer ging, deerde hem niet, het was immers vakantie.

Foto: D.W. Nijland

Ga naar de beeldbank van Deventer in Beeld.

Door Ester Smit
Volgende pagina

Tankstation Glanerbrug: monument van de Wederopbouw

In maart 2013 werden 89 nieuwe rijksmonumenten op de monumentenlijst geplaatst. Het betrof bouwwerken uit de periode 1959-1965, de tijd van de tweede fase van de wederopbouw. De selectie werd gemaakt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Acht van de monumenten bevinden zich in Overijssel, waaronder het vroegere Purfina-tankstation in Glanerbrug.

Het Purfina-tankstation in Glanerbrug is nog steeds in gebruik.

Waarom zo bijzonder?

Het tankstation werd in opdracht van de N.V. Mafina in 1961 ontworpen door architect Sybold van Ravesteyn. Hij ontwierp ca. 25 benzinestations, waarvan alleen deze nog in de oorspronkelijke staat bewaard is gebleven. Het heeft een opvallende en onorthodoxe vormgeving en is geïnspireerd op de architectuur van Amerikaanse benzinestations. In zijn verschijningsvorm is het voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk en zeldzaam. Het is nog steeds in gebruik als benzinestation.

Bij de bouw integreerde Sybold een reeds ter plekke aanwezige dokterswoning in het ontwerp. Nog steeds zit er een woning achter de gevel met het adres Heldersplein 3. Het benzinestation ligt langs de weg Enschede-Gronau, vlak voor de grensovergang. Van oudsher was hier veel verkeer op de route Nederland-Duitsland. Het doel van de opmerkelijke vormgeving was de automobilist te laten stoppen om hem benzine of een versnapering te verkopen. De belijning in signaalrood, het terug liggende pompeiland en de immense reclamezuil dienden om op te vallen. Het gebouw werd ontwerpen in de stijl van het fuctionalisme, een stijl die goed past bij de sfeer van de wederopbouw (niet zeuren, maar werken).

Een uitgebreide beschrijving van het tankstation is te lezen op de website van CultureelErfgoed.nl.  

Andere Overijsselse monumenten uit de tweede fase van de wederopbouwperiode zijn:

Door de redactie
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Geschiedenis van alledag

De grootste klomp ter wereld staat in het Twentse dorp Enter

De grootste klomp te wereld is 403 cm lang en 171 cm breed en staat in het Twentse klompendorp Enter. Een klomp is een houten schoeisel dat al sinds de Oudheid bestaat. Tijdens de Middeleeuwen was het in grote delen van Europa de dagelijkse voetbedekking van vooral arbeiders en boeren. Je moest er even op leren lopen, maar dan hield een klomp je voeten warm en beveiligd tegen zware voorwerpen.

In veel landen bestaat nog steeds het beeld dat alle Nederlanders op klompen lopen. Door de toeristenindustrie wordt dit vooral niet tegengesproken. In werkelijkheid wordt de klomp zelfs op het platteland nog nauwelijks als dagelijks schoeisel gebruikt. Voor de Tweede Wereldoorlog was dat wel anders. Door de week droeg iedereen klompen die doorgaans eenvoudig waren versierd en ook vaak slijtageplekken hadden.
De oudste Nederlandse klomp zou uit Amsterdam komen, maar of dat waar is, is maar zeer de vraag. Wel is er een illustratie uit het eind van de Middeleeuwen waarop duidelijk een klomp te zien is. We kunnen dus veilig zeggen dat de klomp in zijn huidige vorm al 500 jaar gedragen wordt. De woorden ‘saboteur’ en ‘sabotage’ hebben ook een verband met de klomp. Het Franse woord voor klomp is namelijk ‘sabot’. In de jaren van de Industriële Revolutie gooiden ontslagen arbeiders hun klompen in de machine die hen moest vervangen om deze vast te laten lopen. Een echte sabotage-actie dus.

Klompen mochten niet het huis in. Dit keurig rijtje klompen wacht geduldig op hun dragers. (Foto: J.J. Heupink)

Klompendorp Enter

Klompen werden van populiere- of wilgenhout gemaakt als huisnijverheid, soms als neven-activiteiten van kleine boeren. Je kocht je klompen dan ook niet in de winkel maar bij de maker aan huis. Al in de achttiende eeuw waren in Enter tientallen klompenmakers, die hun productie voor een groot deel via de Enterse schippers afzetten in Deventer, Zwolle en andere grotere plaatsen.
De mechanisatie van de textielindustrie aan het eind van de negentiende eeuw betekende het einde van de huisweverij. Ook moesten verschillende steen- en pannenfabriekjes sluiten wegens gebrek aan grondstof. Veel kleine boeren kregen bovendien een grote teruggang in inkomsten voor hun kiezen vanwege een massale invoer van goedkope landbouwproducten. De Twentse boer moest dus uitzien naar vervangende inkomsten. De klompenmakerij was ideaal met het kleine boerenbedrijf te combineren.

Het klompendorp Enter in de jaren zestig. (Fotoarchief.nu)

Veel Entenaren stortten zich massaal op de klompenmakerij. De grondstof, de populier en de wilg was hier volop te vinden. Tussen 1890 en 1910 was de groei van het aantal klompenbedrijfjes spectaculair. In 1910 telde Enter 200 bedrijfjes met ongeveer 300 klompenmakers.
In de totale Nederlandse klompenproductie had Enter maar een verwaarloosbaar aandeel, maar de massale deelname aan het productieproces maakte dit dorp tot een waar klompenmakersdorp. Na de Tweede Wereldoorlog was het echter snel gedaan met de klompenindustrie. Maar nog steeds zijn er twee klompenbedrijfjes in Enter.

Met dank aan de Stichting Oudheidkamer Enter.

Lees meer over klompen op Overijssel - Plaatsbeschrijvingen 1880-1940.

Door Girbe Buist
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
. . . . . . . . . . .