MijnStadMijnDorp online magazine wordt geladen

Dit magazine is het best te bekijken in Internet explorer 9 of hoger, Firefox, Safari of Chrome

Edities

  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 1
    Juni 2013
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 2
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 3
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 4
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 5
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 6
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 7
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 8
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 9
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 10
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 11
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 12
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 13
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 14
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 15
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 16
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 17

Hoe bladert u door MijnStadMijnDorp online magazine?

  1. Met de pijltjestoetsen op uw toetsenbord kunt u van links naar rechts en van boven naar onder scrollen:

    keys
  2. Als u met de muis naar de rand van de pagina gaat, verschijnt er een donkergrijze balk met een pijl: als u daarop klikt gaat u naar links, rechts, boven of beneden.
  3. Aan de rechterkant bevindt zich een zwarte balk. Daarin staan alle pagina�s van boven naar beneden. Met de muis kunt u de pagina van uw keuze aanklikken. U kunt daar ook scrollen met uw muiswiel of slepen met uw muis.
  4. Bovenaan in de rechter kolom staan een aantal knoppen. Hieronder ziet u welke functie deze hebben.

    • Ga naar voorpagina
    • Lees instructies
    • Bekijk vorige edities
  5. Verder komt u nog een paar andere knoppen tegen in het magazine:
    • klik hierop om een foto groter te bekijken.
    • klik op deze knop om een foto weer te sluiten.

Hoe bladert u door MijnStadMijnDorp online magazine?

  1. Door met uw vingers over het scherm te vegen (�swipen�).
    Dit kan zowel van links naar rechts als van boven naar onder en vice versa.
  2. Via het rode blokje rechtsboven krijgt u meer mogelijkheden.
    Tik op het blokje of sleep het met uw vinger naar beneden:
    - bovenin verschijnt een rode balk waarin u kunt bladeren door te �swipen�.
    - midden onder verschijnen een aantal knoppen die u aan kunt tikken:
    • Ga naar voorpagina
    • Lees instructies
    • Bekijk vorige edities
  3. Verder komt u nog een paar andere knoppen tegen in het magazine:
    • klik hierop om een foto groter te bekijken.
    • klik op deze knop om een foto weer te sluiten.

Inhoudsopgave MijnStadMijnDorp online magazine

  • jaargang 3
  • nummer 1
  • januari 2015

Coververhaal

Genemuiden: bakermat van de bovenstem

Naar de plek van ...

Karin Kuipers, waterpolospeelster en recordinternational

Geschiedenis van alle dag

De doorsnee Overijsselaar drinkt 150 liter koffie per jaar

Overijssel in boeken

Uitgaven die recent in Overijssel zijn verschenen

Overijsselaars van toen

Herman Bode: ‘Willen we naar de Dam, dan gáán we naar de Dam’

Van de redactie
  • jaargang 3
  • nummer 1
  • januari 2015

2015 wordt een goed geschiedenisjaar

Het wordt een goed jaar!
De crisis is overal om ons heen. Culturele instellingen als musea, theaters en archieven hebben het moeilijk. Subsidies worden drastisch ingekort, personeel wordt ontslagen. Maar, ook overal zien wij positieve ontwikkelingen en leuke nieuwe initiatieven. Men (HCO, IJsselacademie en TwentseWelle) gaat samenwerken en houdt zich bezig met terreinen die in het interessegebied van een breed publiek vallen. Wat te denken van de verdwijnende plattelandscultuur. Ik krijg daar beelden bij van rode tractors en geurende korenbulten.

Ook uw online magazine MijnStadMijnDorp ontwikkelt zich verder en hoopt aan de vraag naar goede en leuke informatie over het verleden te blijven voldoen. Zaken die u nog niet wist, maar wel graag had willen weten. Opmerkelijke feiten als de geschiedenis van het zingen met bovenstem. Dit is het nummer van de mannen, misschien zelfs wel de ‘mannenbroeders’. Op de foto’s is te zien hoe de koorleden vol overgave bij het zingen zich bijna rechtstreeks – het hoofd naar boven – tot God wenden.

Het Oversticht houdt zich eveneens vol overgave en met veel plezier met het verleden bezig. Het levert een prachtig artikel over de Wederopbouwarchitectuur op. Een echte mannetjesputter uit het verleden was vakbondsman Herman Bode uit Twente. Beroemd is zijn oproep: ‘Willen we naar de Dam? Dan gaan we naar de Dam!’ Met veel persoonlijke details, dingen die u nog niet wist van Herman Bode.
Verder vertelt restaurateur Philip Heitkamp over zijn passie, het restaureren van oude boerderijen.
‘Glas in Tubbergen’ gaat over glas-in-lood ramen in de St.-Pancratiuskerk in Tubbergen. De glazen zijn vervaardigd door vijf generaties Nicolas en een hoogtepunt in de glazenierskunst in Nederland. Maar in MijnStadMijnDorp staan veel meer leuke artikelen. Dus zorg ervoor dat u niets over het hoofd ziet!

2015 wordt een goed geschiedenisjaar, dus blijf ons volgen!

Abonnement?

Ontvangt u graag MijnStadMijnDorp Online Magazine? Meld u dan gratis aan voor een abonnement en ontvang een bericht wanneer het nieuwe nummer klaarstaat!

JA, IK WIL EEN ABONNEMENT

Colofon

Redactie

Menno van der Laan (HCO), Inge Zomer (HCO), Tonny Peters (Rijnbrink Groep), Martin van der Linde (IJsselacademie), Dinand Webbink (SAB) en Doreen Flierman.

Grafisch ontwerp

ZinOntwerpers (Zwolle)

Correspondenten

Ewout van der Horst (IJsselacademie), Henk Beens (Stichting Stadswacht Genemuiden), Dinie Hekman, Girbe Buist, Roland de Jong (HCO), Thea Kroese, Ben Siemerink, Mascha van Damme (Oversticht), Annelien Keen en Landschap Overijssel.

Redactieadres

infomsmd@mijnstadmijndorp.nl

Beeldmateriaal

Wij hebben ons uiterste best gedaan de rechten met betrekking tot het beeldmateriaal te regelen volgens de bepalingen van de Auteurswet.

Abonnement

Wilt u ook het MijnStadMijnDorp online magazine ontvangen? Meld u dan aan voor de mailing, dan wordt u automatisch op de hoogte gehouden van de volgende uitgave.

hcoverijssel
atheneum
rijnbrink

Philip Heitkamp: ‘Intens genieten van de sfeer van vervlogen tijden’

Het rode pannendak van Erve Huiskes schittert in de nazomerzon. De Twentse boerderij is fraai gelegen aan de rand van recreatiegebied Hulsbeek bij Oldenzaal. Enkele jaren geleden is de bouwval verbouwd tot woning met vergaderruimte en schaapskooi. Inmiddels heeft het pand een nieuwe bestemming gekregen als dagopvang voor senioren. 

Restauratiedeskundige Philip Heitkamp is druk in gesprek met de nieuwe huurder van het pand. Hij mag zijn ontwerp van enkele jaren terug aan de eisen van het nieuwe gebruik aanpassen. Met gepaste trots laat hij de potstal met vernieuwd sporendak zien, waar de schapen plaatsmaken voor ouderen van dagen.

Erve Huiskes na afronding van de restauratie (foto: Philip Heitkamp)

Philip Heitkamp (Oldenzaal, 1967) heeft een naam opgebouwd in Twente en omgeving als deskundige op het gebied van het behoud van oude gebouwen. Wie is deze bevlogen romanticus met hang naar authentieke panden? Wat doet hij zoal? En waarin onderscheidt hij zich van anderen? Voor antwoorden op deze vragen nemen we onze toevlucht tot het nabijgelegen restaurant Erve Hulsbeek. Heitkamp kan het niet nalaten even te wijzen op de profilering van de raampartijen, deels met glas-in-lood, dat zo fraai strijklicht oplevert. Ze wisten vroeger wel wat sfeervol was, wil hij maar zeggen.

De passie voor traditioneel Twents vakmanschap zit Heitkamp in het bloed. Zowel zijn vader als overgrootvader waren timmerman. ‘Het leek mij vroeger al geweldig als je zelf een kapconstructie of dakkapel kon timmeren’, aldus Heitkamp. Als scholier tekende hij al oude pandjes in de Oldenzaalse binnenstad. Hij kan intens genieten van de ‘prachtige sfeer van vervlogen tijden’ in oude gebouwen. De combinatie van ambachtelijk handwerk en doelmatige vormgeving treft hem nog dagelijks.

De ontmanteling van Erve Huiskes (foto: Philip Heitkamp)

Na een afgeronde HBO-opleiding Maatschappelijke Dienstverlening schoolde Heitkamp zich om en begon een loopbaan als leerling-restaurateur bij de Blasiuskerk in Delden. Hij deed vervolgens een opleiding voor projectleider in de restauratiebranche in Hengelo. In 1998 begon Philip voor zichzelf als bouwkundig tekenaar en restauratie-adviseur. Intussen spijkerde hij in Leiden zijn kennis bij op het gebied van bouwhistorie. Hij werkte voor Stichting Historisch Boerderij Onderzoek in Arnhem en kreeg steeds ambitieuzere restauratieklussen: van de voormalige papiermolen in Oud-Ootmarsum, nu eigendom van Staatsbosbeheer, en de Vrije School in Enschede tot een hele serie van karakteristieke Twentse boerenerven. Onlangs was hij in de omgeving van Ootmarsum betrokken bij de restauratie van een boerenerf waar hij al vaak met bewonderende blik langs was gereden. ‘Ik voelde mij gewoon vereerd dat ik daar aan de slag mocht’, bekent hij.

Zijn bedrijf 'Anno 1998' in Oldenzaal staat eigenaren bij in de planvorming en vergunningaanvraag van een restauratie tot selectie van aannemers en toezicht op de uitvoering. Met zijn bouwtechnische inzicht kan hij klanten met grote plannen en een klein budget vaak al gauw uit de droom helpen. ‘Transparantie is heel belangrijk’, zegt Heitkamp als praktijkman. ‘Mensen moeten van tevoren weten waar ze aan toe zijn. Anders stapel je de ene tegenvaller op de andere.’ Het is een zoektocht die hij samen met de bewoners maakt, benadrukt hij. Intussen tovert hij de ene prachtige tekening na de andere uit zijn meegenomen tekenmap. ‘Kijk, bij deze monumentale boerderij in Haaksbergen hebben we door middel van een glazen sluis de boerderij en schuur aan elkaar verbonden.’

Restauratie van het pand (foto: Philip Heitkamp)

Voor Heitkamp is het de uitdaging om de authentieke uitstraling van een pand waar mogelijk te handhaven. ‘Uiteraard moet je een gebouw aanpassen aan de moderne eisen’, zegt hij, ‘maar soms kiezen mensen wel erg makkelijk voor strak en gemak. Het zijn toch vaak de historische elementen waar ze bij de aankoop voor gevallen zijn.’ Materiaalgebruik en afwerking kunnen veel verschil uitmaken. ‘Houd het sober en doelmatig’, luidt zijn advies, ‘meer dan absoluut noodzakelijk moet je het pand niet toetakelen.’ Als de vertrouwde aanblik van buiten en de sfeer van binnen behouden zijn gebleven, kan Heitkamp met voldoening op een klus terugblikken.

Het eindresultaat na afronding van de restauratie (foto: Philip Heitkamp)

Na afloop van het gesprek lopen we nog even naar de Watermolenbrug over de Hulsbeek. Vanaf de brug zijn de stenen restanten van een watermolen uit circa 1550 duidelijk zichtbaar. Heitkamp was als projectleider nauw betrokken bij de aanleg van dit kunstzinnig monument. Hij maakte zelf het ontwerp van het molenrad dat even verderop in de beek staat. Inmiddels is hij als vrijwilliger ook actief bij de boerderijenstichting Twentse Erven. Het is tekenend voor Heitkamp, die zich met hart en ziel voor het regionale erfgoed inzet.

Foto boven dit artikel: Ewout van der Horst

Door Ewout van der Horst
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Genemuiden: bakermat van de bovenstem

Generaties lang beleden Genemuidenaren hun Godsvertrouwen met het zingen van geloofsliederen. Dat deden ze in blijde tijden, maar ook bij droeve gebeurtenissen. Al in de negentiende eeuw begeleidde een aantal zelfbewuste, spontane mannenstemmen de kerkzang van de hervormde gemeente met een tegenmelodie in een hogere toonsoort: de bovenstem. De tenoren zongen de bovenstem vol overgave, waarbij ze vaak gingen staan om hun beleving kracht bij te zetten.

Bakermat

Het massale, eenvoudige psalmgezang op hele noten, was voor veel Genemuidenaren van een bijzondere schoonheid. Organist en gemeente waren één en kwamen tot ontroerende muzikale hoogtepunten. Van generatie op generatie bleef het zingen met bovenstem deel uitmaken van de kerkzang. Tegenwoordig klinkt de tegenmelodie nog in meerdere kerken in Genemuiden en in een beperkt aantal andere plaatsen in ons land, zoals Yerseke en Nieuw Lekkerland. Volgens kenners als de bekende organist Pieter Heykoop, gebeurt het zingen met bovenstem echter nergens zo puur en natuurlijk als in Genemuiden. Deze plaats wordt doorgaans beschouwd als de bakermat van de bovenstem.

Gezicht op Genemuiden met links op de achtergrond de Nederlands Hervormde Kerk (collectie Historisch Centrum Overijssel)

Geëmotioneerd

Veel zangers en toehoorders raken door de intensiteit van de zang geëmotioneerd. Dominee A. van Brummelen uit Huizen verwoordde die emotie nadat hij in 1990 een kerkdienst van de hervormde gemeente in Genemuiden bijwoonde: ‘Toen begon het…. krachtig zette het orgel in, in langzaam tempo en daarna volgde de gemeente in machtige zanggalm. Neen, geen ritmische zangwijze, geen snel tempo, maar op de manier als van een zeilschip, dat met volle zeilen de haven uitvaart. Het geluid van het psalmgezang kwam van ver, het geluid steeg hoger en hoger, totdat het dakgewelf één en al muziek was. Het was alsof de bazuinblazende beelden op het orgel meededen. Je hoorde en zag de gemeente zingen. Wat een prachtig gezicht! Eén en al stemmen, van ver en dichtbij. Hoog en laag, waarbij een aantal tenoren de bovenstem zong. In lange tijd hadden wij niet zo horen zingen.’

Bovenstemzangers op een oefenavond. Van links naar rechts: Albertus van Dijk, Arend Booi en Henk Hammer

Boven de melodie uit

De naam bovenstem kan worden verklaard uit het gegeven dat een aantal zangers, voornamelijk tenoren, boven de melodie van de psalm uitzingt. De hoogste noten worden soms met kopstem (falset) gezongen. De rol van de organist is hierbij cruciaal. Hij harmoniseert de melodie van de psalm zodanig dat spontaan de bovenstem erbij kan worden gezongen. Traditionele koraalboeken, zoals Worp en Van Krieken, kunnen daarvoor niet worden gebruikt, omdat ze alleen zijn afgestemd op de melodie van de psalm. Het is essentieel dat de organist de genoemde speeltechniek beheerst, maar ook de tenoren weet te stimuleren om de bovenstem in te zetten. Omdat de harmonisaties van de melodie verschillend kunnen zijn, zijn er in de plaatsen waar de bovenstem klinkt verschillen in karakter en toonhoogte. Dat is zelfs nog het geval in de verschillende kerken in Genemuiden. Sinds 23 november 2013 is de Genemuider bovenstem opgenomen in de inventaris die van het immaterieel erfgoed in Nederland is gemaakt. Andere Overijsselse voorbeelden daarvan zijn: het Staphorster stipwerk, de bloemencorso’s in Vollenhove en Sint Jansklooster en het midwinterhoornblazen in Twente. Door de aandacht die hierbij gepaard ging, kreeg de bovenstem een impuls. In meerdere plaatsen ontstonden spontaan groepen bovenstemzangers.

Christelijk Genemuider Mannenkoor Stereo (foto: Peter Nienhuis)

Jan Zwanepol

Oorspronkelijk klonk de Genemuider gemeentezang met bovenstem heel anders dan tegenwoordig. De tenoren zongen in het verleden met draaiingen en loopjes. Bovendien werd de tegenmelodie improviserend gezongen. Omstreeks 1975 werd de Genemuider bovenstem voor het eerst op muziek gezet door de toenmalige dirigent van het Christelijk Genemuider Mannenkoor Stereo: Jan Zwanepol. De psalmen met een toonzetting in grote terts (majeur) lenen zich het beste voor spontane gemeentezang met bovenstem. In het doorgeven van de bovenstem van generatie op generatie hebben organisten, maar ook het Christelijk Genemuider Mannenkoor een belangrijke rol gespeeld.

Luisterfragment

Gemeentezang met bovenstem in de hervormde kerk van Genemuiden

Zingen maakte deel uit van de identiteit

Genemuiden heeft altijd een echte zangcultuur gehad. Volgens de inmiddels overleden musicus Zwanepol zat het zingen, maar ook de bovenstem, de Genemuidenaren in de genen. Uit overleveringen blijkt dat in het verleden zelfs Genemuider biezensnijders psalmen met bovenstem zongen tijdens de biezenoogst aan de kust van de Zuiderzee. Passerende schippers van zeilschepen hoorden de door het water gedragen mystieke zang en vertelden erover. Ook is bekend dat in menig Genemuider huisgezin na de maaltijd een psalm werd gezongen, waarbij de vader bewust de bovenstem zong om die door te geven aan zijn kinderen. Dat gebeurde ook wel in de stal tijdens het melken. Daarnaast werd de tegenmelodie overgedragen tijdens de erediensten. Zingen maakte deel uit van de Genemuider identiteit. Er was tot de jaren zestig van de vorige eeuw zelfs sprake van straatzang. Groepen jeugd, die op zaterdag- en zondagavond door Genemuiden slenterden, zongen liederen, waarbij door de jongeren spontaan een tegenmelodie gezongen werd.

Psalm 42: 't Hijgend hert, der jacht ontkomen

Claude Goudimel

Meerstemmig zingen was in Genemuiden niet vreemd. Al in de negentiende eeuw gebeurde dit bij de Ledeboeriaanse gemeente van Genemuiden, de Hazeuzangers, de jongelingsvereniging van de hervormden en in bijeenkomsten van groepen jongelui. Ze gebruikten allemaal hetzelfde psalmboek met een vierstemmige toonzetting. De partij die de tenoren zongen, stond genoteerd als de Altus. De oorsprong van het psalmboek ligt in een uitgave van de Geneefse psalmen met een vierstemmige toonzetting van de zestiende-eeuwse Franse Renaissance-componist en muziekuitgever Claude Goudimel. Deze bundel psalmen werd uitsluitend gebruikt in de huiselijke kring en door gezelschappen. Gevluchte Hugenoten namen de bundel mee naar de Nederlanden. Daar kreeg deze een berijming in het Nederlands. Ongetwijfeld heeft het meerstemmig zingen een impuls gegeven aan het zingen van de bovenstem in de erediensten.

Bron: H. Beens, “Genemuiden en de Bovenstem” (Genemuiden 2010).

Door Henk Beens
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Naar de plek van...

Karin Kuipers, waterpolospeelster en recordinternational

Vrijdag 12 december, een stormachtige dag. Binnen in Het Ravijn, zwem-sport-en zorgcentrum te Nijverdal, is het behaaglijk warm. Ik wacht op Karin Kuipers, voormalig waterpolospeelster en recordinternational, drie keer kampioen van Nederland, negen keer de beker en fraaie ereplaatsen in de Europa Cup.

Ze komt binnenstappen, ik kijk in een paar heldere ogen en zie een sterke, vrolijke vrouw met veel uitstraling. Het Ravijn is de plek van Karin, hier begon haar droom. We lopen naar het wedstrijdbad, het is rustig. Zittend op de tribune, kijkend naar het water, vervolgen we ons gesprek.

`Het eerste gevoel wat opkomt is thuiskomen. Dag en nacht lag ik in het water. Waterpolo was mijn leven, op mijn veertiende jaar zat ik al in het 1e dameselftal van Het Ravijn. Ik wilde het hoogst haalbare, de snelste zijn, de beste waterpoloster van de wereld worden.` Uit alles wat ze zegt over waterpolo blijkt haar passie en liefde voor deze sport.

De plek van Karin:


Karin Kuipers, teamplayer, sociaal betrokken, gedisciplineerd, superfanatiek en een gezelligheidsdier. Ze vertelt over haar familie, een sportgezin, twee broers en twee zussen, Karin was de jongste. ‘Mijn ouders waren er altijd voor mij, ze gingen overal mee naar toe, waar we ook speelden. Ik had het geluk dat mijn familie zo betrokken was bij de waterpolo en ze mij het succes gunden.`

Een glanzende carrière ligt achter haar. Ze werd uitgeroepen tot de beste aanvalster van de wereld en was vele jaren een van de beste speelsters van Nederland. Het hoogtepunt voor Karin waren de Olympische Spelen in 2000. Met haar team ging ze voor goud. Maar het mocht niet zo zijn, de ploeg eindigde net naast het podium. ‘De druk was groot, er waren wat spanningen binnen het team, het liep gewoon niet.’ Ze was er destijds ziek van.

In juni 2014 werd ze opgenomen in de Swimming Hall of Fame. Een grote eer, ze werd betiteld als waterpololegende.

Karin Kuipers, moeder van Teun en Pien, al vele jaren partner van Andre Gorter. ‘Mijn vriendje’, zegt ze en haar ogen stralen. Dankbaar is ze voor al het goede en geluk in haar leven. Ik vraag haar of ze nog wensen heeft. ‘Ik hoop wat meer innerlijke rust te vinden’, zegt ze, ‘Daar ga ik mijn best voor doen’. Ik ga naar huis. Karin blijft nog even zitten en geniet, zoals altijd, van `haar plek’, hier in Het Ravijn.

Bij de foto bovenin:

Karin Kuipers in actie. Achter haar is door de fotograaf Jan Broekman een fragment gemonteerd van een muurschildering vervaardigd door Ping Frederiks en Atanas Kolev.

Door Dinie Hekman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Tubbergen: een jarenlange fascinatie met glas

Sinds 1997 wordt in Tubbergen een glasfestival georganiseerd van internationale allure: Glasrijk. Maar wat maakt Tubbergen het glascentrum van Overijssel en hoe is de band tussen Tubbergen en glas ontstaan?

Het jaarlijkse glasfestival is een succes. Glaskunstenaars en glasliefhebbers van over de hele wereld treffen elkaar ieder jaar in Tubbergen. Maar het verhaal van het glas in Tubbergen gaat heel wat verder terug dan 1997.

Het interieur van de St. Pancratius Basiliek

De fascinatie met glas begint bij de St. Pancratiusbasiliek in Tubbergen. Ooit stond op de plaats van de huidige basiliek een eenvoudige houten kapel die was gewijd aan Pancratius, beschermheilige van de kinderen en één van de IJsheiligen. Deze kapel was gesticht door de parochie in Ootmarsum en groeide enige tijd later uit tot een éénbeukig kerkje. In de zestiende eeuw werd de toren gebouwd van Bentheimer steen en werd Tubbergen een zelfstandige parochie. Het waren echter roerige tijden, de Tachtigjarige Oorlog was in volle gang, en ondanks het feit dat Tubbergen grotendeels katholiek was, ging de kerk over in protestantse handen. In 1634 werd de kerk voor katholiek gebruik gesloten. Pas in 1809 kwam hier verandering in. De toenmalige koning, Lodewijk Napoleon, gaf de kerk terug aan de katholieke gemeenschap nadat hij erachter was gekomen dat er in heel Tubbergen maar 68 protestanten woonden. Maar de jaren dat de kerk in onbruik was geweest, hadden hun sporen nagelaten. Het gebouw was verwaarloosd. Restauratie was noodzakelijk, uitbreiding gewenst. Na jaren van beraad werd besloten tot het bouwen van een nieuwe kerk en in 1896 werd een gedeelte van de oude kerk afgebroken. De oude toren uit de zestiende eeuw bleef echter staan.

In 1897 werd Alfred Tepe aangetrokken, een leerling van Pierre Cuypers, de architect van o.a. het Rijksmuseum in Amsterdam. Tepe werkte vooral in een neogotische stijl. Het atelier van de beroemde glazenier Frans Nicolas (1826-1894) uit Roermond kreeg de opdracht de ramen te vervaardigen. Frans Nicolas was in 1850 een glasatelier begonnen in Roermond en dit atelier, F. Nicolas & Zonen, was al snel uitgegroeid tot het bekendste glasatelier van Nederland. Een van de belangrijkste kenmerken van het werk van Frans Nicolas was het heldere kleurenpalet.

Deze oude glas-in-lood ramen bevinden zich nu achter het hoofdaltaar. Het middelste raam beeldt het Laatste Avondmaal uit en het Paasmaal. Links is het raam te zien met de afbeelding van de geboorte van Christus en Mozes in het biezen mandje. Het rechterraam beeldt de verrijzenis van Christus en de redding van Jona uit. De zonen van Frans Nicolas, Charles en François, zijn verantwoordelijk voor de twee ramen links en rechts van het hoofdaltaar. Deze ramen verbeelden allebei vier heiligen.

Joep Nicolas aan het werk

Ter ere van het priesterjubileum van pastoor A.P.G. Schaepman besloot men de kerk te verfraaien. Na lang beraad koos men voor glaskunstenaar Joep Nicolas (1897-1972). Bij aankomst in de kerk constateerde Joep dat zijn vader en grootvader de al aanwezige glas-in-lood ramen hadden vervaardigd. Men had zich dat nog niet gerealiseerd.

Joep Nicolas ontwierp acht ramen waarin het verhaal van de Apocalyps wordt verteld. Zijn stijl is duidelijk anders dan die van zijn voorvaders, minder klassiek, maar ook hier vallen de heldere kleuren op. In de kerk was nu het werk van drie generaties Nicolas aanwezig. Maar hiermee eindigde het werk van de familie Nicolas voor de St. Pancratiusbasiliek in Tubbergen niet.

Apocalyps, Openbaringen 19:11-13 door Joep Nicolas

Een opdracht voor twee ramen die respectievelijk Mozes en de Bergrede zouden uitbeelden, werd in overleg met Joep Nicolas door zijn neef Joep Nicolas van Ronkenstein uitgevoerd. In 1972 nam Joep Nicolas opnieuw een opdracht aan van de H. Pancratius Parochie om tien ramen te ontwerpen. Hij overleed helaas onverwacht. Zijn dochter Sylvia Nicolas werd bereid gevonden het werk op zich te nemen. Zij verzorgde ook de ramen in de Mariakapel.

Het werd Tubbergen duidelijk wat een schat zij hiermee in huis hadden. De interesse voor glaskunst, niet alleen in de vorm van gebrandschilderde ramen maar ook in andere vormen, nam toe. De naam van de familie Nicolas bleef in de wereld van de glaskunst onverminderd populair. Een stichting werd in het leven geroepen om het behoud van de ramen te waarborgen. In de jaren negentig van de vorige eeuw werden opnieuw de banden aangehaald met de familie Nicolas. Aan Diego Semprun Nicolas, zoon van Sylvia en kleinzoon van Joep Nicolas, werd gevraagd de ramen te ontwerpen voor het zuidportaal en de dagkapel. Met deze opdracht kwam het aantal generaties Nicolas dat aan deze kerk heeft gewerkt op vijf. In 1999 ontwierp Diego Semprun Nicolas het raam voor de toren. Het beeldt het Loflied van Daniël uit. Opvallend zijn hier de duidelijke Twentse kenmerken in het afgebeelde landschap.

Het Loflied van Daniël, door Diego Semprun Nicolas

De ramen van de familie Nicolas, het succesvolle festival, het heeft ervoor gezorgd dat ook andere glaskunstenaars zich gevestigd hebben in Tubbergen. Ook Diego Semprun Nicolas heeft hier sinds jaren zijn atelier. De St. Pancratiusbasiliek is open voor bezoekers maar wilt u meer weten over de ramen dan is het mogelijk een afspraak te maken voor een rondleiding via het VVV in Tubbergen zie vvvtubbergen.nl. Meer informatie is ook te vinden op www.hpancratius.nl. Voor meer informatie over festival Glasrijk zie glasrijk.nl.

Met dank aan Stichting ‘Vijf Generaties’ Tubbergen voor het beeldmateriaal.

Door Doreen Flierman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Cultuuhistorie in Overijssel

De schatkamer van Deventer Boekenstad

Deventer Boekenstad opent de deuren van haar schatkamer! In de monumentale hal aan Het Klooster is veel te ontdekken: meterslange boekrollen, overdadig versierde getijdenboeken, schitterende incunabelen (boeken gedrukt voor 1501), prachtige planten- en kruidenboeken en uitbundig geïllustreerde atlassen.


Naast spectaculaire wisselende exposities wordt het verhaal van Deventer Boekenstad verteld en toegelicht met kenmerkende voorbeelden uit de rijke boekgeschiedenis van de Hanzestad.

Monnikenwerk, het geschreven boek van 800-1500

Verlengd tot en met 13 februari 2015

Het waren niet alleen monniken, maar ook zusters en ambachtslieden die al die prachtige middeleeuwse boeken schreven en versierden. Maar monnikenwerk was het wel. Met uiterste precisie en groot vakmanschap werden gebedenboeken, psalteria, Bijbels, medische boeken, kronieken en andere werken gefabriceerd. Aanvankelijk gebeurde dit op perkament, later ook op papier.

In 'Monnikenwerk' ziet u handschriften vanaf de negende eeuw tot circa 1500. De expositie belicht de rijke geschiedenis van de West-Europese boekproductie. Daarnaast is er speciale aandacht voor enkele voorbeelden van oosterse handschriften uit latere eeuwen die verband houden met het koloniale verleden van de Nederlanden.

Hal Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek

Klooster 12
7411 NH Deventer
De hal is geopend van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00-17.00 uur
Openingstijden kunnen afwijken in vakantieperiodes.
Raadpleeg de website sabinfo.nl 
Toegang gratis

Door de redactie

sPECtaculair! De historie van PEC Zwolle in foto's

Onder de noemer ‘FOTOntdekkingen’ brengt het Historisch Centrum Overijssel (HCO) in eigen huis en op wisselende locaties in de stad unieke historische foto’s van Zwolle in beeld. Foto’s die het verdienen van schatkamer naar toonkamer te worden gehaald. Tot en met 6 maart '15 staat voetbalclub PEC Zwolle centraal in: 'sPECtaculair!'.

PEC Zwolle in historische foto's

Nog nooit in het bijna 105-jarig bestaan is PEC Zwolle zo populair geweest. De verovering van de KNVB Beker zorgde in april 2014 voor een golf van enthousiasme in Zwolle en de wijde omgeving die niet alleen tot de voetballiefhebbers beperkt bleef. Het winnen van de Johan Cruijff Schaal, het eerste Europese avontuur in de clubgeschiedenis tegen Sparta Praag en de goede resultaten in de Eredivisie zorgen ervoor dat de populariteit van PEC Zwolle ongeëvenaard is. Reden voor het HCO om een foto-expositie te maken met mooie beeldherinneringen aan en van deze eredivisieclub.

‘sPECtaculair’

16-12-2014 t/m 06-03-2015
Historisch Centrum Overijssel
Vrije toegang | di t/m do, vr ochtend

Activiteitenprogramma

Naast de expositie organiseert het HCO diverse activiteiten voor jong en oud: vertoning van (historische) films van PEC Zwolle, met als hoogtepunt, in de voorjaarsvakantie, dé finalewedstrijd tussen PEC Zwolle en Ajax in zijn geheel; lezingen over de historie van de club, rondleidingen door de expositie met een echte PEC Zwolle-kenner en een speurtocht voor de jeugd met coole verrassing! Houd voor het programma de HCO agenda in de gaten.

Door Historisch Centrum Overijssel

Stem op je favoriete boek uit Overijssel!

Wat is het beste Overijsselse boek van 2014? De eerste selectie heeft plaatsgevonden en de nominaties zijn bekend. Tijdens het festival Overijssel Verwoord op 4 maart worden de winnaars bekend gemaakt. Dit jaar wederom een categorie fictie en non-fictie, maar voor het eerst bepaalt het publiek welke fictieschrijver er met de eer vandoor gaat!

Nominaties Categorie Fictie

Rodaan Al Galidi | ‘Bloesemtocht’
Antwerpen: De Bezige Bij, 2014. 350 pag.

Kader Abdolah | ‘Papegaai vloog over de IJssel’
Amsterdam: Prometheus, 2014. 447 pag.

Almar Otten | ‘Het ronde huis’
Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 2014. 351 pag.

Michelle Visser | ‘Opstand’
Amsterdam: Boekerij, 2014. 349 pag.

Publieksprijs

Dit jaar wordt de winnaar in de categorie Fictie gekozen door het publiek. Vanaf 15 januari, 18:00 uur, kan er gestemd worden op het favoriete boek op OverijsselVerwoord.nl. Deelnemers helpen niet alleen hun favoriete schrijver, maar maken ook kans op een mooi boekenpakket!

Nominaties Categorie Non-fictie

Ewald Mensink | ‘Aan grond gebonden: van toen er nog geen voetbal was of hoe de tijd kwam in een buiten het verkeer gelegen Twentse gemeenschap’

Jaap Scholten | ‘Horizon City: een onvolledig en historisch niet noodzakelijkerwijs altijd correct portret van een familie van opgejaagde menisten, grootindustriëlen, kleinwildjagers, landhuizenbouwers, collectioneurs, polygame avonturiers, dromers en dappere vrouwen’

Rosanne Baars | ‘Het journaal van Joannes Veltkamp (1759-1764): een scheepschirurgijn in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam’

Nurettin 'Nuri' Bakaryıldız | ‘Succes krijg je niet cadeau: het levensverhaal van een eerste-generatie-gastarbeider in Nederland’

Roel H. Smit Muller | ‘De familie Bokhorst: verrassend veelzijdig’

Paul Wigger | ‘Wett'n van toet'n en bloaz'n: het maken van een midwinterhoorn’

Kijk voor informatie over de verkiezing, de juryleden en de nominaties op: OverijsselVerwoord.nl

Door de redactie

Oudheidkamer Twente zoekt schatbewaarders

De Vereniging Oudheidkamer Twente werd opgericht in 1905 en is de oudste oudheidkamer van Twente. De collectie is in het 100-jarig bestaan van de vereniging flink gegroeid. Niet alleen voorwerpen als schilderijen, boeken, foto’s, prenten, gebruiks- en kunstvoorwerpen, munten en penningen, maar ook verschillende natuurgebieden zoals de grafvelden van Vasse en Mander en de Hunenborg bij Volthe behoren tot de collectie.


De Oudheidkamer Twente heeft een groot gedeelte van de collectie in langdurig bruikleen gegeven aan verschillende kerken, oudheidkamers en musea in Twente zodat deze door het publiek gezien kan blijven worden. Een belangrijk deel van de collectie is te zien museum TwentseWelle in Enschede. De natuurgebieden waarvan een aantal archeologisch monument zijn, worden beheerd door Landschap Overijssel.

Om de collectie veilig te stellen, noodzakelijke restauraties te kunnen uitvoeren en nieuwe aankopen te kunnen doen, is men op zoek naar Schatbewaarders, bedrijven en personen, die de Oudheidkamer Twente de komende jaren willen steunen bij het behoud van het Twents cultureel erfgoed.

Ook Schatbewaarder worden?
Zie oudheidkamertwente.nl voor meer informatie.

Door de redactie

Wat is de beste historische website of app?

De Geschiedenis Online Prijs bekroont de beste historische website of app. De top 20 met kandidaten voor de publieksprijs en de shortlist voor de juryprijs zijn bekend!

Stemmen voor de Geschiedenis Online Prijs kan t/m 5 februari. De uitreiking vindt plaats op donderdag 12 februari 2015 in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.

Kijk en stem mee op GeschiedenisOnlinePrijs.nl

Door de redactie
Beeld en geluid

Uit het youtube HCO kanaal

HEEMAF stofzuiger (1937)

Even de krant lezen terwijl de vrouw de vloer stofzuigt. Maar wat als de radio gaat storen? HEEMAF bracht de oplossing met een 'radiostoringsvrij' apparaat. Bekijk deze komische reclame uit 1937.

Meest recent toegevoegd

Uit de beeldbank van...

Historisch Centrum Overijssel

Wintersport in Nederland. Skiën op de Lemelerberg bij Hotel Park 1813.

‘Hotel in schitterende omgeving. Ingericht voor gezelschappen, diners en partijen. Heerlijke zitjes in serre en op het terras met mooie panorama's. Prachtige ski-banen, ski's en bobsleden aanwezig. Winter en zomer geopend. Afstand vanaf Ommen 7 km. Afstand vanaf Hellendoorn 7 km. Prospectus voor pension enz. op aanvrage, hotel Park 1813 Lemelerberg, tel 213 Lemele.’

Zo luidt het opschrift op de achterkant van deze prent. Hotel Park 1813 stond al in 1932 op het hoogste punt van de Lemelerberg en genoot een enorme bekendheid. In de jaren zeventig in gebruik genomen als Theehuis De Lemelerberg. In de jaren negentig was het pand compleet verpauperd, waardoor het in 2002 dreigde verkocht te worden aan Landschap Overijssel met optie tot sloping. De uitspanning werd echter overgenomen en verbouwd door de familie Fogarin-Bosch en in 2003 heropend.

Door de redactie
Volgende pagina

Kaasbuffet Twente; kaasgerechten met streekeigen ingrediënten

Gelukkig is het nog steeds niet nodig om zeer exclusieve ingrediënten uit verre landen aan te schaffen om iets bijzonders op tafel te zetten. Met die oer-Nederlandse kaassoorten kun je verrassende spijzen bereiden. Bovendien is het een geliefd product in de vegetarische keuken. Ik vind het zelf ook altijd een uitdaging om bij kaas een tapenade te bedenken van onder andere kruiden en plantjes uit onze Twentse omgeving en omdat ik nooit opschrijf hoe ik iets gemaakt heb, zijn er nooit twee tapenades hetzelfde.

Soms moet je snel iets organiseren voor een onverwacht feestje, een prijsuitreiking, secretaressendag, een verrassend bezoek of wat dan ook. In onze regio is een rijke keuze aan kaaswinkels en kaasboerderijen en dus kunnen we daar lekker rondneuzen voor meerdere kaassoorten. Vergeet daarbij ook zeker de geitenkaasboerderij in Delden niet. Brood erbij en de dis is in een handomdraai bereid. Natuurlijk kun je dan gewoon een aantal kaassoorten op plankjes schikken, wat garneren met groen, olijven, fruit en kerstomaatjes. Neem in zo’n geval dan een dwarsgezaagde boomplank, zo’n schijf. Daarop schik je dan wat wilde bloemen en daartussen je kaasaanbod. Het is echter ook heel aardig om wat kaasgerechtjes te fabriceren. Als het kan van eigen bodem, met af en toe een bijrolletje voor een kaasje uit andere streken.

Allereerst wil ik dan uw aandacht voor het drankje bij zo’n kaasplankje. Pluk in de nazomer de vruchtjes van de sleedoorn. U kent die struik toch wel, die in het voorjaar hier in Twente zo rijk bloeit op het naakte hout. Onbegrijpelijk dat een zo schone bloeier zulke wrange vruchten voortbrengt. Echt waar ze zijn niet te pruimen. Het geheim is echter dat een drankje van deze sleedoornpruimpjes weer wel tongstrelend is. De vruchtjes moeten wel eerst een dag of wat in de vriezer, want eigenlijk moet eerst de vorst erover voor je ze kunt gebruiken. Wacht je echter totdat het zover is, dan hebben de vogels allang hun boodschappen gedaan en zijn de pruimpjes verdwenen. Neem één kg fruit en één kg rietsuiker en één liter brandewijn en drie kaneelstokjes. Doe laag om laag de vruchtjes en de suiker in een glazen pot en steek er de kaneelstokjes naast. Dan giet u er de brandewijn over en u zet de pot in de kast. Wel af en toe omroeren. Na een week of zes kunt u de pruimpjes eruit zeven en u houdt een heel mooi helder rood gekleurd drankje over. De smaak? Heerlijk! Geef het in zo’n mini-borrelglaasje bij uw kaastableau.

Verder zou u iets kunnen proberen van de volgende kaassuggesties. Zoek bij één van de lokale kaasboerderijen maar wat lekkere soorten kaas uit. Er is zelfs een mevrouw in Beuningen die alleen van die prachtige kleine ronde geschenkkaasjes maakt, die superlekker zijn. Fiets er eens langs en ga eens proeven, de mooie natuur van Twente neem je dan en passant mee en dat is ook nooit weg.

Boerenkaas-gratin uit de oven

U hebt nodig:
Eén dikke aardappel per persoon (bijv. 4 aardappels)
¼ liter zure room Wat melk
Peper en zout
1 teentje fijn gehakte knoflook
150 gram geraspte pittige boerenkaas naar keuze

Schil de aardappelen, kook ze met wat zout gedurende vijf minuten en snijd ze dan in heel dunne schijfjes. Schik in een ovenschaal de schijfjes dakpansgewijs en bestrooi ze met wat peper uit de molen. Klop de room los met wat melk totdat het een mooie homogene massa is, niet te dun. Roer er de kaas en de knoflook door en bedek de aardappelen met deze saus. Zet de schaal een half uurtje middenin een oven van ongeveer 200 graden. Als er een bruin korstje ontstaan is, is het gerecht meestal ook wel door en door warm. Neem wel even een steekproef. Geef er een frisse salade bij en u hebt een heerlijke vegetarische maaltijd. U kunt ook nog in plaats van knoflook een gesnipperde ui nemen of allebei.

Kaas-worstsalade

U hebt nodig:
Een gekookte droge worst in dunne plakjes
150 gram Emmentaler in dunne reepjes
200 gram boerenkruidenkaas in dunne reepjes
2 sjalotten in snippers (eventueel 1 teen knoflook in snippers)
3 eetlepels wijnazijn
6 eetlepels olijfolie
Zout en peper
2 theelepels mosterd
1 theelepel gembernat
2 eetlepels gehakte verse tuinkruiden naar keuze
paprikapoeder

Vermeng de worst en de kaas. Roer een saus van de andere ingrediënten en schep dat door de worst en de kaas. Garneer met paprikapoeder en vers groen.

Oude Boerenkaas (in repen) met portsaus

Roer 3 eetlepels heel goede mayonaise, 2 eetlepels ketchup, 4 eetlepels rode port met iets honing, peper, zout en flink wat paprikapoeder doorelkaar. Klop er tenslotte wat stijfgeslagen, ongezoete room door. Heerlijk om de oude kaasreepjes in deze saus te dippen.

Kaasballetjes

125 gram zachtgeroerde Camembert of Brie of monchou
100 gram geraspte kaas, bijv. brandnetelkaas
50 gram zachte boter
11/2 theelepel scherpe paprikapoeder
Zout en peper
1 borrelglas plaatselijk kruidenbitter
2 sneetjes verkruimeld roggebrood
3 eetlepels gehakte noten

Roer de kazen door elkaar met de boter, de paprika, zout, peper en cognac/vieux en zet twee uur in de koeling. Vorm er dan balletjes van en rol de helft van de balletjes door de noten en de andere door het broodkruim.

Geitentoastjes

Een geitenkaasje per persoon
Honing
Een geroosterde spekwaaier
Amandelspijs
Ronde toast

Zet de kaasjes met wat honing onder de grill. Verwarm dan de met amandelspijs bestreken toast in een koekenpan of oven. Leg de kaasjes op de toast en versier met de spekwaaier. Smullen!!!

Schik een mooi buffet van veel kazen, deze gerechten, brood en een lekkere port of sherry en fris bronwater.

De tapenade

Doe in de vijzel een mengsel van heel fijn gesneden ui, knoflook, zuring, brandnetel en peterselie. Stamp dat doorelkaar met peper, zout, olijfolie en iets honing en een druppeltje wijnazijn. Ik snijd er dan nog wel eens olijven door met ansjovis. Lekker bij vele verschillende soorten kaas.

Eet smakelijk!

Door Thea Kroese
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Overijsselaars van toen

Herman Bode: ‘Willen we naar de Dam, dan gáán we naar de Dam’

Herman Bode werd in Oldenzaal geboren en begon zijn loopbaan als fabrieksarbeider, eerst in de textiel- en later in de metaalindustrie. Hij raakte begin jaren vijftig verzeild in het vakbondswerk en werd uiteindelijk bestuurder van het katholieke NKV. Na de fusie tussen NKV en NVV was hij als vicevoorzitter van het FNV samen met Wim Kok de stem en het gezicht van de vakbond in de jaren tachtig.

Snelle carrière

Bode kwam uit een echt arbeidersgezin. Zijn vader en grootvader waren textielarbeider. Als veertienjarige moest ook hij als getouwenpoetser aan het werk bij Gelderman in Oldenzaal. Hij liet zich omscholen tot elektricien en kwam terecht bij Hazemeyer in Hengelo. Van huis uit betrokken bij de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) sloot hij zich in 1949 aan bij de katholieke metaalbewerkersbond St. Eloy en raakte al snel fulltime betrokken bij het vakbondswerk. Hij werd benoemd tot districtsbestuurder, eerst in Zwolle, later in Zuid-Holland. Daar kreeg hij te maken met de scheepsbouw (onder andere Verolme), waarbij hij zich bemoeide met het koppelbazenvraagstuk en de grote fusies in de scheepsbouw. In 1969 werd Herman landelijk bestuurder van St. Eloy en onderhandelde hij met de grote metaalconcerns. De eerste grote klus, een massaontslag bij Thomassen en Drijver, was een les voor de toekomst: ‘wij kwamen kritischer te staan tegenover het overlegmodel, dat we na de oorlog steeds hadden gehanteerd. We hebben er door geleerd dat we strijdvaardiger moesten reageren op datgene wat er in het bedrijfsleven aan de gang was. Onze opstelling bij volgende bedrijfssluitingen is er wezenlijk door beïnvloed’. Bij zijn tweede grote klus, de reorganisatie bij Stork Werkspoor, trok hij landelijk de aandacht. Toen de NVV-woordvoerder het onderhandelingsresultaat bekendmaakte aan de betrokken arbeiders werd hij voor verrader uitgemaakt. Een woedende en geëmotioneerde Herman Bode liep naar het katheder en hield een vlammend betoog. De mensen zagen in dat het maximale eruit gesleept was en gingen weer aan het werk.

Herman Bode in 1980 (foto: Wikimedia Commons)

Gezin

Herman trouwde in 1952 met Marietje Oude Egbrink uit de Lutte. Zoon Leo herinnert zich uit zijn jeugd: ‘Ik had geen idee wat mijn vader nou precies was. Later toen mijn vader bekender werd wilden sommige leraren op de middelbare school aan ons laten weten dat zij het helemaal niet eens waren met mijn vader en zelfs dat hij ‘tegen de muur moest’. Zover ik weet is dat de enige keer geweest dat mijn vader woest naar school is gegaan en de betreffende leraar ter verantwoording riep. Uit eigen ervaring weet ik dat je na een bezoek van een woeste Herman Bode het wel uit je hoofd liet zoiets nog een keer te doen. Gelukkig kwam dat niet vaak voor en hij probeerde altijd tijd voor zijn vrouw en kinderen over te houden, hoe moeilijk dat soms ook was’. Na de dood van zijn vrouw heeft hij tot aan zijn eigen overlijden nog vijf jaar samengewoond met Vibeke Domela Nieuwenhuis.

Jaren zeventig

In 1972 werd Herman Bode hoofdbestuurslid van de nieuwe Industriebond NKV (Nederlands Katholiek Vakverbond) en twee jaar later kwam hij terecht in het verbondsbestuur van het NKV. Vakbondsthema's in de jaren zeventig waren de automatische prijscompensatie en ‘centen of procenten’ – de vakbond eiste bij inflatiecorrecties voor iedereen eenzelfde bedrag in centen. In de jaren zeventig werd driftig gestaakt, te beginnen bij de grimmige Rotterdamse havenstaking van 1970. Aan het prijscompensatiesysteem kwam in 1982 een einde door de toenemende werkloosheid. Een deel van de compensatie werd toen besteed aan de invoering van de VUT. Begin jaren zeventig nam Herman Bode deel aan de Werkgroep voor een Maatschappijkritische Vakbeweging, die met brochures kwam als "Baas in eigen bedrijf" en "Baas in eigen vakbond", hoewel hij duidelijk was in zijn afwijzing van de toen sterke marxistische studentenbeweging.

Herman Bode in conclaaf met Ruud Lubbers tijdens een zitting van de Sociaal Economische Raad (SER) in 1984 (foto: Wikimedia Commons)

Laatste arbeider in de FNV-top

Inmiddels (sinds 1979) vice-voorzitter van het NKV en vanaf 1976 lid van het Federatiebestuur was hij nauw betrokken bij de fusie van de grootste twee vakcentrales (NVV en NKV) tot het FNV in 1982. Vanaf 1977 had Herman Bode, die in 1981 tot vice-voorzitter van het FNV werd benoemd, de sociale zekerheid in zijn portefeuille. Hij heeft zich altijd met hand en tand verzet tegen verslechteringen op het terrein van de WAO en andere uitkeringen. Zo speelde in 1980 het loslaten van de koppeling tussen uitkeringen en lonen. Op een bijeenkomst over dit thema in de RAI met 20.000 mensen op 5 maart 1980 sprak Herman de historische woorden ‘willen we naar de Dam, dan gáán we naar de Dam’. Bode’s felle en emotionele toespraken spraken velen aan. Een typische Bode-uitspraak was: ‘Bij de werkgevers is het altijd grijpen en graaien. Ze hebben nooit genoeg, ook al maken ze een winst van 13 miljard, zoals Shell.’ Bij zijn afscheid in 1985 werd hij de laatste arbeider in de FNV-top genoemd. Zijn forse gestalte, zijn manchester pak en zijn gespierde taalgebruik maakten hem tot het prototype van de echte vakbondsman, die op de werkvloer zijn loopbaan begonnen was.

Borstbeeld van Herman Bode in de foyer van Stadstheater De Bond in Oldenzaal

Belangen van de gewone man

Als vakbondsbestuurder, maar ook daarna, zat hij in talloze overlegorganen. De bekendste zijn: de SER, Stichting van de Arbeid, Sociale Verzekeringsraad en Ziekenfondsraad. In al deze besturen en raden verdedigde hij vooral het belang van de ‘gewone man.’ Zo organiseerde hij mede het verzet tegen de eigen bijdragen in het Ziekenfonds. In 2004 verklaarde hij in een interview in de Twentsche Courant Tubantia: 'Er ligt een plan om iedereen voor gezondheidszorg dezelfde premie te laten betalen waarbij wordt gezegd dat het in de belasting wel gecorrigeerd zal worden. Lulverhalen! Zulke beloftes zijn nog nooit nagekomen.’ Over de paarse samenwerking en het poldermodel verklaarde hij in dezelfde krant: 'Het kapitaal vergroten én de winst vergroten dat zijn de doelstellingen van de ondernemer. Mensen aan het werk houden behoort daar niet toe. Wél zoveel mogelijk verdienen aan de mensen. Op dat grensvlak vechten werkgevers en werknemers. Dat verschil is onder het vloerkleed geschoven door die mooie praatjes over het poldermodel.'

Straat in Oldenzaal genoemd naar Herman Bode, in de buurt van zijn geboorteplek (foto: Ben Siemerink)

Blijvend actief

Tussen 1985 en 1993 was Herman Bode onder meer voorzitter van de Stichting Bedrijfsapostolaat Nederland (SBN) en de stichting landelijk bureau Dienst in de Samenleving vanwege de Kerken (DISK) van het oecumenisch arbeidspastoraat. Voor dat oecumenisch arbeidspastoraat was Bode na zijn pensionering zo’n 20 jaar actief. Tijdens de manifestatie ‘Nederland tegen de verarming’ op 19 mei 1990 noemt Herman Bode solidariteit ‘het cement van de samenleving’. Opkomen voor de zwakken zag hij als een evangelische opdracht.

Na een hartinfarct moet Bode zijn activiteiten noodgedwongen op een wat lager pitje zetten, maar hij blijft het sociale wel en wee in het land met grote interesse volgen. Op 10 januari 2007 overlijdt hij op 81-jarige leeftijd in zijn woonplaats Enkhuizen aan een maagbloeding. Zijn dood was extra tragisch vanwege een medische misser, waarvoor zijn familie een aanklacht indiende. In zijn geboorteplaats Oldenzaal wordt in september 2008 een borstbeeld van Herman Bode onthuld in de foyer van Stadstheater De Bond. Vijf jaar eerder was Bode zelf nog eregast bij de officiële opening van het stadstheater in het voormalige St. Josephgebouw, in de volksmond ’n Oaln Bond genoemd. Bij die gelegenheid plaatste hij symbolisch een beeldje van beschermheilige St. Joseph terug in een nis in de gerestaureerde gevel van het karakteristiek gebouw, waarin zijn jonge jaren ook vakbondsbijeenkomsten plaats vonden. In 2012 wordt er een straat in een nieuw wijkje in de buurt waar Herman Bode opgroeide in Oldenzaal naar hem vernoemd.

Meer lezen en horen

Interview in Trouw 15 juli 2000 

Toespraak (radiofragment) van Herman Bode op 4 maart 1980 

Door Tonny Peters en Ben Siemerink
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Pareltjes van Wederopbouw-architectuur

Zwolle kwam, net als veel andere steden in Nederland, de oorlog niet ongeschonden door. Het zuidelijke deel van de wijk Dieze, net buiten de stadsgracht, liep zware schade op bij een bombardement in december 1944. Nog tijdens de oorlog maakte de Dienst Openbare Werken van de gemeente Zwolle plannen voor herstel van de vernielde woningen en uitbreiding van de wijk. Maar pas na de bevrijding kon met deze wederopbouwplannen gestart worden.

Plattegrond van een houten Oostenrijkse woning

Snel herstel

Om de eerste woningnood het hoofd te bieden, werden bouwpakketten en systeembouw ingezet. Zo zijn in Zwolle op verschillende plekken Oostenrijkse houten woningen gebouwd. Ze staan nog altijd in vrij goede staat in onder meer de Zeeheldenbuurt en aan de Vermeerstraat. In heel Nederland werden 800 van deze woningen gebouwd. Oostenrijk leverde de houten omhulsels voor een laag bedrag, aangevuld met een betaling in natura waaraan het Alpenland grote behoefte had, zoals gedroogde groenten en vis. Het zogenaamde ‘Einfamilienhaus’ Zuiderzee kon ter plekke op een betonnen fundering in elkaar worden gezet.

In de wijk Assendorp-Pierik liet prof. ir. H.T. Zwiers systeemwoningen optrekken volgens het naar de Engelsman Airey ontworpen prefab-systeem

Grootschalige plannen

In 1947 maakte architect Willem Marinus Dudok het eerste grootschalige uitbreidingsplan voor Zwolle. Dudok bedacht een stadsuitbreiding aan de oostkant van de stad met een nieuw centrum langs de multifunctionele groenstrook Wezenlanden. De samenwerking tussen Dudok en de gemeente liep na enkele jaren spaak waarop de gemeente het Bureau voor Architectuur en Stedebouw van prof. Sam J. van Embden aantrok. Van Embden vond dat het Zwolle aan moderne groene invullingen ontbrak, die in zijn ogen onontbeerlijk waren voor het goed functioneren van een stad.

Een mooie vijver in de Schoonhovenstraat in Dieze-Oost, Zwolle

De eerste planmatige stadsuitbreidingen, zoals Dieze, Nieuw Assendorp en Pierik kenden vooral plantsoenen. Naarmate de welvaart toenam, deden met de invoering van de vrije zaterdag en meer vrije tijd ook verschillende vormen van recreatie hun intrede. In de nieuwe Zwolse parken van Van Embden werd hierop ingespeeld met lig-, speel- en dierenweiden, en sportvelden met toestellen, speelvelden voor balspelen en ruig speelterrein.

Speelplaats aan de Beethovenstraat in de Zwolse wijk Holtenbroek

Meer woningen!

In 1948 verklaarde de minister van Wederopbouw In 't Veld de woningnood officieel tot volksvijand nummer 1, en dat bleef zo tot in de jaren zestig. Om het bouwtempo op te voeren en de bouwkosten te drukken, werden in Zwolle voornamelijk portiekflats gebouwd van twee tot vier woonlagen. Op 8 november 1962 werd aan de Hogenkampsweg (nummer 139) in Dieze Oost de miljoenste naoorlogse woning van Nederland opgeleverd. Dit werd gevierd met een optocht van wagens vol bouwmateriaal en gereedschappen, in aanwezigheid van koningin Juliana en een stroom schoolkinderen.

Het herinneringsteken aan de Hogenkampsweg in Zwolle voor de één miljoenste naoorlogse woning

De bouwproductie in het naoorlogse Zwolle betrof niet alleen het herstel van oorlogsschade en de realisatie van complete nieuwbouwwijken. Ook het verbeteren van de woonomstandigheden in de bestaande stad behoorde, net als voor de oorlog, tot de aandachtspunten. In 1959 was het Zwolse krotopruimingfonds opgericht. In een maand tijd werd 35.000 gulden gestort door particulieren en bedrijven. Een bedrag dat goed was voor het afbreken van tien krotten en de bouw van hetzelfde aantal vervangende woningen. Architect Buchta bood aan om de ontwerpen kosteloos te maken.

De grootste deel van het nieuwe woningbestand in Zwolle werd in opdracht van woningcorporaties gebouwd. Grootschalige woningbouwprojecten werden afgewisseld met kleinere projecten voor specifieke doelgroepen, zoals vrijgezellen- of bejaardenwoningen en woningen voor werkende vrouwen. De flat aan de Hanekamp op de hoek met de Wipstrikkerallee werd gebouwd in opdracht van Algemeen Belang (1952-1954) naar ontwerp van het in Zwolle werkzame architectenkoppel Mastenbroek en De Herder. Het complex omvatte vier winkelruimten op de begane grond met daarboven drie woonlagen. De twaalf relatief moderne en dure woningen waren voorzien van centrale verwarming, boodschappenlift en vuilnisstortkoker. In opdracht van Woningstichting Volkswelzijn ontwierp de Zwolse architect P.A. Lankhorst 264 woningen aan de zuidkant van de Meppelerstraatweg in de wijk Dieze Oost. De flats uit 1952 zijn gerangschikt in een vroege vorm van strokenverkaveling. De woningen kennen opvallende details in beton zoals de omlijsting van de trappenhuizen, de luifels boven de entrees en de balkonnetjes op de kopse kanten. Deze ‘shake hands’ architectuur, waarin traditionele elementen zoals bakstenen gevels en rode pannendaken zijn verenigd met een meer moderne stijl, zijn kenmerkend voor veel naoorlogse woningbouw in Zwolle.

Rokende schoorstenen

Naast de noodzaak van woningbouw moest ook een begin gemaakt worden met de wederopbouw van fabrieken, infrastructuur en bedrijven. Nederland moest de werkgelegenheid en export weer op gang krijgen. Met financiële hulp van de Verenigde Staten, de zogenaamde Marshall-hulp, werd tussen 1951 en 1955 een nieuwe elektriciteitsfabriek gebouwd. De forse nieuwe centrale kreeg een plek aan de IJssel bij buurtschap Harculo ten zuiden van Zwolle in verband met de aanvoer van brandstof en de beschikbaarheid van koelwater. De Centrale Harculo is gebouwd met een uit de Verenigde Staten overgenomen montagebouw: een staalskelet bekleed met geprefabriceerde betonpanelen, naar ontwerp van de Zwolse architect ir. P.J. de Gruyter. Gevel en interieur zijn verrijkt met kunstwerken van bekende Nederlandse kunstenaars, bekostigd met de ‘percentageregeling beeldende kunst’ die in die jaren bestond, de bekende 1% regeling.

De IJsselcentrale in Harculo bij Zwolle, toen nog een trots teken van vooruitgang

Ook werd in Zwolle gewerkt aan de betere infrastructuur door de aanleg van (water)wegen, zoals de A28 en het Zwolle-IJsselkanaal. Mastenbroek en De Herder ontwierpen een hypermodern busstation van staal en veel glas op het stationsplein van Zwolle, dat in 1958 werd geopend. Daarmee beschikte Zwolle als eerste stad in Overijssel over een 'autobusstation’, zoals op de foto boven dit artikel is te zien.

Voor meer informatie over Wederopbouwarchitectuur in Overijssel:
Mascha van Damme | mvandamme@oversticht.nl

Door Mascha van Damme (Oversticht)
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Overijssel in boeken

Zwolle jaren later

‘Zo was het toen en zo is het nu’. Er zijn al veel fotoboeken verschenen met vergelijkende foto's van de situatie vroeger en nu in dorp of stad. De Zwolse fotograaf Joop van Putten is tot het uiterste gegaan om Zwolse stadsgezichten uit het verleden vanaf exact (tot op de centimeter) dezelfde plek te fotograferen, waarbij hij ook nog eens dezelfde brandpuntafstand en uitsnede hanteerde.

Auteur / fotografie: Joop van Putten
Uitgever: WBOOKS

ISBN 9789462580619 | 168 pag. | € 19,95

Door de redactie

Aan grond gebonden: van toen er nog geen voetbal was of hoe de tijd kwam in een buiten het verkeer gelegen Twentse gemeenschap

Het boek doet denken aan ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ en ‘De graanrepubliek’. De auteur schetst hoe in de decennia rond 1900 in de vergeten uithoek Noord-Twente en in het bijzonder in Tubbergen, waar eeuwenlang de tijd stilstond, beetje bij beetje de nieuwe verworvenheden (betere wegen, stromend water, verlichting etc.) doorsijpelden en gewoontes en tradities aangetast werden. Gerard Lage Venterink in Tubantia: ‘”Aan grond gebonden” is zo’n boek, dat het verdient tot ver buiten Tubbergen en Twente gelezen te worden. Door iedereen die iets van deze landelijke regio, haar verleden, het gewicht van haar tradities en – op het laatst toch ook – de behoefte om mee te gaan met de tijd, wil begrijpen’.

Auteur: Ewald Mensink
Uitgever: In eigen beheer

ISBN 9789461088130 | 406 pag. | € 29,95

Door de redactie

Het dagboek van Barend Davidson: een Zwolse Jood in het verzet

De Zwolse verzetsstrijder Barend Davidson, oom van de auteur Bert J. Davidson, hield tussen november 1942 en januari 1943 in de gevangenis in Berlijn een dagboek bij. Hij werd op 4 juni 1943 op Schiessplatz Tegel bij Berlijn geëxecuteerd, samen met 31 andere lotgenoten. Via allerlei omwegen kwam het dagboek na de oorlog terug naar Zwolle. Het geeft een beeld van het ellendige leven in de Berlijnse gevangenis. De auteur plaatst dit verhaal tegen het decor van het Interbellum en de Wederopbouw in Zwolle. Samen met andere gebeurtenissen wordt zo een indrukwekkend beeld geschapen van de teloorgang van de Joodse gemeenschap in Zwolle.

Auteur: Bert J. Davidson
Uitgever: DATO

ISBN 9789462260948 | 216 pag. | € 22,50

Door de redactie

Ambitie en optimisme : stedenbouw en architectuur in Kampen 1940-1970

De wederopbouwperiode, waarin het aanzien van Nederland drastisch veranderde én een sterk vooruitgangsgeloof, gedreven door ambitie en optimisme, zijn de thema’s die het uitgangspunt vormden voor dit boek. Verrassende vondsten en tot dusverre onbekende feiten kwamen aan het licht.

Auteur: Geraart Westerink
Uitgever: IJsselacademie

ISBN 9789066972384 | 248 pag. | € 34,95

Door de redactie

Recht en onrecht in de Marke Losser: uit de geschiedenis van een marke

Tal van zaken die ook voor andere marken golden komen in dit boek ter sprake. Bijvoorbeeld het ontstaan van de marken en de bestuurlijke inrichting, de rechtspraak in criminele en civiele zaken en het markerecht. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de inwoners van Dorp en Marke Losser.

Auteur: Frans Jacobs
Uitgever: Stichting Historische Kring Losser

ISBN 9789073338005 | 120 pag. | € 15,-

Door de redactie

Canon van Overijssel: vijftig vensters op de provinciale geschiedenis

Jarenlang heeft de IJsselacademie, onder leiding van historicus Ewout van der Horst, gewerkt aan het project canonvanoverijssel.nl. Deze website bevat 35 lokale historische canons, met in totaal 1.370 verhalen, samengesteld door honderden vrijwilligers van –met name- de lokale historische verenigingen. Dit boek kan gelden als de kroon op al dit werk. In aanvulling op het digitale overzicht op de website wordt in vijftig vensters de integrale verhaallijn van de gewestelijke geschiedenis verteld. Bij elk van de provinciale vensters is ook een bijpassend verhaal uit een lokale canon opgenomen. De Canon van Overijssel is een fraai vormgegeven en bevat vele illustraties.

Auteur: Ewout van der Horst
Fotografie: Ernst Hupkes
Uitgever: IJsselacademie

ISBN 9789066972360 | 223 pag. | € 34,95

Door de redactie

Tradities in Ommen

Ommen is rijk aan tradities. Het hele jaar rond zijn er rituelen die kleur en klank geven aan elk seizoen: van eiertikken met Pasen en de aubade op Koningsdag in het voorjaar, kersen eten op de Bissingh en de zeskamp tijdens de zomerfeesten tot en met het nachtelijke kerstspel van Soli Deo Gloria en toafel'n met Oud en Nieuw in de winter. Historica Elleke Steenbergen heeft de tradities in de gemeente Ommen op een rij gezet. Zij beschrijft de tradities die het hele jaar door plaatsvinden. afgewisseld met thema's als dagelijks leven, mondelinge tradities en streekgerechten.

Tekst en beeldredactie: Elleke Steenbergen
Fotografie: Jenny Ekkelkamp en Hans Steen
Eindredactie: Ewout van der Horst en Jeroen Kummer
Uitgever: IJsselacademie

ISBN 9789066972377 | 125 pag. | € 17,95

Door de redactie

Nieuw, goed geschreven en fraai geïllustreerd standaardwerk over de geschiedenis van Enschede. Flaptekst: ‘Zinloze oorlogen, onstuitbare branden, uitzichtloze stakingen teisterden Enschede in voorbije jaren, maar de stad was onverslaanbaar. Eeuwenlang een klein stadje, nog geen 120 voetbalvelden. Tussen arbeidershuizen, stadsvilla’s, winkels moesten fabrieken een plek vinden, langs de spoorlijnen naar het westen, naar Oldenzaal, naar Duitsland. Toen de stoommachines kwamen en Lonneker steeds meer grondgebied afstond, groeide de stad. Onafzienbare fabriekshallen brachten voorspoed, maar ook ellende. Ontevreden arbeiders en vakbonden staakten, vochten voor meer loon en betere arbeidsomstandigheden, maar nooit wonnen ze van de machtige fabrikanten. Hun strijd bleek niet zinloos, totdat de textielindustrie sneuvelde, nauwelijks een halve eeuw geleden. Weer kroop de stad uit het dal, manmoedig het trieste lot dragend, vastberaden te overleven. Enschede, stad van nu bewijst dat ook die strijd niet vergeefs was. Enschede, stad uit stoom en strijd.’

Auteur: Wim H. Nijhof
Uitgever: De Valkenberg

ISBN 9789080705401 | 464 pag. | € 35,-

Door de redactie

Fotografe Betty Veldwachter en het IJsselstadion in Deventer

Op zaterdag 22 januari 1966 werd op de nieuwe kunstijsbaan in Deventer het Europees Kampioenschap allround schaatsen gehouden. Het was het eerste EK-schaatsen dat in Nederland georganiseerd werd. Alle kaarten waren lang van tevoren uitverkocht. Het gehele EK werd live uitgezonden op televisie, met voor het eerst een elektronische tijdwaarneming in beeld. Het werd een historisch kampioenschap, want Ard Schenk won goud en Kees Verkerk zilver. Nederland stond nu definitief op de kaart met schaatsen, en dat alles had in Deventer plaatsgevonden!

Zicht vanaf de flat aan de Rembrandkade op de kunstijsbaan in aanleg

De kunstijsbaan aan de Rembrandtkade was ruim drie jaar eerder officieel geopend, op 13 oktober 1962. De voorzitter van de Deventer IJsclub, Paul Schoemaker, had vanaf 1960 een succesvolle lobby gevoerd voor de bouw van een kunstijsbaan in Nederland. Schaatswedstrijden werden tot die tijd namelijk op natuurijs gehouden. De eerste kunstijsbanen ter wereld werden pas in 1959 voor het EK schaatsen in Göteborg en daarna in 1960 voor de Olympische winterspelen in de VS gebouwd. Amsterdam opende in 1961 de eerste kunstijsbaan van Nederland (en de derde in de wereld!), de welbekende Jaap Edenbaan. Deventer volgde een jaar later in 1962 met haar IJsselstadion.

Jongelui binden hun schaatsen onder. Op de achtergrond reclames voor sigaretten en drank

Het is dus niet verwonderlijk dat fotografe Betty Veldwachter een reportage maakte van de bouw van de kunstijsbaan in Deventer. De tweede kunstijsbaan van Nederland verrees langs de IJssel en zij legde met haar fotopersbureau nu eenmaal zaken vast die nieuwswaarde hadden voor Deventer. Ook het EK schaatsen van 1966 heeft zij met haar lens gevangen. De trainingen kon zij live fotograferen, maar de echte wedstrijden moest zij helaas thuis op haar tv-toestel volgen. Of zij geen perskaart wist te bemachtigen voor de wedstrijden is niet bekend; mevrouw Veldwachter is verhuisd en tot op heden nog niet beschikbaar voor een interview.

Groepstraining op de kunstijsbaan. Zie het verschil in kunstschaatsen of houten Friese doorlopers

Betty Veldwachter noemde haar fotopersbureau ’Davontur’ en maakte van circa 1960 tot 1970 foto’s in en om Deventer. In 2012 schonk zij haar negatievenarchief aan Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek (SAB) in Deventer. De collectie bestaat uit ruim 1100 zwart-wit-negatieven en geeft een prachtig beeld van Deventer en het dagelijks leven van haar inwoners in de jaren zestig. In totaal zijn er bijna 150 foto’s van en over de kunstijsbaan in die periode te zien op deventerinbeeld.nl, waar met medewerking van Theo de Kreek van de Stichting Industrieel Erfgoed Deventer (SIED) bijna driekwart van de afbeeldingen tot in detail beschreven is.

Televisiebeelden van de start van Ard Schenk tegen Jonny Nilsson (Zweden) op het EK 1966

Voor het resterende deel vraagt SAB uw medewerking: meent u te weten wie of wat er op de nog onbeschreven foto's te zien is, laat het ons dan weten. Ga naar deventerinbeeld.nl. Daar kunt u op elke foto reageren.

Training EK-schaatsen 1966: rijders met witte muts en strepen zijn van de Russische schaatsploeg

Door Annelien Keen
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Geschiedenis van alledag

De doorsnee Overijsselaar drinkt 150 liter koffie per jaar

Koffie ligt diep verankerd in de Nederlandse cultuur. Eeuwen geleden al brachten handelaren met een echte ‘VOC-mentaliteit’ de koffiebonen vanuit Azië naar Nederland. Medici onderkenden direct de opwekkende eigenschappen van het bruine vocht. In de loop der jaren werd koffie samen met water en thee de meest geconsumeerde drank ter wereld. De gemiddelde Overijsselaar drinkt 150 liter koffie per persoon, per jaar.

Koffie werd waarschijnlijk het eerst door de mens opgemerkt in de Ethiopische provincie Kaffa in Oost-Afrika. Volgens een legende zag een Ethiopische herder genaamd Kaldi, dat zijn geiten na het eten van bepaalde struikbessen erg opgewonden werden. De herder plukte er wat van, kookte ze en verkreeg een afgietsel met een tot dan toe onbekende geur. De drank was bitter, maar gaf ook een gevoel van voldoening en helderheid van geest. De Arabieren zetten de teelt van koffieplanten in gang. De Nederlanders waren de eerste handelaren die koffie op grote schaal naar Europa brachten.

Koffiemachine uit 1977

Nederland

Het eerste Europese koffiehuis zou in het zestiende-eeuwse Venetië zijn geopend. In Nederland werd de exotische, en toen nog exclusieve drank, aan het einde van de zeventiende eeuw door een handjevol mensen uit de gegoede burgerij gedronken. Vanaf begin achttiende eeuw werd de drank steeds populairder en kwamen overal koffiehuizen op. Koffie werd steeds goedkoper, zodat de hele bevolking koffie ging drinken. Vanaf 1750 werd het volksdrank nummer één (het verstootte bier van de eerste plaats) en die positie heeft koffie nog steeds. Aanvankelijk brandde men de bonen thuis, waarna ze in een vijzel werden fijngestampt alvorens het koffiezetten kon beginnen. Later kwam de handmolen.

Konkel

De konkel is een van de eerste koffieketels in Nederland. De koffie ging erin, water erop, waarna het mengsel in het juiste gat van de kookkachel werd gekookt. Vervolgens werd de kraantjeskan bedacht. De koffie gaat onderin, dan water erop en de spiritusbrander zorgt dat de koffie pruttelt. De drab blijft net onder het niveau van het kraantje, zodat als je een beetje voorzichtig schenkt, alleen heldere koffie in het kopje zit. De volgende stap was het filtersysteem met de opzetpot. Bovenop een witte porseleinen of aardewerken koffiepot zit een hoog filter met zowel boven- als onderin gaatjes. De gaatjes aan de onderkant zijn kleiner dan die aan de bovenkant. De gemalen koffie wordt op het onderste filter gelegd. Het water wordt bovenin geschonken en wordt gelijkmatig over de gemalen koffie verdeeld. Uiteindelijk druppelt de koffie in de koffiepot. Deze pot is opgevolgd door de handmatige opschenkmethode met een papieren koffiefilter in een houder. In 1970 gebruikte 40 procent van de Overijsselaars deze methode. Daarna ontstond het automatische koffiezetapparaat. En sinds enkele jaren de senseo.

Met dank aan het Konkeltje, het koffiemuseum Zwolle

Door Girbe Buist
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Herenwal beschermde tegen ronddolend gespuis

Het oude landgoed Hof Espelo lag ten noorden van Enschede. Rond Hof Espelo lag een herenwal of landweer. Zo’n wal was hoog en begroeid met doornenstruiken. Ze moest enigszins bescherming bieden in tijden van onrust en diende ook als veekering. De wal rond Espelo is duidelijk te zien op de oude kaart van de cartograaf D.G.B. Daelhof uit 1759.

Hof Espelo heeft al een oude historie. Je kunt de naam al lezen in een verordening (een bul) uit 1215 van paus Innocentius III. In dat jaar was Espelo al in bezit van de Sint-Pieterskerk in Utrecht. Op het hof zetelde ook eeuwenlang de hofmeier-rentmeester die de goederen van het kapittel van de Pieterskerk in Twente en Bentheim beheerde. Elk jaar op Sint-Lambertusdag (17 september) kwamen de boeren naar Espelo om de verschuldigde pacht te betalen. Tot 1770 ging die pacht naar Utrecht; in dat jaar verkocht men het landgoed aan David Constantijn du Tour, maar na een lange juridische strijd lukte het Gabriël Davina toch het landhuis in bezit te krijgen. De rechtszaak had echter zes jaar geduurd. De familie Davina was daarna 250 jaar bewoner van de hof. In 1887 kocht de familie Cromhoff het landgoed via een veiling van de familie Davina.

Herenwal Hof Espelo: de oude kaart over de nieuwe versie geschoven

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakte Espelo deel uit van het Vliegveld Twente waarvandaan Duitse jagers dood en verderf zaaiden. De Messerschmitts en andere toestellen konden in de omringende bossen verborgen worden. De Duitsers legden hiervoor zelfs speciale ‘Rollerbahnen’ aan waarover de vliegtuigen snel naar de beschutting konden worden gerold. De vliegtuigen vonden beschutting achter wallen, die hier en daar restanten waren van de eeuwenoude Herenwal rond Hof Espelo.
Het Landschap Overijssel werd uiteindelijk in 1984, via de familie Doedens ten Cate, eigenaar van het landgoed. In de oude Herenwal waren zo weinig mogelijk doorgangen. De doorgangen die er waren, konden met een slagboom worden afgesloten. En dat was nodig ook, want in de achttiende eeuw kapten omwonenden er regelmatig illegaal hout. Bossen werden toen namelijk nog gezien als algemeen eigendom.
Het grootste gedeelte van de Herenwal is verdwenen. Bij het informatiecentrum Het Koetshuis is nog een restant ervan aanwezig. In het noordelijke gedeelte van het Hof Espelo is een stuk wal opnieuw aangelegd. Als we deze wal, ook wel Monnikendiek genoemd, rond 1900 waren gepasseerd, hadden we uitgekeken over een zee van heide. In het oosten kon men de Lonnekerberg zien, met in de verte de grijze toren van de Sint-Plechelmis in Oldenzaal. Die toren was het baken waarop de monniken voeren als ze de beroemde kerk wilden bezoeken.

Door Landschap Overijssel
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
. . . . . . . . . . . . .