MijnStadMijnDorp online magazine wordt geladen

Dit magazine is het best te bekijken in Internet explorer 9 of hoger, Firefox, Safari of Chrome

Edities

  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 1
    Juni 2013
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 2
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 3
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 4
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 5
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 6
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 7
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 8
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 9
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 10
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 11
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 12
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 13
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 14

Hoe bladert u door MijnStadMijnDorp online magazine?

  1. Met de pijltjestoetsen op uw toetsenbord kunt u van links naar rechts en van boven naar onder scrollen:

    keys
  2. Als u met de muis naar de rand van de pagina gaat, verschijnt er een donkergrijze balk met een pijl: als u daarop klikt gaat u naar links, rechts, boven of beneden.
  3. Aan de rechterkant bevindt zich een zwarte balk. Daarin staan alle pagina�s van boven naar beneden. Met de muis kunt u de pagina van uw keuze aanklikken. U kunt daar ook scrollen met uw muiswiel of slepen met uw muis.
  4. Bovenaan in de rechter kolom staan een aantal knoppen. Hieronder ziet u welke functie deze hebben.

    • Ga naar voorpagina
    • Lees instructies
    • Bekijk vorige edities
  5. Verder komt u nog een paar andere knoppen tegen in het magazine:
    • klik hierop om een foto groter te bekijken.
    • klik op deze knop om een foto weer te sluiten.

Hoe bladert u door MijnStadMijnDorp online magazine?

  1. Door met uw vingers over het scherm te vegen (�swipen�).
    Dit kan zowel van links naar rechts als van boven naar onder en vice versa.
  2. Via het rode blokje rechtsboven krijgt u meer mogelijkheden.
    Tik op het blokje of sleep het met uw vinger naar beneden:
    - bovenin verschijnt een rode balk waarin u kunt bladeren door te �swipen�.
    - midden onder verschijnen een aantal knoppen die u aan kunt tikken:
    • Ga naar voorpagina
    • Lees instructies
    • Bekijk vorige edities
  3. Verder komt u nog een paar andere knoppen tegen in het magazine:
    • klik hierop om een foto groter te bekijken.
    • klik op deze knop om een foto weer te sluiten.

Inhoudsopgave MijnStadMijnDorp online magazine

  • jaargang 5
  • nummer 1
  • januari 2017

Coververhaal

Plattelandsadel en stedelijke elite ruziën over een kerkbank

Geschiedenis van alle dag

Overijsselse gebruiken rond de jaarwisseling

Overijsselaars van toen

Gisbert Cuper, geleerde en politicus

Overijssel in boeken

Uitgaven die recent in Overijssel zijn verschenen

Geworteld in Overijssel

De Overijsselse roots van Jan Cremer

Van de redactie
  • jaargang 5
  • nummer 1
  • januari 2017

Geschiedenis wordt gemaakt door eigenzinnige mensen

Ooit gehoord van Arent van Coeverden en zijn twee volwassen zoons uit het schoutambt Colmschate? Van Coeverden was iemand die op zijn strepen stond. In 1720 kon het stadsbestuur van Deventer dankzij een legaat van oud-burgemeester Antonius Matthaeus de kerk in Diepenveen laten restaureren. Voorwaarde was wel dat diens weduwe een eigen kerkbank in de vernieuwde kerk mocht plaatsen. Precies op de plek waar het gestoelte van de Van Coeverdens stond. Maar Arent wilde niet wijken en greep zelfs naar de wapens. Lamberthe de Jong schreef een prachtig artikel over dit conflict tussen de plattelandsadel en de stedelijke elite van Deventer.

Iemand die ook op zijn strepen stond was burgemeester Bulten van Blokzijl. De Blokzijlse voetbalclub BVC wilde haar wedstrijden op zondag spelen, maar Bulten stak daar een stokje voor. Publieke vermakelijkheden op zondag waren immers niet toegestaan. Tijdens de wedstrijd betraden vier veldwachters het speelveld en namen de bal in beslag. Het was het begin van een voetbalrel die Blokzijl meer dan een jaar lang in zijn greep zou houden.

Geschiedenis wordt gemaakt door mensen die hun eigen weg durven te gaan. Als er iemand zijn eigen weg is gegaan dan is het Jan Cremer jr. wel. Die eigenzinnigheid erfde hij van z’n vader. Cremer sr. vertelde de meest fantastische verhalen en bekommerde zich weinig om de mensen die dicht bij hem stonden. De wortels van de Cremers liggen in Enschede. Marcel Mentink zocht het allemaal voor ons uit.

Zijn eigenzinnigheid dreef Unico Wilhelm graaf van Wassenaer Obdam tot grote hoogte. In zijn tijd was het in adellijke kringen ‘not done’ om buiten huiselijke kring met je muzikale talent te koop te lopen. Toch ging Unico stug door met componeren, al was het onder een andere naam. Die vasthoudendheid levert ons 250 jaar later prachtige klassieke werken op die nu onder de titel UNICO zijn uitgegeven. Doreen Flierman verdiepte zich in deze ‘Illustre Mano’ en tegelijkertijd ook in de tuinen van diens woonplek, landgoed Twickel.

Verder in dit nummer Overijsselaar van Toen Gisbert Cuper, het gebruikelijke en veel geprezen boekenoverzicht, de rubriek cultuurhistorie en als klap op de vuurpijl neemt Girbe Buist u mee naar de Overijsselse gebruiken rondom de jaarwisseling. Dat het een historisch 2017 mag worden!

Abonnement?

Ontvangt u graag MijnStadMijnDorp Online Magazine? Meld u dan gratis aan voor een abonnement en ontvang een bericht wanneer het nieuwe nummer klaarstaat!

JA, IK WIL EEN ABONNEMENT

Colofon

Redactie

Menno van der Laan (HCO), Doreen Flierman, Marcel Mentink (Rijnbrink), Dinand Webbink (Athenaeumbibliotheek Deventer), Martin van der Linde (IJsselacademie)

Grafisch ontwerp

ZinOntwerpers (Zwolle)

Correspondenten

Girbe Buist, Lamberthe de Jong, Catherine Bolkestein, Jan Dirk Wassenaar

Redactieadres

infomsmd@mijnstadmijndorp.nl

Beeldmateriaal

Wij hebben ons uiterste best gedaan de rechten met betrekking tot het beeldmateriaal te regelen volgens bepalingen van de Auteurswet.

Abonnement

Wilt u ook het MijnStadMijnDorp online magazine ontvangen? Meld u dan hier aan voor de mailing, dan wordt u automatisch op de hoogte gehouden van de volgende uitgave.

hcoverijssel
atheneum
rijnbrink

Plattelandsadel en stedelijke elite ruziën over een kerkbank

De middeleeuwse kerk van Diepenveen was in 1720 het toneel van een conflict tussen de plattelandsadel en de magistraat van Deventer, in die tijd eigenaar van de kerk. Inzet was de plaats van een kerkbank in het net gerestaureerde gebouw. Daarover ontstond een gevecht tussen de adellijke Arent van Coeverden en zijn zoons met de onderschout en soldaten uit de stad.

De kerk werd in 1408 gebouwd als kapel van een groot vrouwenklooster, onderdeel van de beweging van de Moderne Devotie. In de loop van de zestiende eeuw bewoonden steeds meer vrome nonnen het klooster, dat erg rijk werd dankzij schenkingen als boerderijen en landgoederen. Het klooster werd in 1578 geplunderd door Franse soldaten en een aantal zusters vluchtte naar de stad Deventer. Daarop annexeerde de magistraat het klooster en zijn bezittingen en liet veertien jaar later het convent (behalve de kerk) slopen uit angst voor vestiging van rondzwervende Spaanse troepen. De kapel bleef staan en behoorde eeuwenlang - tot 1836 - samen met de inkomsten uit de bezittingen aan de magistraat en de stad. De kerk lag in het schoutambt Colmschate dat door koning Philips II als onderpand aan de stad was beleend (de lening is nooit afgelost). Daarom moest de stad ook de geestelijke verzorging van het schoutambt regelen. Dat betekende het benoemen en betalen van een predikant (vanaf 1659).

Luidklok uit 1692. (foto Harry Mulder)

Ook uit andere zaken blijkt de verbondenheid tussen magistraat en kerk. Bijvoorbeeld uit de bestemming van een legaat van 4300 gulden, nagelaten door de Deventer burgemeester en hoogleraar Antonius Matthaeus (1635-1719) voor de restauratie van de kerk. Deze werd uitgevoerd in 1720, waarbij er veel aan de binnenkant van de kerk is veranderd. Zo kwam er een nieuwe preekstoel (uit 1659), een plafond in classicistische stijl en werden de ramen aangepast. In de lantaarn (torentje) hing al een luidklok uit 1692 van de Deventer klokkengieter Gerhard Schimmel. Op deze klok staan de wapens van de twee schenkers, de burgemeesters Herman Joan Sloot, tevens ambtman van schoutambt Colmschate, en Egbert Terwelberg, schout van Colmschate.

Legaat

Dankzij het legaat kon de kerk worden gerestaureerd. Matthaeus behoorde als hoogleraar van het Athenaeum Illustre tot de stedelijke elite van Deventer, maar hij woonde met zijn echtgenote Judina van Hurck vanaf 1718 op Huize Roobrug (toen ook wel 'Rode Brug') aan de Sallandsweg in Diepenveen. Waarschijnlijk was dit zijn buitenhuis, want in deze tijd kochten rijke Deventenaren vaker een landgoed buiten de stad. Matthaeus heeft zich vast geërgerd aan de deplorabele staat van de kerk, vandaar zijn legaat. Maar daaraan was wel de eis verbonden dat de weduwe een eigen gestoelte (bank) in de vernieuwde kerk zou mogen oprichten.

De kerk in 1724 door Abraham de Haen (Collectie Historisch Museum Zwolle)

De opdracht voor de restauratie ging op 9 februari 1720 na goedkeuring van de raad van Deventer naar Jacob ten Brink, een van de andere zestien burgemeesters. De raad besloot bovendien dat het gestoelte voor de weduwe aan de noordkant in het koor moest komen (aan de zuidkant van de preekstoel stond al de magistraatsbank van de 'Heeren van Deventer'). Daar bevond zich echter het gestoelte (en de grafkelder) van de adellijke Arent Christoffel van Coeverden (1650-1728) van Rande. Zijn familie had zitting in de Ridderschap en zijn kasteel aan de Sallandsweg lag pal tegenover de woning van het burgemeesterspaar Matthaeus-van Hurck. Hoe die relatie verliep, is niet duidelijk, maar was het toeval dat de magistraat, tevens eigenaar van de kerk, besloot dat de bank van de Van Coeverdens moest worden verplaatst? Hier is waarschijnlijk sprake van machtsvertoon van de stedelijke elite ten opzicht van de oude plattelandsadel.

Het interieur van de kerk in Diepenveen.

Handgemeen

Op de eerste zondag na de restauratie, 8 december 1720, zat de familie Van Coeverden met hun twee volwassen zoons in hun eigen bank. De schepenen en raad van Deventer stuurden de dag erna de onderschout van Colmschate en het benodigde werkvolk naar de kerk. Ze werden begeleid door een sergeant en acht soldaten. De bank moest worden verplaatst! Maar Arent van Coeverden had samen met zijn zoons, gewapend met geladen geweren, post gevat voor de preekstoel . De sergeant wilde geen geweld gebruiken en droop af. Enkele dagen later stuurde de magistraat weer een escorte, nu met een luitenant en nog meer manschappen, vergezeld van de onderschout en opnieuw timmerlieden. Er ontstond een handgemeen en de zoons werden meegenomen en opgesloten. Na vijf dagen liet men ze vrij, maar toen was de bank van de familie Van Coeverden inmiddels verzet. Arent van Coeverden wendde zich woedend tot de Ridderschap en de Staten van Overijssel, maar vlak voor een laatste bemiddelingspoging overleed hij in 1728.

Gevelsteen uit 1720 boven de zijingang. (foto Harry Mulder)

Gevelsteen

Ter herinnering aan de restauratie is in 1720 boven de zijingang een gevelsteen geplaatst van Matthaeus en Van Hurck, met de wapens van de beide echtelieden. In het Latijn staat er op de steen: ‘Hersteld door de gift van de hooggeleerde Antonius Matthaeus, vermaard professor in de rechten aan het Deventer Athenaeum, en door de zorg van zijn weduwe, de achtbare vrouw Judina van Hurck 1720’. Tijdens de Franse revolutie zijn in 1795 de wapens vlakgekapt door patriotten, op last van het stadsbestuur van Deventer.

In 1836 droeg de stad het kerkgebouw over aan de plaatselijke hervormde gemeente. In 1966/68 werd de kerk opnieuw ingrijpend gerestaureerd. Maar toen waren de oude kerkbanken al niet meer aanwezig...

*Bovenstaande is een bewerking van een hoofdstuk uit het in 2016 verschenen boek ‘Van kloosterkapel naar dorpskerk, de kerk van Diepenveen sinds 1400’ geschreven door drs. Lamberthe de Jong. Deze uitgave van de Historische Vereniging Dorp Diepenveen en Omgeving is verkrijgbaar in de boekhandel.

*Titelfoto: Litho van P.A. Schipperus (1840-1920)

Door Lamberthe de Jong
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Geworteld in Overijssel

De Overijsselse roots van Jan Cremer

Deze keer een stukje geschiedenis over de wortels van de bekende auteur, beeldend kunstenaar, schilder en rebel Jan Cremer. Iedereen kent zijn eerst boek uit 1964: Ik, Jan Cremer. Het boek deed veel stof opwaaien. Stof die mede door hemzelf werd opgeworpen.

Jan Cremer jr.

Jan Cremer jr. werd geboren op 20 april 1940 in Enschede, als zoon van Jan Cremer sr. (geboren Enschede, 30 november 1877) en de Hongaarse Ròsza Csordas Szomorkay Wendl (geboren Budapest, 14 november 1917). Jans jeugd was niet gemakkelijk. Hij was twee jaar oud toen zijn vader overleed. De winkel waarin ze woonden moesten ze verlaten en na vele omzwervingen kwamen ze uiteindelijk te wonen in Pathmos. Een Enschedese wijk die als zeer asociaal bekend stond. Daar woonde alleen maar gespuis, zei men.

Jan Cremer met zijn moeder Ròzsa in 1942.

Jan was geen modelleerling en verliet de school al op veertienjarige leeftijd. Hij wilde graag naar de AKI (kunstopleiding) maar dat lukte hem niet; zijn naam en faam was hem al vooruit gegaan. Pas in 1956 kon hij in Arnhem wel de dagopleiding volgen. Ondertussen was hij al begonnen met het schrijven van verhalen en gedichten voor diverse literaire tijdschriften.

Een jonge Jan Cremer.

Over zijn geboortestad zei hij later: ‘In Enschede werd je geboren om te vertrekken.’ Maar ook: ‘Enschede is voor mij één grote bron van inspiratie; een stad van fabrieken, kroegen, smokkelaars, veenmeiden, lichtekooien, militairen, vluchtelingen, marechaussee, boeren.´ en ‘Trots ben ik erop dat ik in die stad geboren ben. Ik heb er voor honderd procent mijn schrijverschap aan te danken.’ Nadat hij Enschede verlaten had leerde hij werken in diverse technieken: lithografie, steendruk, schilderen en beeldhouwen. Hij bezat de zwerflust van zijn vader want in de begin jaren zestig woonde hij in Amsterdam, Parijs en Ibiza. Ondertussen schreef en schilderde hij.

Jan Cremer.

Toen in 1964 zijn eerste boek Ik, Jan Cremer uitkwam, vertrok hij naar de VS en leefde daar van de opbrengsten van zijn boek waarvan zes miljoen exemplaren verkocht werden. Wilt u meer weten over Jan Cremer jr.? In uw bibliotheek vindt u voldoende boeken over en door hem.

Jan Cremer sr.

Cremers vader, Jan, werd geboren in Enschede op 30 november 1877. Een grauwe stad met veel textielbazen en nog veel meer knechten. Een stad met veel armoede, een broeinest dus voor socialisme, communisme en anarchie. Als jongetje van zes ging hij met zijn broer Cornelis mee naar een lezing van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Titel van de lezing: ‘Wie zijn de dieven?’ Een lezing die een diepe indruk op hem maakte hetgeen ook blijkt uit de artikelen die hij later over sociaal onrecht schreef.

Jan Cremer sr.

In 1899 kwam Cremer aan in Amsterdam nadat hij zijn dienstplicht vervuld had in Batavia. Hij kon daar aan de slag als smid, hoewel hij elektricien van beroep was. Hij leek zich thuis te voelen in die drukke stad nabij de rosse buurt en de kroegen. Op 3 januari 1901 trad hij, 23 jaar oud, in Amsterdam in het huwelijk met Margaretha Elisabeth Smit, een meisje van 17.

Huwelijksakte Jan sr., 1901.

In zijn boek Odyssee noemt Jan Cremer jr. zijn vader J.P. Smit, van ‘Smit Koloniale Waren en Comestibles’. In de huwelijksakte staat slechts dat hij bediende is. Zijn vijf jaar oudere broer Cornelis trouwde enkele maanden later met Heleen, de oudere zus van Margaretha. Het huwelijk werd op 15 oktober 1920 ontbonden. Jan sr. was veel weg en nam het met de huwelijkse trouw even nauw als een krolse kater. Hij woonde rond 1911 enkele jaren in Parijs als vertegenwoordiger van de firma Stork.

Ondertussen had hij meer vakkennis opgedaan als elektricien en in 1912 kwam hij in dienst bij de firma Heemaf uit Hengelo. Voor Heemaf moest hij veel naar Marokko en later het Midden Oosten. Zijn reislust werd hier aangewakkerd en dat zou hem nooit meer loslaten. Hij maakte vele reizen, te voet of met de fiets. Als hij de kriebels kreeg hing hij een bord aan de deur van zijn werkplaats met ‘Voor onbepaalde tijd gesloten’. Tijdens zijn reizen maakte hij reportages voor regionale kranten en tijdschriften. Daarnaast schreef hij ook artikelen over bloemen en planten en natuurschoon in het algemeen. Bij zijn reizen ontpopte hij zich als een meer dan gemiddelde fotograaf, al was er ook tamelijk veel vrouwelijk schoon op de foto’s te bewonderen.

Jan Cremer sr. raakte in 1937 in Spanje tijdens de burgeroorlog gewond aan zijn voet.

Hij begon in Enschede lezingen te geven bij de foto’s die hij gemaakt had. Een van zijn reizen bracht hem naar Hongarije waar hij de mooie Hongaarse Ròsza Csordas Szomorkay Wendl leerde kennen die in Budapest als serveerster werkte. Het kostte moeite, maar uiteindelijk lukte het hem in 1939 haar over te halen mee te gaan naar Nederland. Ze werd zwaar teleurgesteld, omdat Jan lang niet zo welvarend was als hij haar had doen geloven. En Enschede vond ze helemaal niets: benepen, klein, achterdochtige mensen die haar als zigeuner betitelden. Terug wilde ze niet: dat was erkenning van haar falen. Ze begon de man te haten die haar met leugens naar Nederland gehaald had. En als klap op de vuurpijl liet hij haar alleen achter met hun tweejarige zoon toen hij op 12 november 1942 op bijna 65-jarige leeftijd overleed.

Grootvader Férenc Csordás Szomorkay (zittend in het midden) in Sziliget, Hongarije in 1938. (Foto- Jan Cremer sr.)

Hongarije

Een vriend (Mikulá Gábor) van een collega heeft in Hongarije onderzoek gedaan naar de Hongaarse familie. Daarover kan het volgende nog gemeld worden. De vader van Rósza had een leidinggevende positie op de Lipica stoeterij in Fagaras in Transylvania. Later verhuisde hij naar Szigliget bij het Balaton meer naar het domein Esterházy als manager. Toen schreef hij zijn naam al met het adellijke voorvoegsel Csordás. Naar alle waarschijnlijkheid, want er is geen geschreven bewijs over de oorsprong van de adelstand, heeft de familie Esterházy hem deze titel verschaft. Hij voegt daar aan toe dat in het socialistisch tijdperk de adel werd gezien als ‘vijand van het volk’ hetgeen een reden kan zijn om bewijsstukken over eventueel adeldom te verbergen.

Jan Cremer

De vader van Jan Cremer sr. heette ook weer Jan Cremer. Hij werd geboren op 22 januari 1840 te Groenlo, was koperslager van beroep en in Enschede huwde hij op 27 september 1866 met Jacomina Johanna Oechler uit Rijssen. Zij was de dochter van een Duitse immigrant die als schoenmaker zijn brood verdiende. Hij overleed al vrij jong op vijftigjarige leeftijd in Enschede.

Heinrich Joseph Constantin Cremer

De vader van Jan Cremer werd geboren op 14 juli 1809 te Altschermbeck in Hessen. Hij trouwde op 24 mei 1828 te Schermbeck met de uit Lichtenvoorde afkomstige Johanna van Lochem. Hij was nog maar negentien toen hij met zijn jonge (28-jarige) bruid naar Groenlo verhuisde. Daar bevestigden ze hun huwelijk op 23 december 1828 in het gemeentehuis van Groenlo.

Huwlijksakte HJC Cremer.

Als beroep werd genoteerd dat hij katoenspinner was. Johanna overleed op 10 augustus 1873 waarbij aangegeven werd dat zijn breidster van beroep was. Heinrich overleed op 21 januari 1885. In het reeds eerder vermeldde boek schreef Jan dat zijn overgrootvader eerst naar Nederland kwam en daar Johanna ontmoette. Hij had blijkbaar de Duitse trouwakte over het hoofd gezien.

Heinrich Kremer

Volgens de huwelijksakte is Heinrich Joseph Constantin de zoon van Heinrich Kremer en Johanna Herbers. Nu wordt het vreemd, want Jan schrijft in zijn boek dat de vader van Heinrich J.C. een zekere Johannes Theodorus Cremer is, gehuwd met Antoinette Jäger. Johannes Theodorus zou tot ‘Freiherr’ verheven zijn vanwege zijn verdiensten voor het vaderland. Nu echter blijkt dat Heinrich Kremer de vader is, vervallen daarmee alle andere claims naar andere ‘adelijke’ voorvaderen die hij in zijn boek beschrijft.

Bijlage: De stamboom van Jan Cremer.pdf

Door Marcel Mentink
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

“In naam der koningin, ik vorder die bal!” Zondagvoetbal in Blokzijl

De eerste competitiewedstrijd van de Blokzijlse Voetbalclub (BVC) op zondag 19 oktober 1930 tegen SSC uit Steenwijk was maar van korte duur. Kort na de aftrap kwamen op bevel van burgemeester Bulten vier veldwachters het speelveld opgerend en probeerden de bal in beslag te nemen. Het publiek en de spelers verzetten zich, een schermutseling ontstond en de wedstrijd werd gestaakt. Deze voetbalrel zou Blokzijl meer dan een jaar lang in zijn greep houden.

De reden van het ingrijpen van de veldwachters was het besluit van de burgemeester om de wedstrijd te verbieden. Volgens hem vielen voetbalwedstrijden onder de publieke vermakelijkheden en deze waren in Blokzijl op zondag niet toegestaan. BVC had geprobeerd het verbod te omzeilen door uitsluitend leden en donateurs van de club toe te laten. De wedstrijd zou daardoor immers een besloten karakter krijgen en wellicht toch door kunnen gaan. Burgemeester Bulten, die zijn gezag niet wilde laten ondermijnen, besloot voor de zekerheid politieversterking in te roepen.

Bij de wedstrijden van BVC hadden alleen leden en donateurs toegang. Overig publiek probeerde de wedstrijd tegen VVC vanaf schuttingen en houtstapels te bekijken.

Gestaakt

De veldwachters kregen na de aftrap de bal niet meteen te pakken. De jeugdige voetballers waren hen telkens te snel af. Dit irriteerde met name veldwachter Hoedemaker zodanig dat hij met opgeheven sabel de zeventienjarige BVC-speler Wiecher Zootjes te lijf wilde gaan. Toen een groep toeschouwers het veld op snelde om hem dit te beletten ging hij “als een dolle stier in de arena tekeer”, verklaarde een ooggetuige later. Onder de toevoeging “Ik sla je dood!” sloeg Hoedemaker in op iedereen die hij tegenkwam. BVC-speler Berend Oosten ontving een klap op zijn linkerarm waardoor een pees en een slagader werden doorgesneden. Hij moest met de auto naar het ziekenhuis in Zwolle worden gebracht. Ook burgemeester Bulten zou hebben gedreigd iedereen dood te laten slaan. De wedstrijd werd gestaakt en de toeschouwers gingen in opgewonden stemming weer naar huis.

Media

De impact van de voetbalrel was enorm. Zowel regionale als landelijke media sprongen op de gebeurtenis en Tweede Kamerlid Van der Sluis drong bij minister Ruys de Beerenbrouck van Binnenlandse zaken en minister Donner van Justitie aan op een politioneel onderzoek. De gemeenteraad van Blokzijl riep burgemeester Bulten ter verantwoording. Tijdens de raadsvergadering van 30 oktober zat de publieke tribune stampvol en was er een sterke politiemacht aanwezig. Raadslid Wessel Bakker, tevens bestuurslid van BVC, diende een motie in waarin het optreden van de burgemeester en veldwachters werd veroordeeld. De in verlegenheid gebrachte Bulten wilde niet op de inhoud van de motie ingaan en sloot abrupt de vergadering. De aanwezige veldwachters gelastten daarop iedereen de zaal te verlaten.

Burgemeester Hendrik Jan Bulten (1873-1967).

Rechtbank

Ook de rechtbank in Zwolle boog zich over de zaak van de voetbalrel. Op 30 april 1931 vond er een lange zitting plaats, waarin alle betrokkenen werden verhoord. De officier van justitie vond een aantal spelers van BVC de aanstichters van de rel en eiste drie tot zes maanden gevangenisstraf. De advocaat van de spelers stelde dat burgemeester Bulten als “heiliger van de zondag” een ongewenste sfeer had geschapen en vroeg zich af of “iemand der heeren rechters anders zou handelen, wanneer een veldwachter al zwaaiend met zijn sabel op hem afkomt?” Uiteindelijk werden de BVC-spelers door de rechter vrijgesproken. Veldwachter Hoedemaker was ondertussen overgeplaatst naar Genemuiden.

Nieuw seizoen

Door de rel en de nasleep ervan was er in Blokzijl het hele seizoen op zondag niet gevoetbald. Hoewel de Zondagswet nog steeds van kracht was, waagde men in het nieuwe voetbaljaar toch een weer een poging en schreef de voetbalbond in overleg met BVC op zondagmiddag 15 november een wedstrijd tegen Giethoorn uit. Bij een korfbalwedstrijd twee weken eerder had burgemeester Bulten ook geen bezwaar gemaakt. Net als bij de gestaakte wedstrijd tegen Steenwijk waren alleen leden en donateurs als toeschouwer welkom. Maar vlak voor het begin van de wedstrijd kwam ook Bulten met veldwachter Zijlstra het terrein op. Direct na de aftrap begaf hij zich op het veld al bulderend: “In naam der koningin, ik vorder die bal!”. De wedstrijd werd wederom gestaakt, nadat raads- en bestuurslid van BVC Bakker tevergeefs had gevraagd de bal terug te geven.

Burgemeester Bulten neemt de bal in beslag.

Zowel Giethoorn, de scheidsrechter als BVC gaven aan te zullen protesteren tegen de volgens hen ongeoorloofde handelswijze van de burgemeester. De BVC’ers waren vastberaden gewoon te gaan voetballen als een week later VVC uit Vollenhove op bezoek zou komen. Bulten liet zich bij deze wedstrijd niet zien, de wedstrijd ging door en de feeststemming werd nog eens verhoogd toen BVC de Vollenhoofse gasten met 4-3 wist te verslaan. In Blokzijl kon voortaan op zondag worden gevoetbald.

Door Martin van der Linde
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Overijsselaars van Toen

Gisbert Cuper, geleerde en politicus

Op 22 november 2016 was het driehonderd jaar geleden dat de geleerde en politicus Gisbert Cuper (1644-1716) overleed. Cuper stond in zijn tijd bekend als een verdienstelijk bestuurder, maar echt vermaard was hij om zijn wetenschappelijke activiteiten.

Cuper als wetenschapsman

Gisbert Cuper werd op 28 september 1644 in Hemmen (Gelderland) geboren. Hij studeerde aan het Athenaeum Illustre in Nijmegen en daarna letteren en oudheidkunde aan de Universiteit van Leiden. In 1668 werd Cuper benoemd tot hoogleraar in de geschiedenis en welsprekendheid aan het Athenaeum Illustre te Deventer. Hij vestigde zich in Deventer en huwde de burgemeestersdochter Aleida van Suchtelen. Zijn hoogleraarschap was zeer succesvol. Van 1672 tot 1681 was Cuper rector van het Deventer Athenaeum.

Portret van Gisbert Cuper door Gerard ter Borch. Tussen 1670 en 1680 (collectie gemeente Deventer).

Cuper schreef enkele wetenschappelijke werken, met name over antieke munten en penningen. Maar belangrijker was Cuper als correspondent. Van hem zijn talloze brieven bewaard gebleven. Hij correspondeerde met tal van geleerden en hooggeplaatste personen en was de centrale figuur in een Europees netwerk van wetenschappers. Geleerden uit die tijd haalden hun kennis, behalve uit hun correspondentie, uit hun eigen bibliotheken en uit hun verzamelingen van antiquiteiten, naturalia en etnische voorwerpen. Zowel de verzameling van Cuper als zijn omvangrijke bibliotheek stonden uitstekend aangeschreven bij collega-geleerden.

Menig wetenschapper en verzamelaar kwam Gisbert Cuper in zijn prachtige woning, huis De Schuur aan het Grote Kerkhof, opzoeken. Het pand werd in 1953 afgebroken om plaats te maken voor de Deventer Schouwburg. Deze werd in 2013 afgebroken voor de nieuwbouw van het Stadhuiskwartier.

Tekening van de voorgevel van huis De Schuur door B. Looman, 1858. (Stadsarchief Deventer)

Bij opgravingen door archeologen zijn toen enkele opzienbarende vondsten gedaan in de beerput achter huis De Schuur. Zo zijn onder meer twee beeldjes van een zogenoemde Lohan, een soort boeddhistische heilige, aangetroffen. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze bijzondere vondsten oorspronkelijk afkomstig uit de verzameling van Cupers correspondentievriend, collega-burgemeester en geleerde Nicolaes Witsen (1641-1717) uit Amsterdam. Witsen stuurde Cuper vaak etnografische voorwerpen toe om ze door Cuper te laten bestuderen, die daar vervolgens aan zijn grote kring van correspondenten verslag over uitbracht. Op deze wijze hebben deze beide heren een belangrijke bijdrage aan de wetenschap geleverd. De laatste jaren staat de correspondentie tussen Cuper en Witsen volop in de belangstelling.

Eén van de beeldjes van een zogenoemde Lohan of Arhat in 2013 gevonden in de beerput van huis de Schuur.

Cuper als politicus

In 1675 werd de overtuigd Oranjegezinde Cuper door stadhouder Willem III benoemd in de tot dan toe overwegend staatsgezinde Deventer magistraat. Zijn lidmaatschap van dit stadsbestuur, waaronder vele malen als burgemeester, was in de ogen van zowel Oranjegezinden als staatsgezinden een groot succes. Cuper bleef tot zijn dood lid van de magistraat.

Van 1681 tot 1694 was Cuper door de Staten van Overijssel namens Deventer afgevaardigde in de Staten-Generaal in Den Haag. Cuper was echter niet zo goed bestand tegen het Haagse gekonkel. Hij was meer een politiek denker dan een doener. Maar toen hij lid werd van een soort commissie voor buitenlandse zaken kwamen zijn talenten beter uit de verf. Vooral zijn uitgebreide correspondentie met buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders bleek hierbij zeer nuttig. Daardoor was hij in staat zich van allerlei internationale politieke ontwikkelingen op de hoogte te stellen, en deze informatie speelde hij dan door aan belanghebbenden.

In de zomer van 1706 speelde Cuper nog een belangrijke rol als gedeputeerde te velde namens Overijssel in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Zijn taak daar bestond uit het controleren van de door Overijssel betaalde troepen en het regelen van allerlei bestuurlijke zaken in Brussel. Van deze periode heeft Cuper een dagboek bijgehouden. Dit document geeft een aardige blik in de politieke keuken van die tijd, waarbij Cuper een stevige vinger in de pap blijkt te hebben gehad. Het geeft tevens een goed beeld van de mens Gisbert Cuper: plichtsgetrouw, ijdel, pedant, maar sociaal zeer vaardig en beminnelijk. De laatste tien jaar van zijn leven bracht Gisbert Cuper in betrekkelijke rust door in Deventer, waar hij op 22 november 1716 overleed.

Portretten van Gisbert Cuper (zie titelfoto) en Aleida van Suchtelen door Jan de Baen. Tussen 1681-1689 (collectie gemeente Deventer).

Ter gelegenheid van de driehonderdste sterfdag van Gisbert Cuper is op 22 november 2016 een korte biografie over hem verschenen: Gisbert Cuper, Deventer burgemeester en geleerde (1644-1716), door Catherine Bolkestein, uitgegeven door Corps 9 Publishers, Deventer, prijs € 13,95. Op die dag is tevens een gedenkteken voor Gisbert Cuper in het Deventer stadhuis onthuld. Voorts is in Museum de Waag de tentoonstelling Palmyra, Stad van Duizend Zuilen in Deventer nog tot en met 12 februari 2017 te bezichtigen. Centraal in deze expositie staat een schilderij van Palmyra, een Hellenistisch-Romeinse stad uit de eerste eeuwen na Chr. Cuper had omstreeks 1692 opdracht gegeven dit schilderij te vervaardigen.

Door Catherine Bolkestein
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Twente en zijn historische tuinen: Twickel

In Twente zijn vele landhuizen en havezaten te vinden die een monumentenstatus kennen. Ook de tuinen die deze huizen omringen worden vaak als monument aangemerkt. Veel van deze tuinen zijn te bezoeken. In sommige daarvan zijn vele eeuwen tuinarchitectuur te vinden, anderen kenmerken zich juist doordat de aanleg geheel in één stijl is gedaan.

Kasteel Twickel is een van de bekendste kastelen in Twente en is tot ver over de grenzen van de regio bekend. Meer dan over andere landgoederen en havezaten in de regio, is er over Twickel geschreven, gepubliceerd en onderzoek gedaan.

De geschiedenis van Twickel begint in 1367. In dat jaar kocht Herman van Twickelo Erve Eysinc. Al spoedig verrees op deze plek een nieuw huis, Twickel genaamd. Tot de zestiende eeuw bleef het huis in bezit van de familie Van Twickelo. Met het huwelijk van Agnes van Twickelo in 1537 met Goossen van Raesfelt kwam het huis in bezit van deze familie. In 1676 kwam het door een huwelijk in handen van de familie Van Wassenaer van Obdam die het huis bijna tweehonderd jaar in bezit zouden hebben. Door het huwelijk van Maria Cornelia van Wassenaer Obdam met Jacob Derk Carel van Heeckeren kwam het kasteel en landgoed in bezit van de familie Van Heeckeren. Hun jongste zoon Rodolphe erfde het landgoed in 1883. Zijn huwelijk met Maria gravin van Aldenburg Bentinck bleef helaas kinderloos. De laatste barones van Twickel richtte in 1953 de stichting Twickel op wat ervoor zorgde dat het landgoed als geheel kon blijven bestaan. Een van de voorwaarden was dat het huis bewoond moest blijven. Haar achterneef Christiaan graaf zu Castell-Rüdenhausen erfde dit woonrecht. In 1982 verhuisde hij met zijn gezin naar het kasteel. Zijn zoon bewoont op dit moment met zijn gezin het kasteel.

De oranjerie van Twickel. (foto Y. Hoitink via Wikimedia)

Net als over het huis is ook over de tuin het nodige op schrift gezet. In deze tuin is de ontwikkeling van de tuinarchitectuur vanaf de renaissance goed zichtbaar. Ten noorden van het huis ligt de formele tuin. Deze tuin is aangelegd in de Franse neo-barokstijl. Deze stijl kenmerkt zich door geometrische vormen die onder andere worden gecreëerd door buxus en taxushagen. De oranjerie uit 1833 dient als winterverblijf voor de grote collectie (sub)tropische planten waaronder enkele zeer oude sinaasappelbomen. In verband met het belang van de collectie citrusbomen wordt samengewerkt met Paleis Het Loo. Achter de oranjerie ligt de rotstuin die is aangelegd door de laatste barones en dus een twintigste-eeuwse toevoeging is net als de rozentuin die uit de jaren zeventig stamt maar nu opnieuw wordt aangelegd.

Zicht op het kasteel. (foto Y. Hoitink via Wikimedia)

Aan de achterkant ligt een parkachtige tuin in Engelse landschapstijl. Hier is ook de wildbaan, een omheind jachtgebied, te vinden met een roedel damherten. Ooit waren wildbanen talrijk, nu zijn er nog maar een aantal exemplaren over. De komst van de wildbaan in 1769 was het startschot voor de aanleg van dit parkachtige gedeelte van de tuin. Hier zijn de spiegelvijvers te vinden, de kronkelende wandelpaden, de vele rododendrons zoals gebruikelijk in dit type tuin en vrij recente toevoegingen als een stalen brug en gouden rozenpriëlen. In deze tijd werden ook vele exotische bomen geplant en ontstonden er nieuwe bomengroepen om zo verrassende doorkijken te creëren. Dat niet iedereen hiervan gecharmeerd was blijkt uit de woorden van Jacob van Lennep die hier in de zomer van 1823 een reis maakte en in zijn brieven spreekt van ‘het sombere bos van Twickel dat door de gierige Gravin van Wassenaer slecht wordt onderhouden’. Het park en de landschapstuin zijn door de eeuwen heen door meerdere tuinarchitecten onder handen genomen. Enkele bekende namen zijn Zocher, Petzold en Poortman

Een plan voor de tuinen door architect Marot.

In de eenentwintigste eeuw is het landgoed nog volop in ontwikkeling. Oude elementen worden hersteld en nieuwe en oude plannen worden uitgevoerd, niet alleen in tuin en park maar ook in het omringende landgoed. Enkele jaren geleden is de Umfassungsweg geopende. Deze wandelroute werd eind negentiende eeuw voor een groot gedeelte aangelegd door architect Petzold. Hij overleed echter voortijdig en pas in 2011 werd het pad voltooid. De wandelroute van circa negen kilometer verbindt de mooiste landschappen van het landgoed. Ook op dit moment wordt er druk aan het landgoed gewerkt. De focus ligt op het herstellen van de verbinding met Delden. In de twintigste eeuw zijn er vele bomen geplant om de drukke rondweg aan het zicht te onttrekken en om dienst te doen als een soort veredelde geluidsmuur. Het nadeel hiervan was echter dat er ook een visuele blokkade ontstond tussen stad en kasteel. Door het verwijderen van de bomen wordt dit visuele contact weer hersteld.

De tuin van Twickel in 1970. (foto Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Het landgoed van Twickel is vrij toegankelijk, de tuinen zijn weer geopend vanaf 1 april. Ook Kwekerij de Border, de oude ommuurde moestuin van het kasteel, gelegen aan de Twickelerlaan, is een bezoek zeker waard. Het huis zelf is slechts sporadisch geopend voor bezichtiging. Zie voor meer informatie www.twickel.nl.

Door Doreen Flierman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Overijssel in boeken

Bezetting, collaboratie, verzet in Olst, 1940-1945

Vertrekpunt van dit boek is het werk van verzetsman Aart Korten uit 1947 over de oorlog in en rond Olst. Omdat inmiddels veel archieven uit die tijd toegankelijk geworden zijn is het mogelijk geweest een completer beeld te schetsen. Niet alleen het verloop van de oorlog en het verzet komen aan bod. Ook kunnen we lezen welke invloed de NSB en de NSB-ers hadden op de onderlinge verhoudingen. In Olst zijn meerdere straten naar verzetsmensen vernoemd. Dit boek brengt hun verhalen tot leven.

Auteur: Jan Hilferink

Uitgever: De JongeBeth

ISBN 978 90 8131 554 8 | 144 pag. | € 24,50

Door de redactie

Zwerftochten door de Vechtvallei

‘Zwerftochten door de Vechtvallei’ vertelt de geschiedenis van mens, boerenerve en streek vanaf de plek waar de Vecht ons land binnenstroomt bij Gramsbergen, via Ane, Anevelde, Oud-Bergentheim, Rheeze, Diffelen, Beerze, Junne tot aan Stegeren. Vrijwilligers van de historische verenigingen van Hardenberg en Ommen hebben de reeks krantenartikelen van Gerrit Jan Eshuis, verschenen in het Dagblad van het Oosten in de periode 1972-1975, gebundeld in het boek ‘Zwerftochten door de Vechtvallei’. Dat was destijds ook de titel van de serie in de krant. De artikelen zijn nu uitgebreid met actuele gegevens. Vele prachtige foto’s en kaartjes zijn toegevoegd. Al eerder werden artikelen van Eshuis uitgegeven in boekvorm over het platteland in de omgeving van Almelo, Hellendoorn en Nijverdal.

Auteur: Gerrit Jan Eshuis

Uitgever: Hist. Ver. Hardenberg e.o. ism Uitgeverij Heijink Hardenberg

ISBN 978 90 8053 350 9 | 319 pag. | € 24,95

Door de redactie

Het Deventer grootburgerrecht honderdvijftig jaar geleden opnieuw geregeld (1866 - 2016)

Het is een begrip, de Deventer grootburgers. Regelmatig wordt het exclusieve gezelschap ontvangen door de burgemeester van de stad. Maar hoe zit dat nou precies met de grootburgers? Wanneer ben je tegenwoordig grootburger en waar heb je dan recht op? De bekende oud-stadhistoricus dr. Clemens Hogenstijn vertelt hoe de vork aan de steel zit in zijn boek Het Deventer grootburgerrecht honderdvijftig jaar geleden opnieuw geregeld (1866 - 1916).

De gemeenteraad van Deventer heeft in 1866 besloten de rechten van de grootburgers tot het drijven van vee op stadsweiden te vervangen door een jaarlijkse vergoeding. Deze 13.61 euro wordt nu dus al 150 jaar uitgekeerd. Hogenstijn schetst de voorgeschiedenis, licht het politieke debat toe en legt uit hoe de samenstelling van de groep grootburgers in 1866 tot stand kwam. Alle hoofdrolspelers, zoals Johannes van Vloten, Willem Herman Cost Jordens en Augustus Johannes Houck, passeren de revue. In een bijlage zijn alle familienamen van de huidige grootburgers opgenomen.

Auteur: Clemens Hogenstijn

Uitgever: Gemeente Deventer

ISBN 978 90 825086 0 4 | 48 pag. | € 9,75

Door de redactie

Rituele Depots. Erfgoed en afval

Vergeten is de beste vorm van bewaren. Probleem is dat mensen niet ordelijk kunnen vergeten. We kunnen in feite alleen ordelijk bewaren. En dat doen we volop: in musea, archieven, tijdcapsules of laadjes. Onthouden en bewaren geeft in onze samenleving aanzien. Vergeten en weggooien heeft daarentegen geen status. Alleen veel Alzheimer-patiënten kunnen ordelijk vergeten. Het geheugen werkt daar ‘last in, first out’.

Rituele depots gaat over de culturele praktijk rond herinneren en vergeten, bewaren en weggooien. Dit zijn niet alleen handelingen uit ieders persoonlijke dagelijkse leven, maar ook werkwijzen van instellingen die zich professioneel toeleggen op behoud van erfgoed. Zullen wij over duizend jaar herinnerd worden aan de hand van zaken die we als erfgoed zorgvuldig bewaren en willen doorgeven? Dat is wel onze bedoeling, maar de kans is groot dat wat we hebben weggegooid niet alleen beter bewaard blijft, maar uiteindelijk ook meer over onze ware identiteit onthult. Afval is een kenmerk van menselijke aanwezigheid, tot in de ruimte aan toe. Niet de conservator maar de vuilnisman is onze vriend.

Auteur: Gerard Rooijakkers

Uitgever: Uitgeverij Veerhuis ism Historisch Centrum Overijssel

ISBN 978 90 8730 041 8 | 125 pag. | € 19,95

Door de redactie

Visite uit de hemel. Herinneringen aan Willem Wilmink

De belangstelling voor dichter Willem Wilmink luwt niet, zelfs niet na zijn dood. Er zit een melancholieke toon in het werk van Wilmink die nog altijd aanspreekt. Door zijn autobiografie, zijn verzamelde brieven en biografie weten we veel over hem. Maar er is nog meer. Zijn vriend Jacques Klöters – die een student van Wilmink was aan de Universiteit van Amsterdam, een collega op de Akademie voor Kleinkunst en zijn liedjes zong als lid van cabaretgroep Don Quishocking – heeft zijn herinneringen aan de gesprekken en interviews die hij met Wilmink had, opgetekend in Visite uit de hemel. Zo kan er nu een prachtig werk verschijnen waarin we visite uit de hemel krijgen, want Wilmink schuift dicht aan, we horen hem vertellen en liedjes zingen alsof hij bij ons op visite is. En dat is hij ook.

Audioresearcher Piet Tullenaar dook de archieven van de omroepen in en vond er onbekende opnamen van Wilmink: veelal interviews waarin hij zijn liedjes zong op eigen melodieën of op simpele versies van de composities van Harry Bannink, door zichzelf begeleid op accordeon. Te horen op bijgevoegde cd’s.

Auteur: Jacques Klöters

Uitgever: Rubinstein

ISBN 978 90 4762 183 6 | 34 + 2 cd's pag. | € 19,95

Door de redactie

Sagen, Legenden en Spokerijen uit Twente en graafschap Bentheim

Roof, moord en doodslag, smachtende en onbeantwoorde liefde, tomeloze wraakzucht en grenzeloze toewijding zijn o.a. de ingrediënten van oeroude en meer recente sagen, legenden en gruwelijke spookverhalen uit Twente en het Graafschap Bentheim. Vraag naar sagen en legenden in zowel Duitsland als Nederland en Jan Bornebroek schudt ze zó uit de mouw. Hij schreef deze verhalen van vroeger op, in zijn tiende boek.

De verhalen van 'witte wieven' en 'Huttenkloas', kennen de meeste mensen wel. Maar hebt u wel eens gehoord van 'de dame van Singraven'? "Daar hebben de nonnen die verdreven waren uit Oldenzaal gewoond. Een van die nonnen is vanwege onkuisheid ingemetseld in de muur. En haar geest dwaalt daar nog rond", aldus verhalenverteller Bornebroek.

En op een ander kasteel in Overijssel, Huize Wegdam, woonde een heks. "Een hellig, old wief", aldus de schrijver. Volgens hem zijn er nog altijd mensen die geloven in dit soort oude verhalen. "Ik had van de week nog een lezing en dan zeg ik er echt bij dat het onzin is, maar toch geloven mensen het."

Auteur: Jan Bornebroek

Uitgever: Geunhuis Producties

ISBN 978 90 7986 435 5 | 128 pag. | € 12,50

Door de redactie
Geschiedenis van alledag

Overijsselse gebruiken rond de jaarwisseling

Voor oudejaarsavond is Sint Silvester een betere aanduiding, omdat het eigenlijk Nieuwjaarsavond zou moeten zijn, de avond namelijk voor de feestdag van Nieuwjaar. Dit is ook in het oosten vooral een avond van lekker eten en drinken. Maar er bleven op de overgang van oud naar nieuw meer tradities in Overijssel bewaard. In het volgende behandelen wij een aantal van die gebruiken.

Foekepotten

Eén van die tradities is het Foekepotten. Een foekepot is een primitief muziekinstrument, dat elders op andere avonden klinkt, vooral op vastenavond. Een varkensblaas wordt over een pot gespannen, een rietje er door heen gestoken, de rafels van het gat daar vast om heen en klaar is het instrument. Nu even op je vingers spuwen en met duim en twee vingers langs het rietje strijken. Dat geeft het karakteristieke geluid: foeke, foeke, foeke. In de vroege avonduren speelt zich het feest af. In de potsierlijkste vermommingen trekken de kinderen in kleine groepen door de straten, bonken op de deuren of bellen aan en onder oorverdovende begeleiding van foekepotten en potdeksellawaai dreunen ze hun liedje op.

Foekepotten in Vilsteren. (foto Elleke Steenbergen)

Carbidschieten

Kampen en carbidschieten lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Buren en vrienden brengen Oudjaarsdag drinkend en schietend op straat door. In de straten zijn partytenten en muziekinstallaties ingericht. Het carbidschieten begint in de stadswijken en langs de randen van het centrum. ’s Avonds trekken de jongelui naar het centrum en verwelkomen het nieuwe jaar op het uitgaansplein de Plantage en de Oude straat met de laatste knallen. Het schieten met melkbussen vindt zijn oorsprong aan het begin van de twintigste eeuw. De opkomst van de coöperatieve melkfabrieken had op grote schaal ijzeren melkbussen in omloop gebracht. Carbid was in die tijd ruim voor handen, omdat de stof werd gebruikt voor fietsverlichting en smeedwerk.

Carbidschieten in Kampen. (foto Ewout van der Horst)

Oudejaarshuisjes

Vollenhove kent de traditie van de oudejaarshuisjes. Her en der in Vollenhove staan keten op pleintjes of parkeerplaatsen, waar mensen de jaarwisseling doorbrengen. Op Oudejaarsdag staan de ‘bewoners’ buiten rondom vuurkorven of in partytenten. Intussen knallen ze er lustig op los. ’s Avonds betrekken zij hun verwarmde keten, waar ze tot de vroege uurtjes blijven. De oudejaarshuisjes worden al rond de kerstdagen geplaatst, zodat voor sommige inwoners van Vollenhove de jaarwisseling een week in beslag neemt.

Oudejaarshuisjes in Vollenhove. (foto Ewout van der Horst)

Sleppen

Een andere traditie was het “ sleppen” in de nacht van Oud en Nieuw. De traditie van dit verslepen van rommel, boerenkarren en gereedschappen komt voor in de hele Noordwesthoek van Overijssel, maar ook in Salland, met uitlopers in het Twentse. Alles wat los zat of rondslingerde op het erf moest er aan geloven en soms belandde zelfs een kar met mest en al op de nok van een boerderij. Dit was een soort volksgericht, want op zondag behoorde alles om het huis opgeruimd te zijn. In Giethoorn bracht men punters tot zinken of stelde vonders op scherp, zodat passanten te water raakten.

Het resultaat van sleppen in oudjaarsnacht in Markelo. (collectie Stichting Heemkunde Markelo)

Klokluiden

Een onschuldiger gebruik in de provincie is het klokluiden rond de jaarwisseling. Vooral in Twente hebben de vuurpijlen en de gillende keukenmeiden de oeroude klanken van het oudejaarsluiden nog steeds niet kunnen overstemmen.

Meer Overijsselse gebruiken rond oud en nieuw zijn te vinden op de website www.traditiesinoverijssel.nl van de IJsselacademie.

* Titelfoto: Nieuwjoarsvisite op de Renger in Stokkum. (collectie Stichting Heemkunde Markelo)

Door Girbe Buist
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Unico van Wassenaer: Illustre Mano

Hoe beroemd Nederland ook is om zijn schilders, wereldberoemde componisten van eigen bodem zijn iets dunner gezaaid. Des te bijzonder is het daarom dat daar redelijk recent nog een componist aan kon worden toegevoegd en nog wel niet de minste namelijk Unico graaf van Wassenaer, heer van Twickel. In november 2016 werd een dubbel-cd gepresenteerd met zijn complete composities. Daarnaast werd een boekwerk over hem uitgegeven. Dit alles ter gelegenheid van de 250ste sterfdag van deze achttiende-eeuwse heer van Twickel.

Unico Wilhelm graaf van Wassenaer Obdam werd geboren op 30 oktober 1692 in Delden. Hij was de vijfde zoon van Jacob van Wassenaer Obdam en Adriana Sophia van Raesfelt. Zij was de erfdochter van Twickel en door dit huwelijk kwam Twickel in bezit van de familie Van Wassenaer. Adriana overleed helaas toen Unico nog maar slechts twee jaar oud was. Zijn tante Agnes nam een deel van de opvoeding op zich. Zij was een artistiek persoon die zich veelvuldig bezighield met kunst, muziek en tuinieren, iets wat ook in de opvoeding van Unico terugkwam en waar hij zeer ontvankelijk voor bleek te zijn.

Na zijn studie in Leiden en zijn diverse Europese tours groeide Unico uit tot Nederlands diplomaat en bestuurder. Hij was lid van de Overijsselse en de Hollandse ridderschap en zeer belangrijk als organisator bij de sanering van de Balije Utrecht van de Duitse Orde. Ook voor het landgoed Twickel is hij zeer bepalend geweest. Hij reorganiseerde de pacht en stelde regels op voor de rentmeesterij. Hij liet het poortgebouw afbreken om zo zichtlijnen te creëren met het beekdal en plantte vele eiken voor de lanen. De tuin werd ingericht met een oranjerie waar citrusbomen konden bloeien. Twickel floreerde onder zijn beheer. Maar hetgeen waar hij onsterfelijk mee is geworden is zijn muziek.

Voorblad van de Concerti Armonici zoals uitgegeven door Carlo Ricciotti.

Iedere winter verbleef het gezin Van Wassenaer in Den Haag. In deze stad kreeg Unico als jongen ook zijn muziekonderwijs, in de jaren 1700 tot 1707 waarschijnlijk van Quirinus van Blankenburg. Van Blankenburg was een bekend organist en muziektheoreticus. Daarnaast was hij een veelgevraagde leraar in de adellijke kringen waar hij voornamelijk les gaf in klavecimbel. Daarnaast ontving Unico ook les in contrapunt en harmonieleer, iets waar hij een groot talent voor bleek te hebben zoals zijn composities getuigen. Voor zijn vioollessen werd Carlo Ricciotti aangetrokken, een Italiaanse musicus die ook les gaf aan Willem Bentick, die later bekend zou worden door de romans van Hella Haasse, gebundeld onder de naam ‘Mevrouw Bentinck’.

Unico was een zeer getalenteerd musicus en componist, iets waar hij niet mee te koop liet. Het was ‘not done’ in zijn kringen om zich hier op een ander niveau mee bezig te houden dan slechts in de huiselijke kring. Unico had voor deze huiselijke concerten het ensemble Collegium Musicum opgericht. Hiervan waren zowel Carlo Ricciotti als Willem Bentinck lid. Door dit ensemble werden zijn werken waarschijnlijk veelvuldig opgevoerd en in Den Haag was zijn componeren dan ook een publiek geheim.

Bladmuziek Vijfde Concerti Armonici.

Aan zijn composities werd zijn naam niet verbonden, dit op Unico’s uitdrukkelijke verzoek. De muziek werd door Ricciotti gepubliceerd als zijnde van een ‘illustre mano’, een ‘voorname hand’, waarschijnlijk geschreven tussen 1725 en 1740 en opgedragen aan Willem Bentinck. Het was het begin van onduidelijkheid over de componist. Vivaldi en Handel waren onder de namen die werden genoemd voor het auteurschap. De muziek werd daarna geruime tijd met enige aarzeling toegeschreven aan de op zesentwintigjarige leeftijd gestorven Italiaanse componist Pergolesi. Zo goed had Unico zijn muzikale bezigheden verborgen en toegedekt dat zijn geheim tot in de twintigste eeuw bewaard bleef. De vondst van een manuscript van de Concerti Armonici door musicoloog Albert Dunning in het archief van Twickel in 1980 toonde aan dat Unico van Wassenaer de ware componist was van dit werk.

Brief van Unico uit het archief van Twickel.

Al het werk van Unico om zijn auteurschap te verbergen werden uiteindelijk door hem zelf teniet gedaan: hij liet namelijk een brief achter in het archief met de woorden ‘Partition de mes concerts gravez par le Sr. Ricciotti’. De ‘Concerti’ zijn niet de enige bekende werken van zijn hand. In 1992 werden er in een bibliotheek in Rostock drie fluitsonates gevonden. Deze had hij opgedragen aan Friedrich Ludwig von Wurttemberg, een Pruissische erfprins die ook in Den Haag onderwijs van Van Blankenburg had genoten, net als Unico. Ook de muziek voor het bekende ballet ‘Pulcinella’ van Diagilev door Igo Stravinsky is gebaseerd op muziek van Van Wassenaer.

De dubbel-cd en boek zijn te koop bij de Landgoedwinkel Twickel maar zijn ook te bestellen via de website van Twickel zie www.twickel.nl.

*Met dank aan Stichting Twickel voor informatie en beeld.

Door Doreen Flierman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Cultuurhistorie in Overijssel

Stem op MijnStadMijnDorp voor de Geschiedenis Online Prijs 2017

MijnStadMijnDorp doet mee aan de Geschiedenis Online Prijs 2017! Deze prijs bekroont de meest vernieuwende, verrassende of mooiste Nederlandse historische website of app. Uit de meer dan 160 kandidaten is MijnStadMijnDorp met 19 andere websites en apps genomineerd voor de juryprijs!

De Geschiedenis Online Prijs bestaat uit een publieksprijs en een juryprijs. Je kunt t/m 9 februari stemmen op jouw favoriete historische website of app. Verdient MijnStadMijnDorp die prijs? Stem dan op ons!!

Om te stemmen op MijnStadMijnDorp ga je naar http://bit.ly/2iXElb3 en klik je op 'Stem op deze website'. Je ontvangt vervolgens een e-mail op het door jou opgegeven e-mailadres met een link om je stem te bevestigen, vergeet dit niet want anders is je stem niet geldig! Je kunt je stem uitbrengen op meerdere websites of apps. Bekijk alle deelnemers via www.geschiedenisonlineprijs.nl.

Door de redactie

Rijksmuseum Twenthe: In het hart van de Renaissance

Vanaf 11 februari tot en met 18 juni 2017 zullen in Rijksmuseum Twenthe tientallen werken te zien zijn van enkele van de grootste kunstenaars van de Italiaanse Renaissance die zijn hoogtepunt had rond 1500. In samenwerking met onder andere het Pinacoteca Tosio Martinegno, een publieke kunstcollectie in het Italiaanse Brescia, organiseert het Enschedese museum een tentoonstelling met vijfenveertig topstukken uit de zestiende-eeuwse Italiaanse schilderkunst. Behalve werk van beroemde schilders uit Rome en Venetië, biedt de tentoonstelling ook een ruime keuze van hier minder bekende meesters uit Italië.

Blikvanger van de expositie is het werk van Rafaël, een van de bekendste kunstenaars uit de Italiaanse renaissance van wiens hand geen enkel werk aanwezig is in Nederlandse collecties. Naast een paneel met daarop een halffiguur van Christus zal ook zijn vroegst bekende werk uit 1501 te zien zijn, een engelenhoofd. Dit paneel werd geschilderd door Rafaël toen hij nog maar achttien jaar oud was. Verder zal er werk te zien van bekende kunstenaars als Titiaan en Tintoretto.

Voor meer informatie over deze tentoonstelling of voor het bestellen van tickets zie www.rijksmuseumtwenthe.nl

Door de redactie

500 jaar protestant in Overijssel

Op 31 oktober 1517 spijkerde Maarten Luther 95 stellingen op de deur van de slotkapel te Wittenberg. Die daad wordt algemeen beschouwd als het begin van de Reformatie, een beweging die enorm veel invloed heeft gehad, niet alleen op godsdienstig terrein. Op 31 oktober jl. ging de campagne ‘500 jaar protestant’ van de Protestantse Kerk in Nederland van start. Deze campagne omvat onder meer een estafette van provincie naar provincie. In januari is Overijssel aan de beurt. Zie daarvoor de rubriek ‘Agenda’ op de website www.protestant500overijssel.nl.

Eén bijeenkomst verdient bijzondere aandacht. Op zaterdag 28 januari vindt het slotconcert plaats in de protestantse kerk te Hellendoorn. Het Fries Symfonie Orkest voert dan de zogenaamde Reformatie-symfonie van Felix Mendelssohn Bartholdy uit, onder leiding van Gerhart Drijvers. Deze uit 1831 daterende symfonie (de 5de) is gebaseerd op het lied ‘Een vaste burcht is onze God’ van Maarten Luther. Musicus Dick Sanderman zal een muzikale toelichting geven, predikant dr. Jan Dirk Wassenaar een theologische.

Door de redactie

Ontdek 750 jaar IJssellandschap

Op donderdag 22 december 2016 is in de Athenaeumbibliotheek in Deventer de aftrap gegeven voor de feestelijke viering van 750 jaar IJssellandschap. IJssellandschap en haar rechtsvoorganger De Verenigde Gestichten beheert en ontwikkelt sinds 1267 land, landgoederen, boerderijen en huizen rondom Deventer. In het Deventer stadsarchief wordt zorgvuldig een document, een charter, bewaard, gedateerd op 22 december 1267, waarin voor het eerst gesproken wordt over het gasthuis de Heilige Geest. Dit gasthuis, dat eeuwenlang aan de Brink stond en waar nu de Openbare bibliotheek in gevestigd is, kan worden beschouwd als het eerste instituut dan sindsdien ononderbroken niet alleen zorg verleende, maar ook land en boerderijen beheerde.

Het verhaal van IJssellandschap

Acht ambassadeurs die IJssellandschap van toen en nu vertegenwoordigen, krijgen de opdracht om in 2017 het verhaal van IJssellandschap te documenteren. Hoe? Dat bepalen zij zelf. Hun document wordt op 22 december 2017 op een bijzondere wijze toegevoegd aan het Stadsarchief. Zo weet men over 750 jaar, wanneer IJssellandschap het 1500-jarig bestaan viert, hoe het er in 2017 voor stond.

Verhalenwagen

In 2017 trekt de Verhalenwagen langs zes landgoederen. Op elke halteplaats kun je het verhaal van IJssellandschap ontdekken en er jouw eigen verhaal aan toevoegen. Landgoed Veldhuizen bijt in januari en februari het spits af. Ga mee op ontdekkingsreis en volg het programma op website en Facebook.

Door de redactie

Een echte Van Meegeren

In het stadhuis van Deventer is de kleine, maar boeiende tentoonstelling ‘Een echte Van Meegeren’ te zien. Deze expositie is opgebouwd rondom het beroemde schilderij Het Laatste Avondmaal van de Deventer schilder en meestervervalser Han van Meegeren. Dit schilderij in de stijl van Vermeer is de tweede vervalsing van Van Meegeren, na zijn beruchte De Emmaüsgangers. In 1941 werd Het Laatste Avondmaal voor 1,6 miljoen gulden door kunstverzamelaar D.G. van Beuningen aangekocht als een echte Vermeer. Van Meegeren schilderde zijn vervalsing op een doek van de zeventiende-eeuwse schilder Abraham Hondius. Pas in 1946 tijdens het proces tegen de meestervervalser werd duidelijk dat het om een vervalsing ging.

Daarnaast zijn er vroege werken van de Deventer kunstschilder te zien, enkele andere vervalsingen, veel documentatie en eigentijds filmmateriaal. Van de in november uitgebracht film ‘Een echte Vermeer’ zijn rekwisieten te zien.

Gratis toegankelijk tot 5 februari in het stadhuis van Deventer, Grote Kerkhof 1. Geopend van maandag-vrijdag van 8.00 tot 18.00 uur en donderdagavond van 8.00 tot 20.00 uur.

Door de redactie

Expositie: Democratie in alle Staten

Invloed hebben of beïnvloed worden. De maatschappelijke expositie ‘Democratie in alle staten’ brengt het debat weer naar de oude Statenzaal. ‘Democratie in alle staten’ is een interactieve expositie, die de bezoeker aan het denken zet over het functioneren van democratie in het verleden, nu en de toekomst. De expositie groeit en verandert aan de hand van het stemgedrag van bezoekers. Het volk is aan zet. Beïnvloed het maatschappelijk debat via een referendum of stem met ouderwetse Griekse scherven. Laat uw stem niet liggen.

De expositie vestigt ook aandacht op de architectuur van de rijksmonumentale Statenzaal. Een voor de expositie samengestelde routekaart leidt de bezoeker door het neogotische gebouw. Langs de plafondschilderingen, de torentjes, de rijk gedecoreerde stoel van de commissaris van Koning(in) en de glas-in-loodramen met wapens van alle Overijsselse gemeenten. De organisatie hanteert geen stemplicht, maar rekent op een goede opkomst.

De expositie is vanaf 20 januari gratis te bezichtigen in het voormalige Provinciehuis in de Diezerstraat in Zwolle. 

Door de redactie

Leer mij Salland kennen

Het IJssellandschap organiseert een cursus van zes avonden over Salland als geografisch gebied èn als culturele eenheid. Deze is bestemd voor nieuwe en ’oude’ inwoners van de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte. Twaalf deskundige docenten vertellen over de thema’s geschiedenis, economie, cultuur en taal, bestuur, dorpen, religie en landgoederen. De cursus bevat ook een dagexcursie door Salland. Elke cursusavond vindt plaats op een locatie die past bij het thema. De eerste cursus is op 7 maart 2017. Kijk voor meer informatie op de website van Het IJssellandschap.

Door de redactie
Beeld en geluid

Uit het youtube HCO kanaal

Autoloze zondag, 1973

Hierbij een film uit de HCO-collectie gemaakt tijdens de autoloze zondag van 2 december 1973. We zien een moeder die een slee met 2 kinderen door de besneeuwde straten van Hengelo trekt. Kun jij je de autoloze zondag nog herinneren?

Meest recent toegevoegd

Uit de beeldbank van...

De eerste auto in Overijssel

Gemeentearchief Enschede

Op 20 december 1895 deed de eerste automobiel haar intrede in Nederland. Het was de 26-jarige Tilburgse textielfabrikant Jos Bogaers die bij fabrikant Carl Benz in Mannheim een “rijtuig zonder paard” bestelde en Tilburg liet opschrikken. Bij het horen van de buitengewoon luidruchtige automobiel had de bevolking van Tilburg gemeend dat de tram uit de rails was geschoten. Deze eerste, primitieve auto had een verbrandingsmotor op benzine en “heeft bij goeden weg eene snelheid van 20 km per uur”.

In Overijssel was het de Enschedese directeur van NV Boekelosche Stoombleekerij, W.H. van Heek, die als eerste op 30 mei 1899 een vergunning kreeg voor het berijden van de rijkswegen. Het betrof volgnummer 70. In dat jaar kregen slechts vier andere autobezitters deze vergunning in Overijssel.

Door de redactie
Volgende pagina
. . . . . . . . . . .