MijnStadMijnDorp online magazine wordt geladen

Dit magazine is het best te bekijken in Internet explorer 9 of hoger, Firefox, Safari of Chrome

Edities

  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 1
    Juni 2013
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 2
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 3
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 4
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 5
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 6
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 7
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 8
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 9
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 10
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 11
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 12
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 13
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 14
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 15
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 16
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 17
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 18
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 19
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 20
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 21
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 22
  • Mijn Stad Mijn Dorp
    Nummer 23

Inhoudsopgave MijnStadMijnDorp online magazine

  • jaargang 3
  • nummer 2
  • april 2015

Coververhaal

Houdt het dan nooit op? Waarom nog boeken over de oorlog?

Overijsselaars van toen

Frits Slomp: altijd iemand die woord en daad combineerde

Geschiedenis van alle dag

Maandag wasdag, woensdag gehaktdag

Naar de plek van ...

Arco Hofland: de zwevende kei en de maatschappij

Overijssel in boeken

Uitgaven die recent in Overijssel zijn verschenen

Van de redactie
  • jaargang 3
  • nummer 2
  • april 2015

Op 5 mei is het 70 jaar geleden dat Nederland officieel werd bevrijd

Op 5 mei is het 70 jaar geleden dat Nederland officieel werd bevrijd van de Duitse onderdrukking. In Overijssel was men al eerder bevrijd, van 1 tot 17 april. 

Het is opmerkelijk hoe nadrukkelijk er wordt stilgestaan bij dit jubileum. Je zou zeggen dat de generatie mensen die nog eigenhandig die vlotte boys op hun tank heeft toegejuicht, nu wel zou zijn uitgestorven. Dat mag wel zijn, maar de belangstelling voor de oorlog wordt er niet minder om. Een nieuwe generatie staat op en stelt haar eigen vragen aan deze zwarte periode. Nieuwe vragen, nieuwe antwoorden; soms ook oude vragen, nieuwe antwoorden. Steeds vindt men weer documenten, een prachtige collectie op zolder, mooie films enzovoorts.

Opvallend is dat de media waarmee deze kennis wordt verspreid zeer verschillend is en ook jongere lezers bereikt. MijnStadMijnDorp zet alle media voor u op een rij. Boeken blijven het belangrijkste medium, in de afgelopen maanden zijn er drie boeken over de oorlog in Zwolle verschenen. Maar er is ook een mooie website over ‘de bevrijding in Overijssel’. In verschillende plaatsen zijn er tentoonstellingen met aandacht voor de oorlog (bijvoorbeeld voor de oorlogsaffiches in Nijverdal). Op het youtube-kanaal van het HCO staat de professionele documentaire ‘Oorlog in Overijssel’, goed gesneden, bijna een uur lang, maar nergens vervelend.

Maar leest u eerst maar eens op uw gemak alle artikelen in uw eigen online geschiedenis-magazine MSMD over Overijssel.

Veel leesplezier!

Menno van der Laan
redactie 

Abonnement?

Ontvangt u graag MijnStadMijnDorp Online Magazine? Meld u dan gratis aan voor een abonnement en ontvang een bericht wanneer het nieuwe nummer klaarstaat!

JA, IK WIL EEN ABONNEMENT

Colofon

Redactie

Menno van der Laan (HCO), Inge Zomer (HCO), Tonny Peters (Rijnbrink Groep), Dinand Webbink (SAB), Martin van der Linde (IJsselacademie) en Doreen Flierman.

Grafisch ontwerp

ZinOntwerpers (Zwolle)

Correspondenten

Truus Wijnen, Evelyn Ligtenberg, Helmut Rijnhart (Historische Vereniging Avereest), Roland de Jong (HCO), Girbe Buist, Dinie Hekman en Anne van der Meer.

Redactieadres

infomsmd@mijnstadmijndorp.nl

Beeldmateriaal

Wij hebben ons uiterste best gedaan de rechten met betrekking tot het beeldmateriaal te regelen volgens bepalingen van de Auteurswet.

Abonnement

Wilt u ook het MijnStadMijnDorp online magazine ontvangen? Meld u dan hier aan voor de mailing, dan wordt u automatisch op de hoogte gehouden van de volgende uitgave.

hcoverijssel
atheneum
rijnbrink

Houdt het dan nooit op? Waarom nog boeken over de oorlog?

Vorig en dit jaar verschenen weer drie boeken over de Tweede Wereldoorlog in Zwolle. Houdt het dan nooit op?

‘Zwolle 40-45’

Eind vorig jaar zag al ‘Zwolle 40-45’ het levenslicht; het fraai vormgegeven beeldverhaal, dat voor een groot gedeelte geput is uit de Stichting Collectie Zwolle 1940-1945. Paul Harmens (Historisch Centrum Overijssel), een van de twee auteurs bracht na jaren speuren de collectie bijeen. Herman Aarts, de andere auteur, brengt vooral het dagelijks leven in die oorlogsjaren op aangrijpende wijze in beeld. Net als in de andere twee boeken wordt er veel aandacht besteed aan het leed dat de joden is aangedaan. Neem Esther Veterman van de Bitterstrraat 79, een meisje van 22 jaar. Op een foto in ‘Zwolle 40-45’ staat ze te poseren met haar (niet-joodse) vriend Herman Kok. Esther dook aan het begin van de oorlog al onder op verschillende adressen in Zwolle. Het mocht niet baten: in 1943 werd ze opgepakt en snel naar het concentratiekamp Sobibor gebracht. Daar werd ze nog diezelfde maand vermoord door de Duitsers. Haar ouders stierven een paar maanden later.

Deze droge opsomming verhult welk een drama hierachter verscholen lag. Achter één jood zaten hele families die werden uitgeroeid. Geslachten die al generaties lang in Zwolle hadden gewoond, kwamen niet meer in de geboorteregisters voor.

‘Joodse’ boeken

De andere twee boeken zijn geschreven door auteurs die van dichtbij over het leed hebben gehoord. Volgens Bert (Hans) Davidson, auteur van het boek ‘Een Zwolse Jood in het verzet’, is het leed zo groot omdat er zoveel mensen bij betrokken waren. Je moet niet zeggen dat er 6 miljoen Joden zijn vermoord, maar 6 miljoen keer één Jood. Beide auteurs verloren meer dan de helft van hun familie en die paar familieleden die terugkwamen, werden bepaald niet met open armen ontvangen.

Go Davidson met bedienden voor de winkel aan de Nieuwe Haven te Zwolle in 1933.

De Vondelkade als middelpunt der aarde

Beide auteurs zijn rond de Tweede Wereldoorlog geboren. Cornelissen vijf jaar voor de inval in mei 1940; Davidson is van exact negen maanden na de bevrijding. Hem overkwam het schrijverschap, voor Cornelissen was de oorlog altijd al een thema. Igor Cornelissen maakte als kind van bijna 10 jaar oud de bevrijding mee op de hoek van de Wipstrikkerallee en de Vondelkade in Zwolle. Hij heeft de eerste Canadezen zien binnentrekken en even later de NSB’ers afgevoerd zien worden. Daar zat ook buurman Van der Bend bij. ‘April 1945’ heet het boek volgens het concept om een korte periode te beschrijven, maar dan wel goed.

Biografie van een jaar

Het lijkt in benadering op het boek ‘1945’ van Ian Buruma, die een heel jaar als onderwerp neemt; hij noemt het een biografie van een jaar. Cornelissen houdt het bij een paar maanden, maar dan wel de maanden waarin de fundamenten werden gelegd voor de wederopbouwmaatschappij uit de jaren vijftig en zestig. Het boek is voor een deel opgebouwd uit dagboekfragmenten, brieven, en interviews die na de oorlog zijn gehouden. Het maakt het boek levendig. Doordat Cornelissen sterk inzoomt kan de lezer zich goed inleven in de gebeurtenissen van die verwarrende tijd, toen nog niet helemaal duidelijk was wie het gezag had en wie nu welke rol in de oorlog had gespeeld.

De gynaecoloog uit Amerika

Bert (Hans) Davidson kreeg op het Gymnasium Celeanum van zijn lerares Nederlands al het advies niet te stoppen met schrijven. Davidson studeerde medicijnen, werd gynaecoloog en kwam in de Verenigde Staten terecht. Hij is hoogleraar in California en lijkt meerdere levens tegelijk te leven. Zo runt hij ook een museum met meerdere verzamelingen. Met een vaste regelmaat van drie maanden vliegt hij over naar zijn geboortestad Zwolle, waar hij een tweede huis heeft. In Zwolle kreeg hij uit handen van historicus Jan ten Hove het dossier Barend Davidson, een oud-oom, die was terechtgesteld in Berlijn. Davidson werd gegrepen door de documenten, brieven, maar vooral door een handgeschreven dagboekje dat Barend Davidson tussen eind 1942 en begin 1943 had bijgehouden. De hoogleraar besloot er alles aan te doen om rond dat dagboek een publicatie te doen verschijnen. Hij vond zichzelf geen schrijver maar meende toch dat hij zich moest bewijzen. In de tijd voorafgaande aan een harttransplantatie vond hij de rust om te kunnen schrijven. Niet strikt wetenschappelijk, zelfs hier en daar niet chronologisch, maar meer intuïtief, van het ene onderwerp op het andere komend.

Lid van de Stijkelgroep

Barend Davidson was een lid van de Stijkelgroep. De leden van deze verzetsbeweging liepen al redelijk vroeg in de oorlog tegen de lamp, waarschijnlijk ten gevolge van het Englandspiel. Via de gevangenis in Scheveningen belandde de groep in Berlijn. Na een showproces werden de 32 leden in juni 1943 geëxecuteerd in Tegel. Zowel Davidson als Cornelissen benadrukken de schandalige wijze waarop na de bevrijding de weinige teruggekeerde joden werden onthaald. De vrouw van Davidson moest na de bevrijding moeite doen om haar spullen weer terug te krijgen. Het meubilair was keurig een paar panden verderop opgeslagen, maar het huisraad was verdwenen. Haar geliefde piano, die ze had ondergebracht bij een muziekwinkel, was ondertussen verkocht. Financiële ondersteuning als weduwe van een verzetsstrijder kreeg ze niet. Teleurgesteld emigreerde ze in 1959 naar Israël.

Cornelissen beschrijft een soortgelijk geval in de persoon van Selma Wijnberg. Ze was opgepakt en naar Sobibor afgevoerd. Daar deed ze mee aan een opstand en wist met haar latere man te ontvluchten. Ze dook onder op het Poolse platteland en werd door de Russen bevrijd. Inmiddels met de Pool Chaim Engel getrouwd, kreeg zij geen verblijfsvergunning. Selma zocht uiteindelijk haar heil in de Verenigde Staten.

In mei 1945 is men druk bezig de versperringen op de Vechtbrug te verwijderen zodat het verkeer weer onbelemmerd door kon rijden. (collectie HCO)

De fantasten

Over de harteloze behandeling die teruggekeerden uit concentratiekampen ten deel vielen, verwachten beide auteurs nog wel meer publicaties. Het houdt dus nooit op. Cornelissen denkt dat het nu tijd is eens aandacht te schenken aan de fantasten, landgenoten die niet echt fout waren geweest maar hun rol wel wat hadden opgepoetst. Cornelissen beschrijft uitgebreid het geval Eibert Meester. Hij was groot geworden in de AJC en later de PvdA. Schokkende verzetsdaden had hij niet gepleegd, noch waren er aanwijzingen dat hij geen goed vaderlander was geweest. Eibert Meester wist zijn oorlogsverleden tot mythische proporties op te blazen. Hij zou zwaar geleden hebben in een concentratiekamp. Een journalist schreef een indringend artikel over zijn leven en de omtreden professor Jan Bastiaans wroette net zo lang in het geheugen van Meester, tot bijna iedereen ervan overtuigd was dat Meester een oorlogstrauma had. Hij werd echter ontmaskerd door zijn eerste vrouw Tini Vogt die een openhartige brief stuurde naar Vrij Nederland.

Voorpublicatie uit hoofdstuk 3 ‘Willige meisjes’ van het boek ‘APRIL 1945’ door Igor Cornelissen, dat eind april verschijnt:

“Het was weinig verheffend, het was een dieptepunt en iedereen sprak er later schande van. Het is ook in Zwolle gebeurd, voor de school aan de Vechtstraat, een winkelstraat met in mijn jeugd schoenlappers, fietsenmakers, bakkers en veel slagers. Dáár werden de ‘moffenmeiden’, de vrouwen en meisjes die het met de Duitsers hadden aangelegd, voor ze werden opgesloten, kaal geknipt. Dat was hun derde vernedering. Eerst waren ze gearresteerd, de hele straat was er getuige van geweest. Daarna werden ze, de handen in hun nek of boven hun hoofd, ten aanschouwen van de feestende bevolking opgebracht door verzetsmannen die met stenguns waren bewapend en soms onder begeleiding van een enkele politieagent. Het begon op 14 april en ging nog dagen door.

Al op 14 april werden massaal vermeende collaborateurs thuis opgehaald, gearresteerd en naar Het Huis van Bewaring gebracht. De stoet kreeg op de Diezerkade veel belangstelling. (collectie HCO)

Wat had die Hendrika’s, Gezina’s en Geertruida’s bezield? De meesten waren jong, sommigen nog geen eenentwintig toen ze werden opgebracht. Ze hadden met de bezetter geheuld, dat stond vast, maar hadden ze er werkelijk mee gesympathiseerd, het nationaalsocialisme omarmd? Wie hun adressen bekijkt en het Zwolse stratenplan kent, ziet dat ze vrijwel allemaal kwamen uit de ‘mindere buurten’, precies die wijken waar de NSB voor de oorlog het minste aantal stemmen kreeg. De meeste Zwolse arbeiders moesten voor de oorlog niets hebben van de nazi’s. De electorale aanhang van de NSB kwam, zoals een analyse van het kiesgedrag uitwijst, juist uit de wijken waar de ‘gegoeden’ woonden en middenstanders die het tot zekere welvaart hadden gebracht. Zwolle was en bleef vele decennia een rustige ambtenarenstad met weinig industrie. De koekjesfabriek van Helder, gelegen in de volksbuurt Kamperpoort, vormde met de slaoliefabriek van Reinders, een uitzondering. Beide bedrijven zijn al lang verdwenen.
De geschiedenis van de Zwolsche Biscuitfabriek (voorheen Helder & Co) tijdens de Tweede Wereldoorlog kan voor een deel een antwoord geven op de vraag waarom Zwolse vrouwen een relatie begonnen met een Duitse militair, waaraan sommigen een kind en anderen een geslachtsziekte overhielden. Soms beide.
In 1941 werkten bij Helder tweehonderd arbeiders onder wie veel meisjes. De koekjes moesten handmatig in blikken worden verpakt en dat vergde vrouwelijke handigheid want de biscuits waren erg vatbaar voor breuk. En die vrouwen waren, zoals iedereen, ontvankelijk voor lonen die hoger waren dan bij Helder werden uitbetaald. De directeur van het bedrijf, Jacobus Holshuijsen, hekelde in zijn nieuwjaarstoespraak begin 1941 fel het feit dat enkele vrouwelijke personeelsleden contact hadden met Duitse militairen. Zo’n opmerking was niet zonder gevaar omdat al bekend was dat de chef van de Hema in Delft gevangen was gezet omdat hij de omgang van zijn personeel met Duitse militairen had verboden. Holshuijsen heeft op een bewonderenswaardige manier zijn fabriek door de oorlog geloodst. Zo moest hij een waar gevecht voeren met de Duitsers die ontdekt hadden dat er nog koekjes waren vervaardigd met het portret van koningin Wilhelmina. De koekjes moesten uit de blikken ‘gemengde biscuit’ worden verwijderd. Holshuijsen, die het verzet steunde, kon evenmin voorkomen dat er meisjes verdwenen om voor de Wehrmacht te gaan werken die een veel hoger loon betaalden. Later in de oorlog is er in de verslagen van de fabriek openlijk sprake van ‘moffenmeiden’ die een zeer arrogante houding aannamen. Ze werden vaak op staande voet ontslagen.

Omstreeks 13.00 uur arriveerden de eerste Canadezen over de Wipstrikkerallee. Over de Vechtbrug trokken ze via de Rhijnvis Feithlaan de stad in. Het publiek hield niet op met juichen! (collectie HCO)

In een krantenverslag uit 1946 komt de loonkwestie onverbloemd aan de orde. Voor het tribunaal in Zwolle werd twee jonge vrouwen gevraagd (ze hadden volgens de verslaggever bij een eerdere zitting een ‘zeer agressieve houding’ aangenomen) naar hun beweegredenen om intieme omgang te hebben met Duitse militairen. Grietje B., die er twee kinderen aan had overgehouden, antwoordde: ‘Och als je jong bent doe je wel eens iets waar je later spijt van hebt.’ Zij was als kousenstopster en keukenmeisje bij de Duitsers gaan werken omdat zij daar meer kon verdienen. Jannie S. die op verschillende Duitse bureaus had gewerkt, omgang had met verschillende Duitse militairen (van één kreeg ze een kind), gaf ook een hoger loon als reden op.”

Besproken titels

‘Zwolle 40-45’ door Herman Aarts en Paul Harmens (WBOOKS i.s.m. Historisch Centrum Overijssel, € 24,96)

‘APRIL 1945’ door Igor Cornelisse (Waanders Uitgevers, € 14,95)

Reserveer deze titel!

Het boek van Igor Cornelissen is te reserveren bij Boekhandel Waanders. Vul het reserveringsformulier in en lever deze in bij de boekhandel.

‘Het dagboek van Barend Davidson’ door Bert (Hans) Davidson (DATO,
€ 22,50)

Foto boven dit artikel

Dit grote herenhuis aan de Jufferenwal (hier in 1938) was de woning van Barend Davidson. Vanaf hier werd hij enkele jaren nadien weggevoerd naar Scheveningen en vervolgens Berlijn. (collectie Historisch Centrum Overijssel)

Door Menno van der Laan
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Een prachtige fotoserie: een ode aan de waslijn

Ik ben ze ondertussen gaan waarderen; de wasjes die buiten te drogen hangen. Was het eerder in Italië dat ik waslijnen op de foto zette, de laatste jaren fotografeer ik tijdens mijn wandelingen ook het wapperende frisse wasgoed dat met name op het platteland nog te drogen hangt. Het heeft iets vertrouwds, iets van vroeger, het straalt rust uit en een frisse geur stroomt je herinnering in. In een tijd waarin veelal de was gedroogd wordt in een wasdroger of binnen hangt is het zien van een fris wapperend wasje in de buitenlucht ondertussen een aangenaam moment en waard om vast te leggen. Want voor we het weten is het een tijdsbeeld uit het verleden.

Kalmerend tafereel: een wasje op het platteland.

Was het vroeger gebruikelijk om op maandag de was te doen, tegenwoordig hangt het schone wasgoed niet meer alleen op die dag buiten. En dat is maar goed ook, want juist op de maandag wandel ik vrijwel niet. De wasjes die te wapperen hangen op deze pagina zijn vrijwel allemaal gemaakt op een niet-maandag. Het buiten hangen is nu meer een gebeurtenis die min of meer afhankelijk is van het weer; is het droog of niet. Alhoewel er altijd mensen zijn die ook voor de wat mindere weersomstandigheden een oplossing hebben: de was buiten hangen maar dan wel onder een afdakje.

Inventief: drogen onder een afdakje.

De meest aansprekende beelden blijven natuurlijk die waarop overalls te vinden zijn. ‘Plattelandser’ kan het niet. En de rode zakdoek maakt het beeld compleet.

Een plattelandse waslijn: met overalls.

Deze zakdoeken, trouwens, worden niet alleen nog gebruikt voor het snuiten van de neus en wat dies meer zij. Nu zijn het ook dankbare doekjes om de waslijn mee schoon te vegen alvorens er de was aan gehangen wordt. Behalve dan in De Lutte. Gezien het aantal zakdoeken dat daar aan de lijn hangt kan men rustig de conclusie trekken dat daar nog duchtig in de rode doek gesnoten wordt. 

In De Lutte mag de rode zakdoek nog gewoon meedoen.

Heel speciaal blijven ook de uierdoeken die te drogen hangen. En kun je dan zo’n foto ‘scoren’ met op de achtergrond de Kroezeboom Fleringen dan heb je een topdag.

Uniek, deze waslijn! Uierdoekjes op een rij.

Opvallend vind ik ook dat het met de preutsigheid wel meevalt; niet dat er bontgekleurde lingerie wappert maar aan degelijk katoenen ondergoed ontbreekt het echt niet. En schijnbaar mag dat gezien worden. 

Een seniorenwasje.

En ook al wordt men ouder en kan men niet meer buitenaf wonen de was blijft buiten hangen. Desnoods op een balkon. Want wat jong geleerd is blijft oud gedaan.

Ook op hoogte mag de was er zijn.

Over Truus Wijnen

Truus Wijnen, geboren en getogen in Twente, wandelt en fotografeert in met name Twente en de Achterhoek. Tijdens haar wandelingen kijkt ze om zich heen met een onbevangen blik. Haar oog voor detail en haar gevoel voor humor leveren ontwapende en eigenzinnige foto’s op met onverwachte composities en niet zelden legt ze hilarische situaties vast. Indrukken daarvan deelt ze op haar veelbezochte Weblogs.

De fotoserie Maandag Wasdag is een van de verzamelingen die te vinden is op haar weblog Wandel Kijk en Kiek.
Daarnaast heeft ze de wandelsite Over Wandelen Gesproken met wandelreportages en routebeschrijvingen.

In 2014 is haar wandelgids 'Twaalf Twentse Tochten' met wandelingen in Twente verschenen.
ISBN: 9789078641339

Door Truus Wijnen
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Cultuurhistorie in Overijssel

Website over de bevrijding van Overijssel

Op 1 april 2015 was het precies 70 jaar geleden dat het eerste stukje grondgebied van Overijssel werd bevrijd. Op deze koude, winderige en regenachtige Paaszondag konden de inwoners van Haaksbergen als eerste de vlag buiten hangen. Ruim 2 weken later, op 17 april, was ook Kampen vrij en daarmee geheel Overijssel bevrijd.
 

Ging de bevrijding van sommige plaatsen zeer voorspoedig, op andere plekken, zoals aan het Twentekanaal bij Delden, rond Deventer en in het gebied tussen Almelo en Wierden is een verbeten strijd gevoerd.

De website De bevrijding van Overijssel is een initiatief van de Rijnbrink Groep.

Wat is er op de website te vinden?

Van dag tot dag

'Van dag tot dag' geeft een kort overzicht van de opmars van de geallieerde troepen met links naar ooggetuigenverslagen. Ook wordt verwezen naar websites waar nog meer informatie te vinden is.

Kranten

De berichtgeving was schaars in de aprildagen van 1945. Vanaf 1 april kwamen de illegale kranten bovengronds. In Overijssel waren dat de plaatselijke of regionale edities van Het Parool, Het Vrije Volk, Trouw en de Waarheid. In Zwolle verscheen Het Vrije Dagblad. In Twente verscheen in april 1945 de nieuw opgerichte Twentsche Courant als dagblad. De voormalige illegale kranten werden gedrukt op de persen van de kranten die nog moesten worden beoordeeld op hun rol in de oorlog door de Commissie voor de Perszuivering. De Rijnbrink Groep heeft uit haar krantenbestand een selectie uit de periode van de bevrijding gedigitaliseerd en op de website weergegeven.

Literatuur

Er zijn weinig onderwerpen waar zoveel over geschreven is als over de Tweede Wereldoorlog. En de stroom boeken blijft anno 2015 maar doorgaan. In het literatuuroverzicht verwijzingen naar boeken, waarin ook specifiek de bevrijding aan bod komt.

Het Parool van 2 april 1945

Door de redactie

Tentoonstelling van propaganda uit de Tweede Wereldoorlog

Indrukwekkend, indringend en confronterend zijn ze, de originele oorlogsaffiches die in de hal van het Huis voor Cultuur en Bestuur te Nijverdal zijn te zien. Wie oog in oog staat met de vaak enorme aanplakbiljetten, beseft pas goed welke rol propaganda en misleiding speelden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tentoonstelling ‘Oorlog op papier: propaganda en verzet in de Tweede Wereldoorlog’ is nog te zien tot 9 mei 2015.
 

De affiche ‘Engelsche vliegers kennen geen genade’ wekte de woede bij de Nederlanders die het bombardement op Rotterdam nog niet vergeten waren.

De affiches zijn voornamelijk afkomstig van de bezetter, de NSB en andere aan de nazi’s gelieerde organisaties. Wat deze tentoonstelling zo speciaal maakt, is de aandacht voor de interactie tussen de bezetter en de illegaliteit. Sommige uitgaven van het verzet, vaak niet meer dan een eenvoudig stencil, zijn een directe reactie op de propaganda van de Duitsers. Maar ook de Duitsers en de NSB reageerden op het drukwerk van het verzet en op de pamfletten die de geallieerde luchtmacht in grote aantallen verspreidde. De originele affiches, pamfletten en brochures zijn afkomstig van Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek en worden vanwege hun kwetsbaarheid maar zelden tevoorschijn gehaald.

De pamfletjes van het verzet steken pover af bij de door de overheid gedrukte enorme plakkaten.

Voor het VMBO is een speurtocht samengesteld. Op deze manier worden leerlingen uitgedaagd meer te weten te komen over een bijzondere periode uit onze geschiedenis.

Organisatie: Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek Deventer en Memory International War Museum.

Locatie: Hal Huis voor Cultuur en Bestuur, Willem Alexanderstraat 7 7442 MA Nijverdal

Toegang is gratis.

Door de redactie

Foto-expositie: Zwolle in de Tweede Wereldoorlog

'Zwolle is bevrijd. Om 10 uur werd gezegd: ze zijn al in Assendorp. Het was ongelooflijk, want we hadden nog geen schot gehoord. Om kwart over één luidden de klokken een kwartier lang. Dat was het officiële teken dat we vrij waren.'
 

Feestvierende Zwollenaren voor de Sassenpoort.

Tussen 10 mei 1940 en 14 april 1945 woedde de oorlog, ook in Zwolle. Of je nu jong was of oud, Joods of niet-Joods, ieders leven veranderde. Aan de hand van bijzondere en veelal niet eerder gepubliceerde foto's uit onze archieven en die van de Stichting Collectie Zwolle 1940-1945 wordt het alledaagse leven tijdens de Tweede Wereldoorlog in beeld gebracht.

Gratis te bezoeken, opdrachtenboekje voor kids

De expositie is gratis te bekijken tijdens openingstijden. Kinderen kunnen aan de slag met een opdrachtenboekje, deze kost € 1,- en is verkrijgbaar bij de receptie.

Voor het onderwijs bieden wij lessen aan, onder begeleiding van een educatief medewerker. Informatie hierover is aan te vragen via educatie@historischcentrumoverijssel.nl

FOTOntdekkingen

Onder de noemer ‘FOTOntdekkingen’ brengt het Historisch Centrum Overijssel (HCO) in eigen huis én op wisselende locaties in de stad unieke historische foto’s van Zwolle in beeld. Foto’s die het verdienen van schatkamer naar toonkamer te worden gehaald. Van 1 april t/m 19 juni staat Zwolle in 1940-1945 centraal.

Door de redactie

Documentaire: oorlog in Overijssel

In 1990 verscheen de eerste versie van Oorlog in Overijssel, gemaakt door Ronron Audiovisuals uit Zwolle, op basis van het op dat moment beschikbare beeldmateriaal. In april 2015 is een geheel vernieuwde versie in première gegaan in het Internationaal Oorlogsmuseum in Nijverdal.


De nieuwe versie is uitgebreid met 15 minuten nieuw beeldmateriaal dat in de tussenliggende 25 jaar is opgedoken. De film is voorzien van nieuw commentaar en aanvullende muziek.

Aan de hand van authentieke, veelal amateurbeelden is te zien hoe de Tweede Wereldoorlog in Overijssel is verlopen. In het eerste kwartier wordt de aanloop naar de Duitse inval belicht, daarna het dagelijks leven tijdens de bezetting en het laatste kwartier richt zich op de bevrijding.

Randprogramma

Bij de film is ook een programma van vertoningen en nagesprekken georganiseerd, en er is een lesbrief voor het basisonderwijs ontwikkeld.

Totstandkoming

De productie is tot stand gekomen door een samenwerkingsverband tussen Historisch Centrum Overijssel, Ronron Audiovisuals, Provincie Overijssel en Bevrijdingsfestival Overijssel/Niek van der Sprong Producties.

Bekijk de film

De hele film is online te bekijken. Wij hebben de documentaire ook opgenomen in onze Beeld & Geluid pagina!

Door de redactie

Loden Letters: het gedrukte boek tot 1600

Toen Johannes Gutenberg in Mainz rond 1455 het drukken van teksten met losse loden letters uitvond, wist hij niet dat hij daarmee een revolutie ontketende. Zakelijk gezien werd hij er niet veel wijzer van. Zijn uitvinding maakte het mogelijk om teksten veel sneller en in veel grotere aantallen te produceren dan voorheen. Teksten, kennis, ideeën en idealen verspreiden zich als een olievlek over heel Europa en beïnvloedden mens en samenleving. Een man als Maarten Luther, de grote kerkhervormer, wist dat als geen ander. Hij liet de drukpers overuren draaien. Zijn ideeën vonden mede door de drukpers weerklank en veranderde de samenleving ingrijpend en voorgoed.


In Loden Letters toont de Athenaeumbibliotheek in Deventer een klein deel van haar rijke collectie van incunabelen (boeken gedrukt voor 1501) en vroege drukken tot circa 1600. De boekdrukkunst , ‘de grootste aller triomfen’, verspreidde zich via Mainz, Keulen, Straatsburg, Rome, Venetië en Parijs over heel Europa. In 1473 werd het eerste boek in de Nederlanden gedrukt, in 1477 zou de Keulenaar Richard Pafraet in Deventer aan een glorieuze carrière beginnen. Anders dan Gutenberg bezorgde het hem welstand. In Deventer drukte hij in de vijftiende eeuw samen met zijn collega-drukker Jacob van Breda een kwart van de boekproductie in de Nederlanden, daarmee steden als Antwerpen, Gouda, Delft en Zwolle ver achter zich latend.
De kennis en het geestelijk gedachtegoed verspreidde zich snel. De invloed van de oosterse wetenschappen is duidelijk merkbaar. Boeken werden zelfs gevaarlijk geacht en daarom verboden. Van het verzameld werk van Erasmus bijvoorbeeld, dat in de jaren 1538 tot 1540 verscheen, is nauwelijks nog een ongeschonden exemplaar voorhanden. In Loden Letters zijn allerlei voorbeelden van vroege boekdrukkunst te zien, evenals verboden en gecensureerde boeken. Verder is er veel aandacht voor boeken die wetenschappelijke kennis en het humanistisch gedachtegoed vastlegden en zijn er intrigerende uitgaven te zien over hekserij, alchemie en astrologie.

In Deventer werd in 1477 het eerste boek gedrukt door Richard Pafraet, afkomstig uit Keulen.

Via de App Store (Apple), Google Play Store (Android) of sab-app.nl kunt u gratis de SAB Expo app downloaden. De app bevat teksten, foto's en luisterfragmenten over een aantal van de boeken in de expositie.

Door de redactie

Rijksmuseum Twenthe: zij die de kunst schonken

Vanaf 18 april zijn er in Rijksmuseum Twenthe twee nieuwe tentoonstellingen te zien: ‘De Gouden Eeuw van Twente’ en ‘De Woudloper’.


In de langlopende tentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van Twente’ laat het museum het beste uit eigen collectie zien. De tentoonstelling geeft een beeld van de glorietijd van Twente aan het begin van de twintigste eeuw toen de textielindustrie zijn hoogtijdagen kende en de textielfabriek Van Heek & Co de grootste onderneming van Nederland was. De tentoonstelling plaatst de museumcollectie in de context van deze gouden tijd door de kunst te verbinden met hun oorspronkelijke eigenaren, de familie van Heek en alle andere verzamelaars die dit museum hebben gemaakt tot wat het vandaag de dag is.

Werk van Monet, te zien in 'De gouden eeuw van Twente'.

De familie Van Heek staat vooral bekend vanwege hun rol in de textielindustrie die Twente economische groei bracht en de textielfabrikanten enorme rijkdom. Maar ook op het gebied van kunst, cultuur en natuur waren zij actief. De Van Heeks waren onder andere betrokken bij de oprichting van Overijssels Landschap en de restauratie van tal van monumenten. Het ideaal om ‘de kunstzin en kunstliefde op te wekken in het oostelijk deel van ons land’ leidde tot de oprichting van Rijksmuseum Twenthe waar destijds ook de Oudheidkamer Twente onderdeel van uitmaakte.

Rijksmuseum Twenthe was een initiatief van Jan Bernard van Heek (1863-1923), firmant van Van Heek & Co. Helaas overleed hij voor hij zijn droom werkelijkheid kon zien worden. Zijn kunstverzameling vormt echter de basis voor de collectie van het museum. Zijn familie, met name Jan Herman van Heek (1873-1957) en zijn weduwe Edwina van Heek-Burr Ewing (1872-1945) namen het roer over en zorgden voor de realisatie van het museum dat zijn deuren opende op in 1930. In de jaren dat Jan Herman van Heek directeur van het museum was, deed hij vele aankopen en schenkingen aan het museum. Velen volgden hem en door de loop der jaren groeide de collectie van het museum door de vele schenkingen van andere verzamelaars. Allen droegen zij bij aan de diverse collectie die het museum nu kent.

Een andere broer van Jan Bernard, Gerrit Jan van Heek jr, (1880-1958) zorgde er voor dat het museum kon worden uitgebreid. In deze nieuwe zalen kwam zijn verzameling dierschilderijen te hangen die een van de grootste in zijn soort is. Een groot aantal van deze dierschilderijen zullen voor het eerst sinds lange tijd weer samen te zien zijn in de tentoonstelling ‘De Woudloper’. De collectie bevat een groot aantal werken van de kunstenaars die beschouwd worden als de grote vier van dit genre: Bruno Liljefors, Wilhelm Kuhnert, Carl Rungius en Richard Friese. In tegenstelling tot ‘De Gouden Eeuw van Twente’ zal deze tentoonstelling alleen komende zomer te zien zijn.

Zie voor meer informatie: rijksmuseumtwenthe.nl

Werk uit de dierencollectie, te zien in de tentoonstelling 'De Woudloper'.

Door de redactie

De Synagoge van Enschede: schoonheid en continuïteit

De Synagoge van Enschede staat bekend als een van de mooiste synagogen van West-Europa. Het grote gebouw met de opvallende koepels is gelegen aan de Prinsestraat en werd in 1928 geopend. Sinds 1998 is het een erkend rijksmonument.

Al in de achttiende eeuw vestigden joden zich in Enschede. Door de jaren heen groeide de gemeenschap en in 1772 opende de eerste sjoel (Jiddisch voor synagoge) aan de Walstraat. Na de Franse Revolutie werd een grotere sjoel ingewijd aan de Achterstraat (nu Stadsgravenstraat). Deze sjoel was nevenkerk van de sjoel in Zwolle. De grote brand van 1862 die bijna geheel Enschede in de as legde, liet ook van de sjoel niets heel. Gelukkig kon met giften, onder andere van Prins Hendrik en baron van Heeckeren van Wassenaer van Twickel al in 1865 een nieuwe sjoel worden betrokken, wederom aan de Achterstraat. Enschede herbouwde en groeide, mede door de textielindustrie. De joodse gemeenschap kende nu ongeveer 1200 leden en was, mede door diezelfde textielindustrie, een stuk kapitaalkrachtiger geworden.

Bestektekening voor de Synagoge.

In 1918 werd aan architect Karel de Bazel gevraagd een ontwerp te maken voor een nieuwe synagoge om de grotere gemeenschap te kunnen huisvesten. De Bazel stond bekend om zijn ontwerpen met oosterse invloeden en dit is ook zichtbaar bij zijn ontwerp voor de synagoge in Enschede. Een grote koepel is de grote blikvanger van het gebouw. Zoals vaak in die tijd ontwierp de architect niet alleen de buitenkant van het gebouw maar ook elementen van het interieur. Maar in 1923 overleed De Bazel. De taak van het realiseren van de plannen kwam nu bij zijn leerlingen C. van de Linde en A.P. Smits te liggen. Als locatie was inmiddels de Prinsestraat aangewezen. Van de Linde en Smits namen het plan van De Bazel letterlijk over, en voegde er slechts een schoolgebouw en twee woningen aan toe. Pas in 1927 begon men met de bouw. Het proces werd geheel bekostigd door de eigen gemeenschap. Grootste geldschieter was de fabrikantenfamilie Menko. In 1928 was het zover: op 13 december werd de synagoge groots geopend. Door de grote koepel kreeg het in de volksmond de ietwat oneerbiedige benaming ‘Circus Menko’.

Sig Menko. (foto Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam)

Aan het begin van de twintigste eeuw leefden de groepen van verschillende gezindten strikt gescheiden van elkaar. Het verhaal ging zelfs dat in Enschede een katholieke, protestantse en een joodse vrouw gerust dezelfde jurk bij dezelfde zaak konden kopen, de kans dat zij elkaar zouden treffen was bijzonder klein. Ook in de kringen van de textielfabrikanten gold dit. Dit veranderde echter toen Jan van Heek en Gerrit Jan van Heek Jr., beiden firmanten van textielfabriek Rigtersbleek en protestant, besloten naar de opening van de synagoge toe te gaan. Het was het begin van een nieuwe verstandhouding die zelfs zover ging dat Sig Menko aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn fabriek veilig stelde door het beleid tijdelijk over te geven aan onder andere Jan van Heek. Sig Menko was ook de voorzitter van het Nederlands Israelisch Genootschap Enschede. Het schriftje waarin hij in 1941 wekenlang de doodsberichten noteerde van 105 Joodse mannen die tijdens de razzia op 13 en 14 september 1941 waren opgepakt, is bewaard gebleven en bevindt zich in het archief van de gemeente Enschede.

Mozaïek. (via Commons Wikimedia)

De Synagoge, in tegenstelling tot een groot gedeelte van de gemeenschap die er thuishoorde, overleefde de oorlog. Dit kwam niet in de laatste plaats doordat de Duitse bezetter het gebouw in beslag nam en het tot het onderkomen van de Sicherheitsdienst (SD) maakte. Met een vooruitziende blik had de Joodse gemeenschap de thorarollen en andere kostbaarheden al overgebracht naar andere locaties. Na de bevrijding bleek dat de Synagoge beschadigd was maar wel weer in gebruik kon worden genomen. De gemeenschap was echter sterk verkleind. In heel Overijssel waar voor de oorlog 4385 joden hadden gewoond, waren er na 1945 slechts 1635 over. In Enschede, en ook in Hengelo, was het percentage overlevenden groter dan in de rest van Overijssel en Nederland. De razzia van 1941, vroeg in de oorlog, had er toe geleid er toe dat er snel initiatieven op touw werden gezet om joden te helpen onderduiken. Predikant Leendert Overduin speelde hierin een grote rol. Ook de veelal protestantse fabrikantenfamilies lieten zich niet onbetuigd. In korte tijd wisten zij een groot geldbedrag bij elkaar te brengen om het onderduiken mogelijk te maken. Na de bevrijding diende het huis van Sig Menko aan de Trompstraat, ook ontworpen door De Bazel, enige tijd als opvanghuis voor hen die terugkeerden.

Interieur van de Synagoge.

De Synagoge werd weer in gebruik genomen. Voor de oorlog kende Nederland ca. 300 synagogen, nu was de synagoge in Enschede slechts één van de dertig. De kleine vernielingen die door de Duitse bezetter waren gepleegd werden gerepareerd en langzaam maar zeker begon de gemeenschap zich te herstellen. Aan het eind van de twintigste eeuw bleek echter dat het gebouw aan een grote opknapbeurt toe was. Er werden scheuren ontdekt in de muren en ook het dak was aan vernieuwing toe. Met de restauratie aan de Synagoge, die inmiddels de status van rijksmonument had gekregen, werd begonnen in 2001. De heropening was op 22 april 2004.

De Synagoge is op woensdag en zondag te bezoeken van 11.00 tot 17.00. Zie voor meer informatie synagogeenschede.nl. Ook voor activiteiten en lezingen die regelmatig in de Synagoge worden georganiseerd, kunt u deze site raadplegen.

Met dank aan onder andere Synagoge Enschede voor het beeldmateriaal

Door Doreen Flierman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Sallandse jongens in dienst van Napoleon

Wie enigszins thuis is in genealogisch onderzoek, weet dat het makkelijker wordt na ongeveer 1810. Toen werd namelijk de burgerlijke stand ingevoerd. Niet zozeer omdat we allemaal een achternaam nodig hadden, nee, dit vond plaats in de periode dat ons land deel uitmaakte van het grote en machtige Franse keizerrijk. Napoleon had geld en manschappen nodig om zijn oorlogvoering te kunnen bekostigen. Centrale ordening van alle persoonsgegevens was daarbij zeer welkom. De belastingen konden beter geïnd worden en alle jongemannen vanaf twintig jaar konden opgeroepen worden voor de militaire dienst, oftewel de ‘conscriptie’, zoals dat in die tijd heette.

Het Franse bestuur had de naam van het gewest Overijssel omgedoopt tot het departement Monden van de IJssel met de prefectuur in Zwolle. Het departement was onderverdeeld in drie arrondissementen. Deze waren weer verdeeld in kleinere bestuurlijke eenheden, de kantons. Een van die kantons was Raalte, waaronder Wijhe, Heino, Hellendoorn, Holten en Raalte zelf vielen als onderdeel van het arrondissement Deventer. Kort na de inlijving in 1810 wilde Napoleon in de Nederlandse gebieden een inhaalslag maken voor de conscriptie en hij riep snel achter elkaar de lichtingen 1808, 1809 en 1810 op. De loting voor het kanton Raalte vond plaats in de kerk aldaar. Diegenen met de laagste nummers moesten mee op de uiteindelijk fatale Russische veldtocht. Vrijwel geen van hen kwam terug.

Een jongeman meldt zich voor het leger. Misschien is hij een vrijwilliger. In dat geval is de man rechts achter hem zijn ronselaar. Collectie auteur.

Lotingslijsten belangrijke informatiebron

De conscriptielijsten voor Overijssel bevinden zich allemaal in het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle. Voor een groot aantal kantons valt na te gaan hoe de lotingsvolgorde was, welke conscrit (loteling) naar welk legeronderdeel gestuurd werd, wie welke lichaamsafwijkingen had, hoe lang de jongens waren, wie al vrijwillig of als beroepsmilitair in dienst was, wat de beroepen van de jongens waren, wie het zich veroorloven kon iemand te betalen om vervangende dienst te doen etc. Kortom, de lotingslijsten vormen een ware ‘Fundgrube’. Ze bieden inzicht in het reilen en zeilen van de Napoleontische periode, maar verstrekken ook informatie over de sociale en economische samenstelling van de bevolking.

Desertie

Via de regimentsregisters van de Société Historique de la Défense in Vincennes bij Parijs kan vervolgens nagezocht worden wat er verder van hen geworden is. De administraties werden nauwgezet bijgehouden. Desertie kwam veelvuldig voor. Wie gepakt werd, hing een zware straf boven het hoofd. Met name als hij deserteerde tijdens een veldtocht. Er werd milder omgegaan met jongens die ontsnapten op weg waren naar het leger of als ze voor de loting niet kwamen opdagen. Nou ja, milder? De jongens kregen dan niet de kogel. In die laatste gevallen werden er gendarmes ingekwartierd bij de ouders, net zo lang tot de onwillige zoon in kwestie zich met veel spijt kwam melden. Waarop deze alsnog werd weggezonden om zijn dienstplicht te vervullen.

Deze tekening van Hyppolite Bellangé (1800-1866) toont een grenadier van het 3e regiment grenadiers van de Keizerlijke Garde. Collectie auteur.

In de verschillende gemeentes van het kanton Raalte kwam bovenstaande evenveel voor als in andere gemeentes. De vader van Hendrikus Eikels uit Heeten raakte slaags met maire (burgemeester) Cock over zijn onwillige zoon. Derk Stoffels Kruisdijk uit Wijhe zat bij de marine in Antwerpen. Hij deserteerde meermalen en werd even vaak weer opgepakt. Antonie Plettenberg, eveneens uit Wijhe, deed vervangende dienstplicht voor een conscrit uit Oldemarkt, maar had zijn geld niet ontvangen. Hij ontsnapte van zijn schip in Antwerpen en ging in Oldemarkt verhaal halen. De moeder van Lambert Koers uit Heino schold maire Klomp uit voor alles wat mooi en lelijk was, omdat hij de kosten gemaakt door de gendarmes vanwege haar verdwenen zoon op haar wilde verhalen. Arend Willem Bach uit Holten liep over naar het Hannoverse leger. Onderwijzer Derk Jan Noordink uit Marle kwam nooit opdagen en wist uit handen van de Fransen te blijven. De verhalen zijn legio.

De rollen omgedraaid

Nadat Napoleon naar Elba gestuurd werd, kreeg het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden vorm. Daarbij behoorde ook een nieuw leger. Voor die tijd moest echter nog afgerekend worden met Fransen die nog in Nederland verbleven. Deventer was bezet door de Fransen en werd vanaf eind 1813 belegerd door Pruisen en Russische kozakken. Er werden hulptroepen opgeroepen uit de omgeving om hen te helpen. Elke gemeente uit het kanton Raalte leverde wekelijks een groep mannen om dienst te doen. De conscriptie bleef ook onder het Koninkrijk der Nederlanden gewoon bestaan, maar heette voortaan dienstplicht. Een flink aantal jongemannen uit het kanton Raalte nam deel aan de strijd tegen de Fransen bij Quatre Bras en Waterloo in juni 1815.

Spotprent op de mislukte veldtocht van Napoleon naar Moskou, oktober 1812. Napoleon keert met een kous op de kop terug. Hij wordt begroet door verschrikte Franse generaals waaronder stiefzoon Eugène en zwager Murat. Rijksmuseum, Amsterdam RP-P-OB-87.022.

Al deze gegevens zijn voor het kanton Raalte nu voor het eerst gerangschikt in een boek, getiteld: 'Wij vertrouwen op onze keizer', Sallandse jongens vechten voor en tegen Napoleon, 1811-1815. Het verschijnt juni 2015, tegelijk met de herdenking van de Slag bij Waterloo, tweehonderd jaar geleden. De naamlijsten van alle voorhanden lotingsregisters worden opgenomen, inclusief het lot van de conscrit in kwestie. Een aantal boven water gekomen soldatenbrieven worden weergegeven, evenals de brieven van luitenant Derk Ninaber uit Hellendoorn die met zijn garderegiment dicht bij Napoleon tot in Moskou kwam.

Door Evelyn Ligtenberg
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Beeld en geluid

Uit het youtube HCO kanaal

Oorlog in Overijssel

Documentaire over het dagelijks leven in Overijssel tijdens de bezetting. De film toont zeldzame beelden uit de periode 1940-1945. Uitgebracht in het kader van 70 jaar bevrijding.

Meest recent toegevoegd

Uit de beeldbank van...

Oald Heldern De Noaberschop

Eindelijk bevrijd!

Fotoalbums kunnen allerlei verrassingen bevatten. In het album van Aaltje Ligtenberg-Harmsen zijn een paar piepkleine fotootjes van de bevrijding van Hellendoorn geplakt. Wanneer je die foto’s opnieuw fotografeert, nu natuurlijk digitaal, en uitvergroot, krijg je indrukwekkende beelden te zien van tanks die door de straten rijden, bemand met Canadezen en toegejuicht door de plaatselijke bevolking. Velen dragen een oranje sjerp, zoals het jongetje links op de foto.

De tank rijdt hier aan het begin van de Ommerweg. Het is 10 april 1945. Frits van Buren herinnert zich: ‘Wij stonden met de hele familie en veel anderen langs de weg. Het was een prachtige ochtend met vele uitbundige mensen. Toen kwamen de Canadezen er aan met al die tanks, vrachtauto’s, jeeps, motorfietsen. Het was een rij zonder eind en op al die voertuigen soldaten, die chocolade aan ons uitdeelden. … Wat mij van die eerste middag in vrijheid ook nog goed bij bleef was die eerste sigaret in mijn nog zo jonge leven. Misselijk, overgeven!’
(Frits van Buren, Mijn herinneringen aan de oorlogsjaren. Hellendoorn, 2011)

Foto: Derk Harmsen

Ga naar de beeldbank van Oald Heldern

Door de redactie
Volgende pagina
Overijssel in boeken

Katoenvreters!: de Enschedese beatscene in de jaren zestig

Enschede was na Den Haag beatstad nummer 2 in de sixties. Zie ook een eerder verschenen artikel van Geert Bekkering in Mijn Stad Mijn Dorp. De bandjes schoten als paddenstoelen uit de grond. Er was het typisch Enschedese geluid: de close harmony zang. The Buffoons, The Honest Men, The Ronal Four, The Rabbits en andere groepen beheersten deze stijl. In dit boek komen deze en andere bandjes voorbij maar ook de tijdgeest. De auteur brengt de sixties weer tot leven.

Auteur: Ria Waccary
Uitgever: Tekstone tekstproducties; met medew. van Stichting Textielbeat

ISBN 9789081152426 | 177 pag. | € 17,95

Door de redactie

Spraakmakende Hanzesteden

Aan de hand van wandelingen langs monumenten in de Hanzesteden Deventer, Zwolle, Hattem, Kampen en Hasselt, vertelt de auteur over de achtergronden van zegswijzen en uitdrukkingen uit onze taal. Zo wordt bijvoorbeeld verklaard waar ‘steen en been klagen’ vandaan komt, of ‘de hond in de pot vinden’. Verspreid over de verschillende wandelingen is er ook een aantal volksverhalen in het boek opgenomen. Het zijn vertellingen die voor de vijf behandelde Hanzesteden en hun bewoners een speciale betekenis hebben. Tenslotte wordt voor elke Hanzestad in het kort een beeld gegeven van zijn historische ontwikkeling in de Hanzetijd.

Auteur: Girbe Buist
Uitgever: Pharos

ISBN 9789079399611 | 120 pag. | € 16,90

Door de redactie

Kerken langs de Vecht: van Dalfsen in Nederland tot Lage in Duitsland

Een reis in woord en (veel) beeld langs kerken in plaatsen gelegen aan de Vecht van Dalfsen tot Lage. Het is een informatief, soms ook lichtvoetig boek, waarin op basis van een onorthodoxe selectie bedehuizen van diverse pluimage en ouderdom worden beschreven. Auteur en fotograaf hebben een brede rand langs de Vecht gekozen voor hun verhaal over kerkgebouwen in een landschap dat ooit in kerkelijk, cultureel en taalkundig opzicht een eenheid vormde: delen van Salland en de Niedergrafschaft Bentheim. De lezer maakt kennis met de diversiteit van het kerkelijk en cultureel erfgoed en het heden van de vormen van kerk en geloof. Van de ongedeelde Rooms-katholieke kerk tot de veelheid aan kerkelijke stromingen nu.

Auteur: Günter Brandorff (tekst) en Max de Krijger (fotografie)
Uitgever: Heinink Media

ISBN 9789491640223 | 144 pag. | € 29,95

Door de redactie

Deventer kookboek: culinaire geschiedenis van koek tot keizersmaal

Deventer, dat is koek, tot op de dag van vandaag. Maar er was en is veel meer in de Hanzestad. Van stokvis tot gebraden gans, van gevulde boekweitflensjes tot trifle met chocofudge en Deventer koek. Wie dit boek heeft gelezen, ziet voortaan de lange, rijke en boeiende culinaire geschiedenis van de stad overal terug: het prachtige plein De Brink waar al sinds meer dan achthonderd jaar wortels, kolen en eieren worden verkocht. De Bokkingshang bij de IJssel, waar in de Hanzetijd de haringen werden gerookt. De Latijnse school waar Erasmus studeerde en die van zijn moeder piepkuikens kreeg voorgeschoteld. De recepten in het Deventer Kookboek zijn gebaseerd op historische recepten of ingrediënten, maar aangepast aan hedendaagse smaak en gebruiken.

Auteur: Michiel Bussink
Uitgever: Arjen Woudenberg, KMuitgevers

ISBN 9789075979800 | 144 pag. | € 19,95

Door de redactie

Het journaal van Joannes Veltkamp (1759-1764): een scheepschirurgijn in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam

Ommen is rijk aan tradities. Het hele jaar rond zijn er rituelen die kleur en klank geven aan elk seizoen: van eiertikken met Pasen en de aubade op Koningsdag in het voorjaar, kersen eten op de Bissingh en de zeskamp tijdens de zomerfeesten tot en met het nachtelijke kerstspel van Soli Deo Gloria en toafel'n met Oud en Nieuw in de winter. Historica Elleke Steenbergen heeft de tradities in de gemeente Ommen op een rij gezet. Zij beschrijft de tradities die het hele jaar door plaatsvinden. afgewisseld met thema's als dagelijks leven, mondelinge tradities en streekgerechten.

Auteur: tekst en beeldredactie: Elleke Steenbergen; fotografie: Jenny Ekkelkamp en Hans Steen; eindredactie: Rosanne Baars
Uitgever: WBOOKS

ISBN 9789462580510 | 159 pag. | € 22,95

Door de redactie

Knokploegen : religie en gewapend verzet, 1943-1944

War waren zij, de ‘terroristen’ van de Landelijke Knokploegen? Vrijheidsstrijders, avonturiers, criminelen, helden? Wat dreef hen tijdens de Tweede Wereldoorlog tot gewapend verzet en welke rol speelde hun religie daarbij? Coen Hilbrink, wiens vader en grootvader werden vermoord nabij het verzetsbolwerk ‘Huize Lidwina’ in Zenderen, onderzocht de drijfveren van de in meerderheid protestantse LKP’ers en de gevolgen van hun verzet voor hun naasten. Ook komt hij tot nieuwe bevindingen over het in de illegaliteit heftig omstreden besluit van koningin Wilhelmina en haar ministers tot samenvoeging van het gewapend verzet in Nederland. De auteur schreef zijn verhaal deels vanuit autobiografisch perspectief.

Auteur: Coen Hilbrink
Uitgever: Boom

ISBN 9789089534705 | 279 pag. | € 19,90

Door de redactie

Vereniging voor het voetlicht: Historische Vereniging Avereest

In 1984, rond de viering van het 175-jarig bestaan van het kanaal De Dedemsvaart, is de Historische Vereniging Avereest opgericht. De vereniging telt momenteel ongeveer 1.800 leden, die viermaal per jaar het tijdschrift “de Kroniek” ontvangen. In dit tijdschrift schrijven een aantal vaste auteurs, maar ook verhalen van leden worden opgenomen, veelal rijk geïllustreerd.

De Historische Vereniging Avereest zet zich actief in voor het levend houden van de geschiedenis van de voormalige gemeente Avereest (woonkernen Dedemsvaart, Balkbrug en Oud Avereest) en heeft de beschikking over een schitterend onderkomen op het kalkoventerrein, de toegangspoort tot Dedemsvaart. Op dit complex is de oudheidkamer ondergebracht in het gerestaureerde leshuus van de voormalige schelpkalkbranderij van de familie Trip. Tot in de jaren ’50 werden hier de in de kalkovens gebrande schelpen uitgespreid en besprenkeld met water, het zogeheten lessen, waarbij de schelpen uiteen vielen en waarmee metselkalk ontstond. Op dit terrein staat eveneens de turfschuur, die gebruikt wordt als trouwlocatie, en de gashouder, die is ingericht als vestzaktheater en is voorzien van ondergrondse vergader- en feestruimtes.

Het turfschip van de historische vereniging (foto HV Avereest).

Voor de wal met de opduwer ligt het turfschip van de vereniging. Momenteel wordt er druk gebouwd aan de helling van de replica scheepswerf, waarbij een smederij en timmerwerkplaats worden opgericht. Meer dan 100 actieve leden besteden als vrijwilliger wekelijks een of meer dagdelen binnen de Historische Vereniging. Daarmee heeft de vereniging een belangrijke sociale functie voor de gehele streek.

Luchtfoto van Streekmuseum de Kalkovens (foto HV Avereest).

Een bezoek aan het kalkoventerrein is beslist de moeite waard! Kijkt u voor meer informatie op de website van de vereniging: hvavereest.nl.

Door Helmuth Rijnhart
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Overijsselaars van Toen

Frits Slomp: altijd iemand die woord en daad combineerde

Gevoelig, principieel, moedig, maar ook eigengereid en roekeloos. Zo zou Jan Slomp (1932) zijn vader Frits Slomp, gereformeerd predikant en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog, typeren. Al in de jaren dertig trok Slomp sr. vanaf de kansel fel van leer tegen nazi-Duitsland en tijdens de oorlog raakte hij diep betrokken bij het verzet en de hulp aan onderduikers. Dit jaar wordt de aan Slomp verbonden Frits de Zwerverprijs, een schrijfwedstrijd voor middelbare scholieren over de Tweede Wereldoorlog, voor het laatst uitgereikt.

Jan Slomp groeide op in Heemse, waar zijn vader predikant was, en was zeven jaar oud toen de oorlog uitbrak: ‘Wij woonden vlakbij Duitsland. Vóór de oorlog had mijn vader nauwe contacten over de grens en was hij geabonneerd op een aantal nationaalsocialistische kranten. Hij had dus vrij vroeg door wat er in Duitsland gaande was. Toen de Nederlandse overheid in 1938 mensen in de grensstreek vanwege de werkgelegenheid opriep om in Duitsland te gaan werken, protesteerde hij daar direct tegen. Als je dat deed zou je volgens hem alleen maar helpen aan de opbouw van het Duitse leger. Hij spoorde boeren in zijn gemeente dan ook aan een extra knecht in te huren, zodat die niet in Duitsland hoefde te werken. Zelf heeft hij er toen een hulppredikant bij genomen. Hij was altijd iemand die zijn woorden en daden met elkaar combineerde’, aldus Slomp.

Jan Slomp: 'Het verhaal van mijn vader wordt nog steeds verteld.' (foto: Martin van der Linde)

'Frits de Zwerver'

Na de Duitse inval riep Slomp sr. tijdens illegale bijeenkomsten van de door de Duitsers verboden Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) op tot verzet en zocht hij schuiladressen voor Rijksduitsers die weigerden hun dienstplicht bij de Wehrmacht te vervullen. Voor dit werk wilde de Gestapo hem arresteren waardoor Slomp moest onderduiken. Desondanks reisde hij door het hele land om samen met Helena Kuipers-Rietberg uit Winterswijk een landelijk netwerk voor hulp aan onderduikers (LO) op te zetten, wat hem de bijnaam ‘Frits de Zwerver’ opleverde. Her en der ontstonden lokale afdelingen van deze verzetsorganisatie. De landelijke vergaderingen, ook wel de ‘beurs’ genoemd, werden in het geheim in de Zuiderkerk in Zwolle gehouden. De LO telde uiteindelijk duizenden medewerkers die nog veel meer onderduikers uit handen van de Duitsers wisten te houden.

Samen ondergedoken

Door zijn onderduik en status als gezocht persoon had Slomp sr. na 1942 sporadisch contact met zijn gezin. Slechts af en toe dook hij plotseling op bij de pastorie in Heemse, waar zoon Jan nog steeds met zijn moeder en zus woonde, om na een paar uur ook al snel weer te verdwijnen. In 1944 werd Slomp opgepakt, maar een knokploeg onder leiding van verzetsstrijder Bob Scheepstra wist hem na een aantal weken weer uit de gevangenis te bevrijden. Daarna werd de situatie ook voor zoon Jan en de andere gezinsleden gevaarlijk en moesten zij eveneens onderduiken. Toch bleven vader en zoon niet de gehele oorlog van contact verstoken. Slomp: ‘Na heel wat omzwervingen was m’n vader op een onderduikadres terecht gekomen in Schuinesloot bij Slagharen. Ik was toen elf jaar oud en zat ondergedoken in Rozendaal bij Arnhem, maar ik moest naar een ander schuiladres toe. Een koerier van de LO bracht mij naar Lutten, waarna ik werd doorgestuurd naar Schuinesloot. Tot mijn stomme verbazing zat vader daar toen ook! Toen heb ik een paar maanden samen met hem op het zelfde adres ondergedoken gezeten. Dat was heel fijn.’

Frits Slomp enkele jaren voor zijn overlijden in 1978.

Verzetsgeest

Op een gegeven moment scheidden zich de wegen van vader en zoon Slomp weer. De rest van de oorlog brachten ze op verschillende adressen door. Na de bevrijding hield Frits Slomp op verzoek van de LO samen met verzetsstrijder en pater Lodewijk Bleijs door het hele land lezingen over de ‘geestelijke achtergronden van het verzet. Ik ging daar een keer een week lang mee naar toe en werd toen behoorlijk geïndoctrineerd met de verzetsgeest’, glimlacht Slomp jr. ‘Bij ons thuis werd gewoon over de oorlog gepraat. Maar ik kon wel merken dat vader er last van had dat hij heel veel jonge mannen, vaak ook vaders van gezinnen, in zijn organisatie had gehaald die vervolgens in de oorlog omgekomen zijn. Tot aan zijn dood ging hij bij hun families langs om ze geestelijk en moreel te ondersteunen’.

Poster van de laatste editie van de Frits de Zwerver Schrijfwedstrijd.

Schrijfwedstrijd

Om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden werd vijftien jaar geleden door toenmalig scheidend burgemeester van Hardenberg Herman Smit de regionale Frits de Zwerver Schrijfwedstrijd voor schooljeugd ingesteld. 450 jongeren deden in de loop der jaren aan de wedstrijd mee, waarbij vooral het Greijdanus College in Zwolle en Hardenberg en de Scholengemeenschap Pieter Zandt in Staphorst en Kampen bijzonder actief waren. Juryvoorzitter was Jan Slomp en het doel van de wedstrijd was om de belangstelling van jongeren voor de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Dit jaar wordt de regionale Frits de Zwerverprijs voor het laatst uitgereikt. ‘Toch verdwijnt de Tweede Wereldoorlog bij jongeren niet uit beeld’, benadrukt Jan Slomp. ‘Sinds oktober 2013 nemen in het Verzetsmuseum Junior in Amsterdam de oorlogsbelevenissen van mij en mijn vader een belangrijke plaats in en op 15 december 2014 verscheen het boek Verhalen uit Verzetsmuseum Junior waarin eveneens mijn verhaal staat. Ook komt er weer een nieuwe druk van het boek van Jan Hof over mijn vader uit en wordt er gewerkt aan een Engelse vertaling daarvan. Zowel op nationaal niveau in Amsterdam als internationaal wordt het verhaal van mijn vader dus nog steeds doorverteld.’

Door Martin van der Linde
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Geschiedenis van alledag

Maandag wasdag, woensdag gehaktdag

Maandag wasdag, dinsdag strijkdag, woensdag gehaktdag, donderdag schoonmaakdag, vrijdag visdag, zaterdag klusjesdag en zondag kerkdag. Eigenlijk heel makkelijk te onthouden en voor iedere Overijsselse huisvrouw een heerlijk ritme dat rust gaf. Tegenwoordig zijn er in Overijssel niet zoveel vrouwen meer die zich aan dit regime houden. Hoe komen de verschillende dagen van de week aan hun bijnamen? 

Voor de komst van de wasautomaat, eind jaren zestig, was een huisvrouw dagen bezig met het doen van de was. Zo stopten onze voorouders tot in het begin van de twintigste eeuw op zondag de witte was in een grote tobbe met zeep. Na een nachtje weken vond vervolgens de was plaats, die werd gestampt. Daarna werd het wasbord gebruikt. Als alles meezat hing op maandagmiddag de was aan de waslijn. Vandaar de term maandag, wasdag,

Een kritische blik op de schipperswas.

Woensdag gehaktdag

De slager startte zijn werkweek altijd met het slachten van dieren. Op dinsdag werden vervolgens de karkassen uitgebeend en opgedeeld in verschillende karbonades, speklappen en riblappen. Bij dat snijwerk bleef er altijd war restvlees over. Ook werden er stukken van de minder courante delen gebruikt, zoals de varkensschouder en de flanken van de koe. Dat ging dan op woensdag de gehaktmolen in en werd verkocht als gehakt. De term 'woensdag, gehaktdag' stamt uit 1949. Het Nederlandse slagersvak had namelijk een prijsvraag uitgeschreven voor een slogan. Het laat zich raden; de winnaar bedacht de korte pakkende zin 'woensdag gehaktdag'. Hij won daarmee maar liefst 25 gulden. In de jaren '60 werd deze slogan opgepikt door de reclamewereld en daarom is 'woensdag, gehaktdag' ook vandaag de dag nog een begrip.

Na de oorlog was men erg blij met de nieuwe flats in Dieze. De ramen moesten nauwkeurig worden gelapt. (particuliere collectie)

De vrijdag was van een onthoudingsdag. De katholieken eten op deze dag vis, omdat het eten van vlees op die dag niet was toegestaan. Daarom is de vrijdag visdag. De bijnamen van de overige dagen van de week zijn eenvoudiger te verklaren. Op dinsdag werd er gestreken, op donderdag werd er schoongemaakt, op zaterdag deed men allerlei klusjes en op zondag ging men naar de kerk.

Door Girbe Buist
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
Naar de plek van...

Arco Hofland: de zwevende kei en de maatschappij

Maandagmiddag 30 maart. De zwarte Volvo van burgemeester Arco Hofland rijdt voor. Ik stap bij hem in, mijn notitieblok onder de arm. Niet eerder bij een burgemeester in de auto gezeten. Toen ik hem vroeg of hij met mij naar ‘zijn plek’ wilde gaan, stemde hij onmiddellijk in. Hij vond het echt heel leuk, gaf hij mij te kennen.

Arco Hofland is sinds 2010 burgemeester van de gemeente Rijssen-Holten. Hij is getrouwd en vader van drie dochters. Arco is wat terughoudend, hij is geen haantje de voorste. Je moet de moeite nemen hem wat beter te leren kennen. Dan zie en merk je dat hij voor veel dingen oog en oor heeft en een warm mens is.

De zon schijnt, we gaan op weg naar Dalfsen. Daar is ‘de plek’ van Arco Hofland. Onderweg is er gelegenheid hem vragen te stellen. Niet alleen over zijn bijzondere plek, maar ook over hoe hij is als burgemeester en als mens. Als burgemeester heb je toch een bijzondere positie in de samenleving. `Kijken mensen tegen je op?`, vraag ik hem. “Soms is dat het geval, merk ik. Dit probeer ik dan te doorbreken. Ik ben van het doe maar gewoon, wees maar jezelf en dat wil ik de ander ook graag laten zien tijdens de gesprekken met elkaar.’ Arco Hofland kijkt naar brede verbanden, is oplossingsgericht en wil graag meedenken aan tafel. Dit betekent in zijn functie als burgemeester: de bevolking bereiken en tegelijkertijd dicht bij zichzelf blijven. Hij is zowel een gevoelsmens als een denkmens.

Arco Hofland: burgemeester van Rijssen-Holten.

We parkeren bij het mooie station van Dalfsen, de lucht wordt donker. We nemen allebei een paraplu mee. We zijn bij de Zwevende Kei, een creatie van omgevingskunstenaar Bas Maters en ‘de plek’ van burgemeester Hofland. Een paadje door de modder leidt via een bruggetje naar de Zwevende Kei. Schapen en lammetjes huppelen vrolijk rond. Het waait hard over het glooiende Vechtlandschap. ‘Wat zegt deze Zwevende Kei jou?’, vraag ik hem terwijl we op een omliggende steen zitten en het kunstwerk aanschouwen? Zijn antwoord: ‘Deze Zwevende Kei prikkelt mijn fantasie. De ingewikkeldheid van de steen met haar hoeken en rondingen staat voor onze maatschappij. Het gat er in biedt openingen, het balanceren van de kei op een scheef staand zuilelement zegt iets over evenwicht in het leven. En de kei sluit aan bij haar omgeving. Zo zie ik ook mijn functie als burgemeester.’

De plek van Arco Hofland


We zwijgen, even geen gedachten, wegdromend bij de Zwevende Kei. Een hevige hagelbui verstoort ons ruw, we rennen naar de auto. Tijd voor koffie in het mooie Dalfsen.

We zitten in een sfeervolle en gezellige locatie: de VII Deugden. Arco Hofland kwam hier vaker toen hij wethouder in Dalfsen was. Ik stel hem nog een persoonlijke vraag: ‘Ben je geliefd als burgemeester?’ De man tegenover mij lacht vriendelijk en zegt: ‘Geliefd klinkt voor mij als populair, dat ben ik niet en hoef ik ook niet te zijn. Ik zou het fijn vinden als mensen mij respecteren, dat geeft mij een goed gevoel.’

Tijd om terug te gaan, in de agenda van de burgemeester staan een paar afspraken voor de rest van deze middag. Vanuit de auto zien we de Zwevende Kei nog even in al haar schoonheid.

Door Dinie Hekman
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

‘Tot steun van het wettig gezag.’ Burgerwacht Wanneperveen 1919-1929.

Wanneperveen – Wie een willekeurige krant van de jaargang 1919 doorbladert, leest opvallend veel berichten over de oprichting van zogeheten burgerwachten her en der in Nederland. Een burgerwacht was een uit gewone burgers samengestelde groep, al dan niet door de overheid bewapend, die de orde moest handhaven. In Wanneperveen bestond van 1919 tot 1929 een burgerwacht, die het dreigende revolutiegevaar tegen zou moeten gaan.

De oprichting van burgerwachten in Nederland viel samen met de chaotische periode in Europa tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog. In Rusland was in 1917 de revolutie uitgebroken, waarbij het eeuwenoude tsaristische regime op gewelddadige wijze moest wijken voor een bolsjewistische regering onder leiding van Vladimir Lenin. Het Duitse keizerrijk stortte in 1918 ineen waarna de communisten onder aanvoering van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht de pas gevormde Weimarrepubliek omver probeerden te werpen. Her en der in Europa roerden zich socialistische groeperingen. In Nederland riep de sociaaldemocratische voorman Pieter Jelles Troelstra in november 1918 de revolutie uit. De poging mislukte, maar de regering was gewaarschuwd. De dreiging van een revolutie was reëel. Om nieuwe couppogingen tegen te gaan werden op verschillende plaatsen in het land burgerwachten opgericht, waaronder in Wanneperveen.

Na Troelstra’s revolutiepoging had burgemeester P.J. Hemminga namens de gemeenteraad direct een adhesiebetuiging gestuurd aan koningin Wilhelmina om zijn trouw aan de vorstin te benadrukken. In Wanneperveen zal waarschijnlijk weinig sprake zijn geweest van dreigend revolutionair gevaar. Begin 1919 liet de nieuwe burgemeester K.P. Roege nog weten een burgerwacht niet nodig te vinden. Wanneperveen had volgens hem een rustige bevolking die trouw zou blijven aan de huidige regering. Desondanks riep de commissaris van de Koningin in Overijssel op 8 april burgemeesters op geen gebouwen die eigendom zijn van de gemeente beschikbaar te stellen voor het houden van een openbare vergadering ‘uitgeschreven door een revolutionair socialistisch comité’. Dergelijke bijeenkomsten zouden direct moeten worden afgelast. Ook de Territoriaal Bevelhebber van Overijssel benadrukte dat het gevaar niet onderschat moest worden. De burgemeesters moesten de orde handhaven met behulp van de gemeentepolitie, ‘al dan niet versterkt door de leden van de burgerwacht’.

Dorpsstraat Wanneperveen omstreeks 1920. (gemeentearchief Steenwijkerland)

Een gewaarschuwd mens telde kennelijk ook in Wanneperveen voor twee. Burgemeester Roege nam het zekere voor het onzekere, want de Meppeler Courant van 30 juli 1919 bericht voor het eerst van een burgerwacht in Wanneperveen. Twee dagen daarvoor had de eerste oefening plaatsgevonden op het plein achter de Openbare Lagere School in het dorp. Van het garnizoen in Kampen waren onder meer 32 geweren, 30 vetkokers, twee invetstokken, twee kilo geweervet en één liter wapenolie ontvangen. Aan elke deelnemer was een geweer uitgereikt. Een jaar later werden er schietoefeningen gehouden met maar liefst 38 leden.

Het was de burgerwachten niet toegestaan gekleed te gaan in militair uniform. In 1919 deelde de Territoriaal Bevelhebber mee dat dienstplichtigen die deel uitmaakten van een burgerwacht ‘hun diensten als zoodanig moeten verrichten als burger’. Hun belangrijkste taak was om bij revolutionaire woelingen op te komen tot steun van het wettig gezag. Om paraat te blijven was de burgerwacht vooral bezig met het houden van schietoefeningen voor deelname aan regionale kringwedstrijden tegen burgerwachten uit omliggende gemeenten. Van de overheid ontving men oefeningsgelden ter hoogte van vijftig cent per lid per kwartaal. De uitslagen van de wedstrijden werden gepubliceerd in de Meppeler Courant.

Straatbeeld van Wanneperveen aan het begin van de 20ste eeuw. Rechts het Schultehuis. (collectie Historisch Centrum Overijssel)

In de loop van de jaren ’20 verminderden de activiteiten van de burgerwacht in Wanneperveen. De schietwedstrijden lijken het voornaamste doel waarvoor werd geoefend en het vermeende revolutiegevaar werd minder. De wacht kreeg beschikking over een verminderd aantal patronen en ook op de oefeningsgelden werd steeds verder bezuinigd. Op 18 mei 1929 deelde burgemeester Roege op verzoek van de Commissaris van de Koningin van de provincie Overijssel mee, dat er in Wanneperveen nog slechts een rustende burgerwacht bestond. De maatschappelijke en politieke onrust van kort na de Eerste Wereldoorlog was verdwenen, waardoor ook de interesse voor de burgerwacht afnam. Op veel plaatsen in Nederland ging de wacht op in de Bijzondere Vrijwillige Landstorm.

Door Martin van der Linde
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier

Deventer tijdens de Eerste Wereldoorlog

Hoewel Nederland zich neutraal verklaart, blijft de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) voor de gewone Deventenaar niet zonder gevolgen. Deventer kampt met de mobilisatie en een gestagneerde economie, en net als veel andere steden neemt de stad tijdens de oorlog Belgische en Franse vluchtelingen op.

De eerste oorlogsdagen leiden ook in Nederland tot paniek. Op 28 juli - exact een maand na de ‘laaghartige’ moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie - verklaart Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië. Diezelfde dag verschijnt er in het Deventer Dagblad een bericht over de militaire bewaking die de avond ervoor bij de spoorbrug is geplaatst: ‘Als een loopend vuurtje deed 's avonds de tijding de ronde dat de Spoorbrug door militairen was bezet. [… ] Weldra was er een groote massa menschen op de been om van de zeldzame gebeurtenis getuige te zijn. Vooral de jeugd amuseerde zich best bij dit schouwspel. Echter ondervinden velen door verkeersbelemmering groot ongerief.’
Na de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië wordt de Amsterdamse beurs direct gesloten. Veel spaarders halen uit angst hun geld van de bank en cafés nemen alleen nog waardevast muntgeld aan en accepteren niet langer bankbiljetten. In Deventer wordt het filiaal van De Nederlandsche Bank aan de Kleine Poot bestormd. Een fotograaf heeft deze gebeurtenis vastgelegd

In de week na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bestormen Deventenaren een filiaal van de Nederlandsche Bank om hun saldo op te nemen.

‘Gemobiliseerd, een militair kluchtspel in 3 bedrijven’

Hoewel Nederland neutraal blijft, besluit de regering het land wel in staat van verdediging te brengen. Op 31 juli worden 200.000 Nederlandse mannen onder de wapenen geroepen. Plotseling moeten zij huis en haard, familie, vrouw en kinderen verlaten. Velen van hen hebben een gezin en zijn kostwinner. Nu zij gemobiliseerd zijn, wordt hun salaris niet doorbetaald. Duizenden Nederlandse gezinnen zitten dus opeens zonder inkomen, kunnen de huur niet meer betalen en dreigen plotseling tot armoe te vervallen. Om zulke gezinnen in Deventer te helpen, richt burgemeester Van Humalda van Eysinga in augustus 1914 de ‘Economische commissie tot vermindering gevolgen mobilisatie’ op.

In 1914 werd een Centrale Keuken ingericht aan de Nieuwe Markt om tot de bedelstaf vervallen Deventenaren aan een maaltijd te helpen.

Begin augustus 1914 breekt in Europa de strijd echt los. De Duitsers vallen Luxemburg en België binnen. Terwijl de rest van Europa in brand staat, kan er in Deventer weer gelachen worden. Op maandag 5 oktober staat de Nieuwe Nederlandsche Tooneelvereeniging om acht uur ’s avonds op de planken in de Deventer Schouwburg. De voorstelling ‘Gemobiliseerd’ is volgens het Deventer Dagblad van 2 en 5 oktober ‘een nieuw militair kluchtspel in 3 bedrijven’. De acteurs zijn Kurt Kraats en Schöningen. Kaartjes kosten 35 cent tot een gulden.

Belgische vluchtelingen

In buurland België lopen de spanningen verder op. Na de val van Brussel op 20 augustus heeft het hele Belgische veldleger zich in en rond Antwerpen teruggetrokken. Volgens de Belgen is de Antwerpse vesting volstrekt onneembaar. Niets blijkt minder waar: op 10 oktober – na een beleg van zes weken - moet ook Antwerpen zich overgeven. De val van Antwerpen brengt een stroom Belgische vluchtelingen op gang. Op 11 oktober komt er in Deventer een trein met 273 vluchtelingen aan. Om de zorg voor de vluchtelingen te regelen, is enkele dagen hiervoor door de burgemeester een commissie bijeengeroepen onder leiding van de wethouder voor sociale aangelegenheden Arend Kelderman. Er is grote behoefte aan ledikanten, beddengoed en dekens, die gul door de Deventer bevolking ter beschikking worden gesteld. De Belgen worden opgevangen in de Buitensociëteit aan de Twelloseweg en in Het Klooster, waar ze onder militair toezicht komen te staan.

In de Buitensociëteit op de linker IJsseloever werden honderden Belgen ondergebracht.

Naarmate de oorlog vordert, keren veel vluchtelingen weer terug. Een aantal blijft in Deventer en gaat aan de slag bij bedrijven die door de mobilisatie een tekort aan arbeidskrachten hebben. In het voorjaar van 1915 wil Deventer de deuren van de Buiten Sociëteit weer openen voor culturele activiteiten. De resterende vluchtelingen worden gedurende de rest van de oorlog in eigen woningen ondergebracht.

Belgische vluchtelingen verrichten huishoudelijk werk.

Schaarste

Vanaf 1917 komt de oorlog voor Nederland veel dichterbij. Het wordt voor de Hollandse schepen steeds moeilijker om overzeese levensmiddelen te halen. Er ontstaan grote tekorten en de prijzen stijgen. Voedsel wordt schaars en veel goederen zijn alleen met bonnen verkrijgbaar. De bonnen worden aanvankelijk door de Economische Steuncommissie verdeeld, maar vanaf 1916 is de gemeente gebonden aan de Distributiewet.

Door de stagnatie van de economie moest de overheid al in 1914 overgaan tot distributie en rantsoenering van levensmiddelen en andere goederen.

1918

In de nazomer van 1918 wordt duidelijk dat de geallieerden de oorlog gaan winnen. In oktober 1918 komt er een tweede vluchtelingenstroom op gang. Op maandag 28 oktober doet het Deventer Dagblad verslag van de aankomst van de eerste vluchtelingen: ‘Ook te Deventer zijn thans een aantal vluchtelingen uit Noord-Frankrijk aangekomen. Het waren er echter niet, zooals telegrafisch was aangekondigd, circa 1000, maar slechts een kleine 300, die gisteravond 8 uur per extra-trein uit Weert hier arriveerden.’ Uiteindelijk worden er in oktober en november 1918 in Deventer circa 2500 - voornamelijk Franse - vluchtelingen opgevangen. 

In Deventer worden in 1918 ongeveer 2500 vluchtelingen opgevangen die worden opgevangen in allerlei scholen. Tekening: E. Bokhorst.

Zij worden gehuisvest in verschillende scholen, onder andere de bewaarschool aan de Rijsweerdsweg. Nadat op 11 november 1918 de wapenstilstand ingaat, keren de vluchtelingen weer terug. In januari 1919 zijn de laatste vluchtelingen vertrokken en is de rust in Deventer teruggekeerd.

Door Anne van der Meer
Volgende pagina

Reacties

    Nog geen reacties aanwezig
Reageren? Klik hier
. . . . . . . . . . . .